Please download to get full document.

View again

of 5
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Bezwaarschrift aanvraag pluimveehouderij Yvan Moonen, Kriekelswarande zn Diest

Category:

Entertainment

Publish on:

Views: 9 | Pages: 5

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Bezwaarschrift aanvraag pluimveehouderij Yvan Moonen, Kriekelswarande zn Diest Middels dit bezwaarschrift wens ik bezwaar in te dienen tegen de voormelde milieuvergunningsaanvraag op gronde van volgende
Transcript
Bezwaarschrift aanvraag pluimveehouderij Yvan Moonen, Kriekelswarande zn Diest Middels dit bezwaarschrift wens ik bezwaar in te dienen tegen de voormelde milieuvergunningsaanvraag op gronde van volgende aspecten: 1) MER plicht Voor dit aanvraagdossier werd geen MER dossier opgemaakt. Er werd wel een MER screeningsnota bijgevoegd. Gebaseerd op de handleiding intensieve veeteelt van de Vlaamse Overheid dd. 11 maart 2013, Dienst MER komen we echter tot volgende conclusie: Intensieve veeteeltbedrijven met een dierenaantal net onder de drempel van bijlage I, maar niet onder bijlage II, omdat het bedrijf geheel in agrarisch gebied ligt (Pagina 7) Wanneer het aantal dieren op een bedrijf de grenzen van rubriek 21 van bijlage I benadert, maar niet overschrijdt, zou men verwachten dat het bedrijf valt onder rubriek 1 e) van bijlage II van het projectm.e.r. besluit. Wanneer het bedrijf echter volledig in agrarisch gebied ligt, wordt het in de rubriek van bijlage II uitgesloten. Als gevolg van de nieuwe bijlage III moet echter niet enkel getoetst worden aan de drempels van bijlage I en II, maar moet bovendien steeds geval per geval beoordeeld worden of het project potentieel aanzienlijke milieueffecten heeft, en dit ongeacht de ligging. Bijgevolg is er minstens een project m.e.r. screening nodig om te bepalen of er al dan niet aanzienlijke negatieve effecten kunnen zijn en er een project MER noodzakelijk is. Indien de drempels van bijlage I benaderd worden en het een nieuw bedrijf of een aanzienlijke uitbreiding van een bestaand bedrijf betreft, het bedrijf grenst aan een kwetsbaar gebied (bv. bewoning of natuurgebied), kan een project MER eerder aangewezen zijn voor projecten die net onder de drempel van bijlage I vallen. Bijgevolg zijn wij de mening toegedaan dat om de effecten correct en volledig te kunnen beoordelen en een Project-MER dient opgemaakt te worden. In het huidige dosier zitten immers nog te veel onzekerheden ingebouwd. Het aantal dieren volgens het aanvraagdossier zit immers net onder de drempel van bijlage I van het MER besluit en we kunnen ons niet van de indruk ontdoen dat dit aantal bewust is gekozen om de MER-plicht te ontlopen. In het screeningsverslag van de Vlaamse Overheid (bijlage H7) was immers sprake van een intentie op kippen te stallen. Gelet op de potentiële onzekerheid van de effecten naar omgeving, mobiliteit, gezondheid, geur,... verzoeken wij om het zorgvuldigheidsbeginsel toe te passen. Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden, wat onder meer betekent dat het alle voor de beslissing relevante feiten met zorgvuldigheid moet vaststellen, en dat het met deze feiten ook rekening moet houden bij het nemen van de beslissing. De materiële zorgvuldigheidsnorm houdt in dat de overheid bij de uitvoering van haar taak niet onnodig de belangen van diegenen die bij de taakuitoefening kunnen betrokken zijn mag schaden. Derhalve zijn wij van mening dat gelet op het uiterst gering verschil tussen de aanvraag en de grenzen die werden bepaald in bijlage I van het MER besluit een MER verplichting voor het betrokken dossier noodzakelijk is teneinde in de mogelijkheid te verblijven de effecten op een adequate manier te beoordelen. 2) Passende beoordeling Vraag G5 van het aanvraagformulier geeft aan dat er geen interferentie mogelijk is met een vogelrichtlijngebied of habitatrichtlijngebied. De omschrijving in de buurt van moet echter ruim worden geïnterpreteerd de habitatrichtlijngebieden liggen op een afstand van ca 1km van de betreffende locatie. De negatieve effecten worden niet uitgesloten noch onderzocht. Hiervoor wordt eveneens verwezen naar punt 1 bij de opmaak van een MER dossier conform de bepalingen van het decreet kunnen deze effecten maar behoorlijk worden beoordeeld en dient een passende beoordeling te worden bijgevoegd. 3) Onvolledigheid van de aanvraag In het dossier wordt er gesproken over een gekoelde ruimte voor de kadaveropslag. Deze rubriek is echter niet opgenomen in de aanvraag (rubriek 16.3). 4) MER screeningsnota In de MER- screeningsnota wordt getoetst aan een grondwaterdebiet van 555m³/jaar terwijl in de milieuvergunningsaanvraag 6850m³/jaar wordt aangevraagd. Hier ontbreekt derhalve een coherentie tussen beide dossiers. 5) Geurmodellering De geurhinder werd gemodelleerd met het programma IFDM. Het is al langer bekend dat het IFDM programma niet geschikt is om geurmodellen op te maken. Volgens de gepubliceerde lijst met systemen voor de reductie van de ammoniakuitstoot, kunnen wassers ook toegepast worden voor pluimvee. In de praktijk blijkt dat dit moeilijk realiseerbaar is wegens de praktische problemen die gepaard gaan met de stofbelasting in pluimveestallen. De hoge stofconcentraties veroorzaken verstopping van het waspakket, waardoor de werking van het systeem reeds na enkele dagen niet meer voldeed. In Nederland zijn recentelijk een aantal proefprojecten opgestart (Senter Novem) om te onderzoeken hoe deze systemen in de toekomst eventueel wel haalbaar gemaakt kunnen worden. Een eerste voorname stap in dit onderzoek betreft het zoeken naar een oplossing voor wat betreft de hoge stofconcentraties. Volgende stappen zijn onder andere de fijnregeling van het effectieve wasproces. Hoeveel geurreductie in rekening gebracht mag worden, is echter nog niet duidelijk. De cijfers voor de nageschakelde technieken bij pluimvee zijn additioneel bovenop de ammoniakemissie uit de stal. Ze moeten bijgeteld worden bij de ammoniakemissiecijfers van het stalsysteem. De gebruikte emissiefactor voor geur in het model is 0,24Oue/s per dier. Dit komt overeen met de emissiefactor voor kuikens zoals opgenomen in de actualisatie Basisrichtlijnenboek Landbouwdieren van LNE. Echter voor volwassen dieren dient rekening te worden gehouden met de factor 0,93Oue/s per dier. Dit maakt dat de geurmodellering een onderschatting is van de werkelijke situatie. Om van emissies over te gaan naar immissies of, voor ammoniak naar deposities, wordt in Vlaanderen volgens Vlarem II het formalisme van het IFDM model voorgeschreven. Sedert 1996 werd hiervoor IFDM-PC gebruikt. In januari 2017 werd de opvolger voor het berekenen van de verspreiding van luchtverontreiniging op korte afstanden van een (agro-)industriële emissiebron in productie gebracht, namelijk de webtoepassing IMPACT. IMPACT beschikt over hetzelfde rekenhart als IFDM-PC behoudens actualisaties en uitbreidingen. De IMPACT-tool laat toe concentraties en deposities van polluenten die zich via de lucht verspreiden in de nabijheid van de bron te berekenen en op een gebruiksvriendelijke manier te visualiseren. IMPACT is een model bestemd voor routineberekingen in impactstudies zoals het bepalen van de impact van een bron van luchtverontreiniging of geurhinder op haar omgeving, het nagaan of voldaan wordt aan de toepasselijke luchtkwaliteitsdoelstellingen of geurconcentratienormen, het bepalen van de meest optimale inplanting van een nieuwe inrichting, het bepalen van de schoorsteenhoogte, het nagaan hoe groot de bijdrage van een bron van luchtverontreiniging is aan een bestaand luchtkwaliteitsprobleem, het bepalen van het effect van een reductiemaatregel aan de bron op de luchtkwaliteit in de omgeving,. Een model met de nieuwe IMPACT tool lijkt dus alleszins een minimale vereiste te zijn. Vanaf 1/9/2017 worden modelleringen met IFDM in MER niet meer aanvaard (cfr Actualisatie Basisrichtlijnenboek Activiteitengroep Landbouwdieren). 6) Fauna en Flora Natura 2000 erkende natuurreservaten De toetsing in het voorliggende dossier gebeurd enkel op basis van de vogelrichtlijngebieden of de habitatrichtlijngebieden. In een ruimer kader kunnen we de Natura 2000 gebieden mee in beschouwing nemen deze vormen immers samen met de habitat -en vogelrichtlijngebieden het Natura 2000 netwerk. De doelstelling van het Natura 2000 netwerk is om het standstillprincipe minimaal toe te passen. De impact op dit netwerk alsook op de erkende natuurreservaten zijn niet in overweging genomen. Ligging tov Natura 2000 Habitatkaart ca 235m. Ligging tov erkend natuurreservaat ca 140m Derhalve kunnen we ook hieruit besluiten dat een MER noodzakelijk is om de effecten op deze natuurelementen te onderzoeken en te beschrijven. Wij hopen dat onze bezwaren in de beoordeling meegenomen worden en dat er alleszins de verplichting zal opgelegd worden om over te gaan tot opmaken van een MER dossier teneinde alle effecten correct en onpartijdig te kunnen beoordelen.
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks