Please download to get full document.

View again

of 26
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Bezwaarschrift tegen windturbineproject EDF Luminus Maatheide Lommel

Category:

Shopping

Publish on:

Views: 9 | Pages: 26

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Bezwaarschrift tegen windturbineproject EDF Luminus Maatheide Lommel Inleiding Vogelbescherming Vlaanderen, De Projectgroep Levend Zand, Natuurpunt Noord-Limburg en Natuurpunt Limburg (vervolgens Bezwaarmakers
Transcript
Bezwaarschrift tegen windturbineproject EDF Luminus Maatheide Lommel Inleiding Vogelbescherming Vlaanderen, De Projectgroep Levend Zand, Natuurpunt Noord-Limburg en Natuurpunt Limburg (vervolgens Bezwaarmakers genoemd) tekenen hierbij bezwaar aan tegen de aanvraag van de EDF Luminus (vervolgens Luminus genoemd) om een milieuvergunning en een stedenbouwkundige vergunning te verkrijgen voor de bouw van zeven windturbines op Maatheide in Lommel. De Bezwaarmakers zijn in principe niet tegen het opwekken van energie met behulp van windturbines, integendeel, zij onderkennen dat windenergie tot de meest milieuvriendelijke en duurzame alternatieven voor fossiele energiebronnen behoort. Ze hebben zich dan ook nooit verzet tegen de bouw van windturbines op Kristalpark, de locatie die door de Stad Lommel expliciet werd aangewezen om tot de door haar gewenste concentratie van windturbines te komen. Wel kan er volgens de Bezwaarmakers alleen maar sprake zijn van een duurzame energiebron als de turbines de natuur en het milieu niet schaden. In het geval van de plannen voor Maatheide is het tegenovergestelde het geval. De locatie is gelegen op een van de belangrijkste vogeltrekbanen in het binnenland van België en bevindt zich binnen de aan- en afvliegroutes van de tienduizenden meeuwen die op Maatheide overnachten. Bovendien is het gebied van belang voor diverse schaarse broedvogels en overwinteraars op het terrein zelf en in de directe omgeving. Bezwaarmakers zijn hoogst verbaasd dat Luminus ondanks voortschrijdend inzicht aan deze locatie blijft vasthouden. Samengevat beargumenteert Luminus dit met de stelling dat ze de taak heeft om de wereldwijde CO2-uitstoot mee terug te dringen. Er bestaat echter ook een grote verantwoordelijkheid om natuurwaarden en biodiversiteit voor volgende generaties veilig te stellen. Omdat de natuur zich niet kan verdedigen, behoort dit een vanzelfsprekende rentmeesterschap van alle overheden te zijn. Het valt daarom vanuit de duurzaamheidbeginselen van de initiatiefnemers, waaronder ook de stad Lommel, niet te verantwoorden dat energie wordt opgewekt ten koste van de vele vogels die door dit gebied trekken, er overwinteren, broeden of overnachten. Windenergie die opgewekt wordt op Maatheide is niet groen! Verre van dat. Voornaamste gronden van het bezwaarschrift - de locatie waar Luminus de windturbines wenst te bouwen, is gesitueerd op een van de belangrijkste vogeltrekroutes van België; - nieuwe zandwinningsprojecten zullen in de toekomst leiden tot nog sterkere stuwing van vogels over de beoogde windturbinelocatie; - de locatie is gesitueerd in de onmiddellijke omgeving van een meeuwenslaapplaats die aan Europese beschermingsnormen voldoet (Ramsar, Vogelrichtlijn); - de locatie is gesitueerd in de nabijheid van broedgebieden van kwetsbare vogelsoorten (o.a. van boomvalk, slechtvalk, oehoe, boomleeuwerik, veldleeuwerik, nachtzwaluw, geelgors, blauwborst, wulp, ); - de locatie is gesitueerd op de voedselvluchtroute van overwinterende toendrarietganzen; - de locatie is gesitueerd in de onmiddellijke nabijheid van VEN- en Habitatrichtlijngebieden; - de locatie is onvoldoende onderzocht op de aanwezigheid en dus de vliegbewegingen van vleermuizen; - in het directe verlengde van de locatie lopen hoogspanningsleidingen (van noord naar zuid) en wat zuidelijker bevinden zich hoogspanningsleidingen (van oost naar west) en windmolenpark Kristalpark, waardoor er voor trekvogels al sprake is van cumulatie van risico s. In de toekomst wordt het windmolenpark op Kristalpark nog sterk uitgebreid, heeft Limburg Wind(t) plannen voor enkele windmolens op Maatheide en bereidt Luminus een nieuw windmolenpark voor op de Riebosserheide, direct ten noordoosten van Maatheide; daar is in de MER onvoldoende of geen rekening mee gehouden - Adviezen van zowel INBO als ANB zijn in de MER genegeerd of onvoldoende opgevolgd - De gevolgde methodiek voor het onderdeel Flora en Fauna in de MER is veel te abstract en vaak op aannames gebaseerd. De situatie op Maatheide is te specifiek om met andere situaties te kunnen vergelijken. Veel uitkomsten staan dan ook haaks op de praktijkbevindingen van onafhankelijke deskundigen; - De Bezwaarmakers dienen zich voor dit project hierbij officieel aan als vragende partij voor een toetsing aan de Europese voorschriften voor Natura 2000-gebieden en de verbindingen daarvan. Hieruit volgt voor overheden automatisch de verplichting om die toetsing uit te voeren alvorens (eventueel) een milieuvergunning te verlenen. (advies: Brabantse Milieu Federatie, NL). Expertise Met name de Projectgroep Levend Zand en de vogelwerkgroep van Natuurpunt Noord-Limburg gelden ter plaatse als zeer deskundig op het gebied vogels en vogeltrek in het bijzonder. Beide verenigingen zijn vertegenwoordigd in de vogeltrektelpost (post 253) die al 10 jaar op Maatheide actief is. Deze behoort tot de sterkst bezette telposten in West-Europa, zowel qua deskundigheid als qua telfrequentie. Zowel in voor- als najaar worden er nagenoeg dagelijks tellingen verricht. De resultaten worden ingevoerd in de openbare database waar ze ook doorlopend kunnen worden geraadpleegd. Vanwege de centrale ligging van de telpost ten opzichte van de buurlanden en de sterke bezetting wordt deze door trektellers en vogeltrekonderzoekers in binnen- en buitenland als belangrijke referentie beschouwd. Alleen al in 2016 leidde dit tot bezoeken van geïnteresseerde internetgebruikers aan de webpagina van de telpost Kristallijn-Maatheide. Het is voor de lokale deskundigen bijzonder bitter om te ervaren dat hun praktijkervaringen en feiten uit het veld door de samenstellers van de MER met abstracte berekeningen worden teruggebracht tot vaak niet significante percentages. Vaak stapelen ze daarbij aannames op aannames en worden vergelijkingen getrokken met situaties die helemaal niet vergelijkbaar zijn. Hoe discutabel hun uitkomsten zijn, blijkt ook door er de MER voor 3 windturbines in het gebied van Limburg Wind(t) naast te leggen. AnteaGroup, het studiebureau dat die MER verzorgde, komt voor ruim de helft minder turbines tot veel negatievere consequenties voor vogels. Keuze locatie telpost De keuze voor Maatheide als onderzoeksgebied voor vogeltrek berust in geen geval op toeval, maar is weloverwogen. Daar liggen de volgende feiten aan ten grondslag: - door zandwinning is tussen Mol en Lommel van west naar oost een 18 kilometer brede keten van grote meren ontstaan. Veel soorten zangvogels mijden tijdens de trek grote oppervlakten water en volgen bij voorkeur groene zones en bosranden. Tussen en langs de meren stuwen zij dan ook in indrukwekkende stromen samen; - ten westen van Lommel wordt dit effect nog eens versterkt door de neiging van de vogels om bij lage trek ook verstedelijkt gebied te mijden. Er is dus tussen de stad en de zandwinningsmeren sprake van een sterke fuikwerking; - de aanvoer van trekvogels vindt hier in het najaar plaats over een kilometerslange, dunbevolkte, groene zone die zich in noordoostelijke richting tussen Lommel en Eindhoven uitstrekt; In het voorjaar vindt die aanvoer plaats door een overeenkomstige groene zone tussen Lommel en Leuven. - roofvogels en andere grote vogels als ooievaars en reigers zijn voor de trek afhankelijk van opstijgende lucht, thermiek. Die stelt hen in staat om zonder veel energieverbruik grote afstanden af te leggen. De hoge zandgronden rond Lommel genereren zeer snel en veel thermiek (en zijn om die reden ook erg populair bij zweefvliegers). Vandaar dat Lommel voor vele van dergelijke vogelsoorten op de jaarlijkse trekroute ligt. Vanwege de gunstige geologische omstandigheden is dat wellicht al eeuwenlang het geval; - de grote meren op Maatheide hebben een sterke aantrekkingskracht op watervogels als ganzen, eenden, meeuwen en steltlopers. Deze soorten zien de plassen al vanaf grote hoogte en op grote afstand liggen en komen daarop af om te inspecteren of het terrein geschikt is als foerageer-, pleister- of overnachtingsgebied. Dit alles maakt Maatheide tot een uniek, zeer aantrekkelijk vogeltrek- en observatiegebied en automatisch uiterst ongeschikt als projectgebied voor windturbines. Uit ornithologisch oogpunt mag zelfs gesteld worden dat het veruit de minst geschikte locatie in heel Lommel en verre omgeving betreft. Desondanks meent Luminus het zich te kunnen permitteren om uitgerekend hier middenin zeven windturbines te plaatsen. De initiatiefnemers/participanten van het windmolenpark EDF Luminus Als belangrijkste motivatie voor het windpark Maatheide voert Luminus aan dat het belangrijk is om wereldwijd de CO2-uitstoot terug te dringen. De noodzaak hiervan onderschrijven Bezwaarmakers volledig. Luminus maakt zich hier echter schuldig aan de (vaak commerciële) rechtvaardiging van natuurschade ten gunste van schone energie. Het betreft echter twee totaal verschillende waarden die voor de toekomstige generaties beiden essentieel zijn. Energie die ten kosten van vogelpopulaties wordt opgewerkt kan dan ook onmogelijk het predikaat groen of duurzaam dragen. Sibelco Ook Sibelco verschuilt zich voor haar participatie in het project achter duurzame motivaties. We kunnen er echter niet omheen dat haar rol als grootste afnemer van de beoogde windenergie grote commerciële voordelen met zich meebrengt. Bovendien zouden 6 van de 7 windmolens op haar grondgebied worden geplaatst, wat bijkomende verdiensten oplevert. Ook hier (b)lijkt winstbejag de belangrijkste reden te zijn. Bovendien wordt de stuwing van vogels deels veroorzaakt door haar zandwinningen. Uitgerekend daar dan windmolens plaatsen maakt de situatie extra schrijnend. Stad Lommel Zoals eerder gesteld zouden we van de stad Lommel als lokale overheid de rol van rentmeester voor het behoud van de natuur mogen verwachten. Lange tijd was haar visie ook dat windmolens op haar grondgebied op één plek geconcentreerd moesten worden. Die locatie was Kristalpark, waar inmiddels 13 turbines zijn gerealiseerd en waar nog belangrijke uitbreidingen zijn voorzien. Onze verbazing was dan ook groot toen de gemeente zich voor het project op Maatheide ineens als participant aandiende, terwijl de ornithologische waarden van het gebied haar toen al bekend waren. Eén van de molens is notabene op haar grondgebied gepland, aan de rand van de laatste vennetjes van Lommel. De reden van deze plotse koerswijziging is ons nooit duidelijk geworden. Grontmij Geen participant, maar het studiebureau dat onder meer de MER voor het windpark op Maatheide samenstelde. Een studiebureau dient bij een dergelijke opdracht onafhankelijk te werk te gaan. Helaas weten we uit meerdere bronnen dat de personen die de discipline Flora en Fauna dienden te onderzoeken door de initiatiefnemers onder grote druk werden gezet. We vrezen dan ook een verband met de gehanteerde methodieken, de onterechte vergelijkingen met andere situaties, de zeer beperkte eigen veldonderzoeken, het negeren van overheidsadviezen en de gebrekkige cumulatieve effectbeschrijvingen. De verschillen met de uitkomsten van het MER voor Limburg Wind(t) (uitgevoerd door AnteaGroup) ondersteunen die veronderstelling. Vogeltrek over Maatheide De overwegende trekrichting situeert zich van noordoost naar zuidwest in het najaar en andersom in het voorjaar. Maatheide ligt centraal binnen de drukke vogeltrek-as Eindhoven-Diest. Nog noordoostelijker wijzen waarnemingen van opvallende soorten (bv. groepen kraanvogels en ooievaars die op Maatheide werden gezien en eerder of later op de dag elders) op een connectie Nijmegen via Uden. Met name in het najaar kan de vogeltrek over Maatheide bijzonder intensief zijn. De drukste dag was tot nu toe 1 november 2014, met de passage van maar liefst trekvogels. Ook de diversiteit is hoog. Er werden al 220 verschillende trekvogelsoorten gedetermineerd. Een van de wolken van duizenden Houtduiven die in het najaar Maatheide passeren. Gedurende de jaren dat nu intensief op Maatheide wordt geteld werden al meer dan 5 miljoen trekvogels geregistreerd; het zijn aantallen die niet alleen landelijk tot de verbeelding spreken, maar ook op internationaal niveau meetellen. Toch betreft het nog maar een afspiegeling van het aantal vogels dat hier in werkelijkheid overtrekt. De telpost kent jaarlijks met 1250 tot 1500 teluren dan weliswaar de beste bezetting van alle 290 telposten in de Benelux (en neemt zelfs een positie in de Europese top 5 in), maar de menselijke zintuigen en uithoudingsvermogen schieten tekort om de volledige vogeltrek in beeld te kunnen brengen. Daarvoor zouden de tellers tegelijk over haviks- en uilenogen moeten beschikken en gedurende zeven maanden van het jaar een 24/7- bezetting moeten realiseren. Want veel vogelsoorten trekken ook s nachts en heel veel zelfs uitsluitend als het donker is! Als je in staat zou zijn om de nachtelijke vogeltrek bij daglicht te volgen, dan zou je versteld staan van de enorme, diffuse wolken lijsters en andere zangvogels, maar ook bijvoorbeeld eenden die ons terwijl we slapen onopgemerkt passeren. Er is geen enkele reden om aan te nemen dat die zich niet, zoals de dagtrekkers, door de omstandigheden ten westen van Lommel laten samen stuwen. Ook de resultaten van vogelringers op het terrein bevestigen die veronderstellingen. Vogeltrekhoogte Op de trektelpost wordt alleen de zichtbare dagtrek geregistreerd. Dit betekent dat de vastgestelde aantallen uitsluitend betrekking hebben op vogels die tot op maximaal enkele honderden meters hoogte vliegen. Veel soorten zangvogels zijn boven de 200 meter al niet meer op naam te brengen en ontbreken dan ook logischerwijze in de tellingen. Bij tegenwind vliegen trekvogels in hoofdzaak lager dan 200 meter. Zuidenwinden, en dan voornamelijk zuidwestenwind, vormen in het najaar tegenwind. Zuidwestenwind is in België en Nederland in sterke mate de overheersende windrichting. Daar komt nog bij dat de vlakte van Maatheide de impact van de wind op de overtrekkende vogels aanzienlijk versterkt. Gedurende het grootste deel van het trekseizoen is er dus sprake van lage trek, waarbij de draaiende wieken van turbines een groot gevaar vormen. In de MER wordt gesuggereerd dat de nachtelijke trek op veel grotere hoogte plaats vindt en daardoor bij de passage van windmolens minder risico s loopt. Dit is misleidend. Als de omstandigheden ideaal zijn, kunnen de vogels inderdaad op nog grotere hoogte vliegen dan overdag al het geval is. Bij tegenwind vliegen ze echter eveneens laag en op rotorhoogte. Wel een relevant verschil is dat de vogels s nachts in minder compacte groepen vliegen dan overdag (mededeling Hans van Gasteren, vogeltrekexpert bij de Nederlandse luchtmacht). Voor individuele vogels vergroot dat de aanvaringskans echter aanzienlijk. Het is dus maar zeer de vraag of (en zeker niet aangetoond dat) s nachts minder slachtoffers zullen vallen. Vogels die water en grote open ruimten mijden In voor- en najaar laten vinken zich bij Maatheide samen stuwen tot indrukwekkende stromen van soms tienduizenden exemplaren. Enkele voorbeelden zijn nagenoeg alle vink-achtigen, gorzen en lijsters. Zij volgen bosranden en groene elementen in het landschap. De dunbevolkte ruimte tussen Bergeijk (NL) en Lommel (B) kent voor hen nauwelijks barricades. Net voorbij de landsgrens verandert dat en buigt het uitgestrekte verstedelijkte gebied van Lommel de vogelstromen in westelijke richting en doen de grote meren ze juist meer oostelijk vliegen. Zo ontstaat tussen Maatheide en Lommel een soort zandloper, waar de trekvogels doorheen worden gestuwd. Ze stuiten in die engte al op een hoogspanningsleiding als reëel gevaar. De zeven windturbines van Luminus zijn uitgerekend gepland in de zone direct ten westen daarvan. Een andere stroom zangvogels buigt ten noorden van Maatheide in westelijke richting af en volgt de route tussen de westelijke zandput en het Kanaal van Beverlo en tussen de twee meren door. Zelfs daar wil Luminus twee van de windturbines (02 en 03) neerpoten. Voor de trektellers vertaalt de situatie zich visueel in tientallen, honderden en op topdagen duizenden of zelfs tienduizenden zangvogels die, eenmaal Maatheide gepasseerd, weer over een breder front uitwaaieren. Op 8 april 2013 werden langs Maatheide doortrekkende vinken geteld, met afstand het hoogste aantal van deze soort dat ooit in het Belgische binnenland werd vastgesteld. Vogels met een voorkeur voor open ruimten Enkele voorbeelden zijn kneus, leeuweriken, kwikstaarten en piepers, allemaal soorten die uitgestrekte open terreinen ook als broedbiotoop prefereren. Zij volgen de zandvlakte van Maatheide die in de loop der jaren door de zandwinningen steeds smaller is geworden. Niet minder dan 1068 kneus op 7 oktober 2008 betrof het op twee na hoogste aantal voor België en 433 gele kwikstaarten op 26 augustus 2011 het op één na hoogste dagaantal voor het Belgische binnenland. Een speciale plaats neemt de duinpieper in, vroeger een zeer karakteristieke broedvogel van de stuifduinen in deze regio, maar inmiddels in België niet meer broedend waargenomen (categorie regionaal uitgestorven binnen de Rode Lijst van de Vlaamse Broedvogels, versie 2016) en overal in Europa bedreigd. Op trek weet de soort Maatheide nog altijd te vinden. Het gebied geldt tijdens de trek zelfs als de belangrijkste pleisterplaats voor deze soort in ons land. De trekvogelstromen over Maatheide. De rode pijlen laten zien hoe de meeste vogels zich langs en tussen de zandwinningsputten laten persen. De geplande molens staan precies in deze banen. De situatie gezien vanuit de noordoostelijke richting van waaruit de trekvogels in het najaar komen. Ze mijden verstedelijkt gebied (rood) en grote meren (blauw). De gele lijnen geven de trekbanen weer. Zo ontstaat er een knooppunt ter hoogte van de groene punt. Dat is de trektelpost, die daarom ook daar gevestigd is. Hier is tevens mooi te zien dat het voorland uit natuur en kale zandgronden bestaat, waar grote thermiekvliegers als roofvogels en ooievaars vaak opstijgende lucht aantreffen. (toelichting bij de afbeelding op de vorige pagina:) De situatie nogmaals, maar nu op een kleinere schaal. De keten grote meren strekt zich uit over 18 kilometer. In het voorjaar buigt de vogeltrek zich over een dergelijke afstand in oostelijke richting af, waarna ter hoogte van de groene punt (de telpost op Maatheide) de natuurlijk noordoostelijke route weer wordt vervolgd. De optelsom van een 18 km breed front vogels dat zich uiteindelijk op één punt concentreert vertaalt zich in de enorm dichte stromen vinken, lijsters en andere zangvogels die hier in het vroege voorjaar regelmatig passeren. Deze theorie wordt ondersteund door o.a. Hans van Gasteren, vogeltrekspecialist bij de Nederlandse luchtmacht. Thermiekvliegers Enkele voorbeelden zijn de meeste roofvogelsoorten, reigers, kraanvogels, ooievaars, aalscholvers en meeuwen. De zandvlakte van Maatheide, maar ook de akkers van de Riebos, de landduinen van de Sahara (natuurgebied in Lommel) en Waaltjesbos in de onmiddellijke omgeving genereren snel en veel thermiek. Deze soorten zoeken de opstijgende lucht op en laten zich met gespreide vleugels de hoogte in liften, om vervolgens kilometers ver af te glijden. Daar komt meestal geen vleugelslag aan te pas. Daardoor zijn ze wat langer in de regio aanwezig dan vogelsoorten die actief en direct doortrekken. De trektellers zijn er elk voor- en najaar herhaaldelijk getuige van hoe tientallen vogels in thermiekbellen bijeen scharen om na hoog opcirkelen in een lange baan of formatie af te glijden. Op 15 oktober 2011 werd hier voor België het hoogste aantal passerende buizerds ooit geteld: 644! In totaal trokken in de afgelopen tien jaren meer dan roofvogels over de vlakte van Maatheide, verdeeld over maar liefst 21 verschillende soorten. Ook de hoge aantallen ooievaars (2144),kraanvogels (6923) en grote zilverreigers (1251) illustreren dat het gebied dankzij de thermiek op hun favoriete route ligt. Maatheide ligt in toenemende mate op de trekroute van ooievaars. De jaarlijks getelde aantallen l
Similar documents
View more...
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks