Please download to get full document.

View again

of 112
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

De verstandelijk gehandicapte verdachte in de opsporingsfase van het strafprocesrecht; voldoende beschermd?

Category:

General

Publish on:

Views: 15 | Pages: 112

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
De verstandelijk gehandicapte verdachte in de opsporingsfase van het strafprocesrecht; voldoende beschermd? Onderzoek naar de positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte gedurende de opsporingsfase
Transcript
De verstandelijk gehandicapte verdachte in de opsporingsfase van het strafprocesrecht; voldoende beschermd? Onderzoek naar de positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte gedurende de opsporingsfase van het Nederlandse strafprocesrecht. IN HET OPENBAAR TE VERDEDIGEN TEN OVERSTAAN VAN DE EXAMENCOMMISSIE VAN DE FACULTEIT DER RECHTSGELEERDHEID VAN DE UNIVERSITEIT VAN TILBURG (MW. MR. E.E. DE FEIJTER EN MR. DRS. B. VAN DER VORM) OP 4 JULI 2011, OM UUR Naam: Myrthe Kools ANR: Opleiding: Rechtsgeleerdheid Accent: Strafrecht Voorwoord Nooit gedacht dat het einde van mijn studieloopbaan zo snel in zicht zou zijn. De tijd lijkt voorbij gevlogen. Gedurende mijn studie heb ik met diverse rechtsgebieden kennis gemaakt. Uiteindelijk heb ik voor de master strafrecht gekozen, omdat ik dit rechtsgebied qua studiestof het spannendst vind. Deze scriptie vormt het laatste onderdeel van mijn opleiding rechtsgeleerdheid. In deze scriptie heb ik geprobeerd het strafrecht, het Europees recht en de positie van zwakkeren in de samenleving - onderwerpen die mij fascineren - samen te brengen tot één geheel. Van de gelegenheid zou ik graag gebruik maken om een paar mensen te bedanken. Allereerst zou ik graag mevrouw mr. Ellen de Feijter willen bedanken voor haar tijd, begeleiding en adviezen. Ook zou ik graag de vakgroep Strafrecht willen bedanken en dan in het bijzonder mevrouw mr. Sylvia Walther. Zonder de adequate hulp van mevrouw Walther had mijn scriptieproces waarschijnlijk veel vertraging opgelopen. Vervolgens zou ik graag mevrouw Braanker, mevrouw Hayes en mevrouw Hommers willen bedanken voor hun tijd, advies en hulp. Ook zou ik mijn ouders willen bedanken. Zonder de door hen gegeven hulp en support was ik nooit zover gekomen. Tot slot zou ik graag Paul willen bedanken voor zijn begrip, geduld, luisterend oor en alle ruimte die hij me heeft geboden om mijn studie met goed gevolg te kunnen afronden. Allemaal enorm bedankt! Tilburg, 23 juni 2011 Myrthe Kools Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding Probleembeschrijving Centrale vraagstelling Leeswijzer... 2 Hoofdstuk 2 De positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte in het Nederlandse strafproces De verstandelijk gehandicapte verdachte De totstandkoming en betekenis van titel IIA boek 4 WvSv De termen gebrekkig ontwikkeld en ziekelijk gestoord nader bekeken Een blik op de rechtspositie van de verstandelijk gehandicapte verdachte door de jaren heen De positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte onder het huidige strafprocesrecht Artikel 16 WvSv schorsing door gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens van de verdachte Titel IIA WvSv Toevoeging van een raadsman in het kader van het politieverhoor Het verhoor Het pressieverbod bij het verhoren van een verdachte Het zwijgrecht De verstandelijk gehandicapte verdachte en de toevoeging van de raadsman Auditief en audiovisueel registreren van verhoren Conceptwetsvoorstel rechtsbijstand en politieverhoor Deelconclusie Hoofdstuk 3 De verstandelijk gehandicapte verdachte in het licht van het EVRM Artikel 6 EVRM Het begrip Fair trial nader bekeken Criminal charge Artikel 6 lid 2 en lid 3 nader bekeken Artikel 6 lid 2 EVRM: de onschuldpresumptie Artikel 6 lid 3 sub a EVRM: het recht om onverwijld op de hoogte te worden gebracht van de aard en de reden van de ingebrachte beschuldiging Artikel 6 lid 3 sub c EVRM: het recht op rechtsbijstand De verstandelijk gehandicapte verdachte een kwetsbare verdachte in het licht van artikel 6 EVRM? De rechten van de kwetsbare verdachten ex. artikel 6 EVRM... 36 3.5 Deelconclusie Hoofdstuk 4 De positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte gedurende de opsporingsfase van het Australische strafprocesrecht Het rechtssysteem van Australië Een federatie Common law systeem De Commonwealth strafwetgeving De aansprakelijkheid van verdachten in het algemeen Kwetsbare verdachten en strafrechtelijke aansprakelijkheid De term mental impairment nader bekeken Mental impairment at the time of doing the act Capacity to understand the nature and quality of the conduct Capacity to understand the act was wrong Capacity to control the act De rechten van de verstandelijk gehandicapte verdachte in de staat New South Wales gedurende de opsporingsfase van het strafproces Rapport 80 (1996) van de law reform commission New South Wales Hayes Ability Screening Index De rechten van de verstandelijk gehandicapte verdachte na arrestatie General provisions Special provisions Audiovisuele registratie van verhoren Court intervention program in de staat South Australia Rechtsvergelijking De vaststelling van de verstandelijke handicap Toevoeging van de raadsman Het recht op verhoorbijstand Het recht op aanwezigheid van een hulppersoon - niet zijnde een raadsman - tijdens het politieverhoor Het afnemen en vastleggen van het verhoor van de verdachte Deelconclusie Hoofdstuk 5 Analyse Hoofdstuk 6 Conclusie en Aanbevelingen Conclusie Aanbevelingen Literatuurlijst... 77 BIJLAGE Beslisboom auditief en audiovisueel registreren van verhoren BIJLAGE Geraadpleegde artikelen Commonwealth of Australia Constitution Act BIJLAGE Geraadpleegde artikelen Commonwealth Criminal Code Act BIJLAGE Geraadpleegde artikelen Crimes Amendment (Detention after Arrest) regulation Lijst van gebruikte afkortingen AAMR American Association of Mental Retardation art. artikel avr auditief en audiovisueel registreren van verhoren EHRM Europees Hof voor de Rechten van de Mens e.v. en volgende EVRM Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens h. hoofdstuk HR Hoge Raad IQ intelligentiequote LJN Landelijk Jurisprudentie Nummer m.nt. met noot MvT memorie van toelichting NJ Nederlandse Jurisprudentie p. pagina( s) Rb. Rechtbank red. redactie r.o. rechtsoverweging SRZ Sociale Redzaamheidsschaal voor Zwakzinnigen SRZ-P Sociale Redzaamheidsschaal voor Zwakzinnigen-Plus Stb. Staatsblad Stcrt. Staatscourant WvSr Wetboek van Strafrecht WvSv Wetboek van Strafvordering WODC Wetenschappelijk onderzoeks- en documentatiecentrum Hoofdstuk 1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de aanleiding van dit onderzoek, alsmede de probleembeschrijving en de centrale vraag van dit onderzoek uiteen gezet. Vervolgens wordt in paragraaf 1.3 een leeswijzer opgenomen. In deze leeswijzer wordt de opbouw van deze scriptie beschreven. 1.1 Probleembeschrijving De positie van de kwetsbare verdachte vormt een actueel onderwerp binnen ons hedendaagse strafrecht. Dat blijkt onder meer uit het feit dat in september 2010 de gehele uitgave van het Strafblad 1 werd gewijd aan de kwetsbare verdachten. Als kwetsbare verdachten worden onder meer jeugdigen, verstandelijk gehandicapten en mensen met een psychische stoornis aangemerkt. Zij zijn veelal procesonbekwaam. Voor deze verdachten zijn in de titels II en IIa WvSv bijzondere wettelijke bepalingen opgenomen die hun bijzondere positie binnen het strafproces moeten waarborgen. Met name over de jeugdige verdachte is reeds veel geschreven, mede naar aanleiding van jurisprudentie van het EHRM in zaken als Salduz 2 en Panovits 3. Over de verstandelijk gehandicapte verdachte en zwakbegaafde verdachte wordt echter zeer weinig geschreven, terwijl ook zij in de beklaagdenbank kunnen staan in het strafproces. De verstandelijk gehandicapte verdachten en de zwakbegaafde verdachten vormen een groep extra kwetsbare verdachten. Dit komt doordat de wettelijke bepalingen die op grond van artikel 509a WvSv op hen van toepassing zijn pas in werking treden op het moment dat er sprake is van een vermoeden van een gebrekkig ontwikkeld geestvermogen - waardoor verwacht wordt dat de verdachte onvoldoende in staat is om zijn belangen behoorlijk te behartigen - en dit bij beslissing is vastgelegd. De bijzondere bepalingen zoals opgenomen in de Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor 4 en de Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten 5 treden pas in werking wanneer er bij de politieambtenaar een vermoeden bestaat dat bij de verdachte sprake is van een verstandelijke 1 Strafblad 2010, EHRM 27 november 2008, application no /02. 3 EHRM 11 december 2008, application no /04. 4 Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor (2010A007), vastgesteld op 15 februari 2010, in werking getreden op 1 april 2010, geldig tot 31 maart 2010, Stcrt nr Aanwijzing auditief en audiovisueel registreren van verhoren van aangevers, getuigen en verdachten (2010A018), vastgesteld op 6 april 2009, in werking getreden op 1 september 2010, geldig tot 31 augustus 2014, Stcrt nr handicap. Daarbij komt nog dat voor deze verdachten relatief minder waarborgen in onze weten regelgeving zijn opgenomen dan voor bijvoorbeeld de jeugdige verdachte. De vraag die naar aanleiding van deze gegevens bij mij rijst is of de positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte op grond van deze wet- en regelgeving voldoende wordt gewaarborgd. 1.2 Centrale vraagstelling In dit onderzoek zal de positie die de verstandelijk gehandicapte verdachte in ons strafrecht inneemt in kaart worden gebracht en worden vergeleken met het rechtstelsel van Australië. Gekozen is voor Australië, omdat men in Australië in tegenstelling tot in Nederland - werkt met de Hayes Ability Screening Index. 6 Aan de hand van deze index zou een politieambtenaar kennelijk eenvoudig kunnen vaststellen of er sprake is van een verstandelijke beperking. 7 Tevens zal worden bekeken of de positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte onder de huidige wet- en regelgeving voldoende wordt gewaarborgd in het licht van artikel 6 EVRM en op welke wijze deze positie eventueel kan worden versterkt. Gelet op de beperkte omvang van dit onderzoek zal ik mij beperken tot de opsporingsfase van het strafproces. Door middel van dit onderzoek zal getracht worden een antwoord te geven op de volgende centrale onderzoeksvraag: Wordt de positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte mede bezien in het licht van het EVRM voldoende gewaarborgd tijdens de opsporingsfase van het Nederlandse strafproces? 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zal worden toegelicht wie de verstandelijk gehandicapte verdachte is. Deze toelichting berust op zowel de psychologische als de juridische dogmatiek. Vervolgens zal in kaart worden gebracht welke waarborgen ons huidige strafprocesrecht voor deze verdachte kent. In hoofdstuk 3 zal vervolgens in worden gegaan op het EVRM. In kaart zal worden gebracht op welke wijze de positie van kwetsbare verdachten in het licht van het EVRM en de jurisprudentie van het EHRM moet worden gewaarborgd. Vervolgens zal in hoofdstuk 4 een 6 Hayes 2006, p Braanker 2010, p uitstapje worden gemaakt naar het Australische rechtssysteem. Bekeken zal worden op welke wijze de positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte wordt gewaarborgd in Australië. Mede om te kunnen bepalen of de positie van de Nederlandse verstandelijk gehandicapte verdachte moet worden verbeterd, wordt in dit hoofdstuk een rechtsvergelijking gemaakt. In hoofdstuk 5 volgt een analyse van de onderzoeksresultaten. In de analyse zullen verbanden worden getrokken tussen de verschillende onderdelen van deze scriptie. Zo zal gekeken worden of de waarborgen die het Nederlandse strafprocesrecht kent, voldoen aan de eisen die het EVRM en het EHRM stellen. Daarnaast zullen de resultaten van de rechtsvergelijking met Australië worden meegenomen in de beoordeling van de waarborgen uit het Nederlandse strafprocesrecht. Tot slot zullen de conclusies en aanbevelingen in hoofdstuk 6 uiteen worden gezet. In dit hoofdstuk wordt een antwoord gegeven op de centrale onderzoeksvraag. Het hoofdstuk zal worden afgesloten met enkele aanbevelingen. 3 Hoofdstuk 2 De positie van de verstandelijk gehandicapte verdachte in het Nederlandse strafproces Dit hoofdstuk is vijfledig. Allereerst zal in paragraaf 2.1 in kaart worden gebracht wie de verstandelijk gehandicapte verdachte is. Hierbij zal ook worden uitgeweken naar de psychologische dogmatiek. Vervolgens zal in paragraaf 2.2 de geschiedenis van de rechtspositie van de verstandelijk gehandicapte worden besproken, om daarna in paragraaf 2.3 diens huidige positie in kaart te brengen. In paragraaf 2.4 zal worden ingegaan op het politieverhoor van de verstandelijk gehandicapte verdachte. Allereerst zal gekeken worden naar de algemene regels van politieverhoor die gelden voor iedere verdachte. Vervolgens zullen de speciale regelingen worden besproken die gelden voor verstandelijk gehandicapte verdachten. Tot slot zal in paragraaf 2.5 een deelconclusie geformuleerd worden. 2.1 De verstandelijk gehandicapte verdachte Hoewel men nu spreekt over een verstandelijke handicap, sprak men eerder van oligofrenie of zwakzinnigheid, geestelijk handicap en mentale retardatie. Om gradaties aan te geven werden lange tijd begrippen als idiotie, imbeciliteit en debiliteit gebruikt. Vanwege het misleidende karakter van deze benamingen gebruikt men tegenwoordig het begrip verstandelijke handicap. 8 De term verstandelijk gehandicapten is een verzamelnaam voor verstandelijk beperkten en mensen met een cognitieve functiestoornis, waarbij de beperking is ontstaan voor het 18 e levensjaar. 9 Bij verstandelijk beperkten is sprake van een lager intellectueel vermogen dan gemiddeld. Het begrip verstandelijke beperking betreft mensen met een intellectueel vermogen ofwel IQ van minder dan Dit intellectueel vermogen duidt op een ontwikkelingsleeftijd tot 12 jaar. 11 Mensen met een intellectueel vermogen tussen de 70 en 85 zijn zwakbegaafd en vallen daarmee niet onder de categorie verstandelijk beperkten. Zij zijn op basis van hun intellectueel vermogen gelijk te stellen aan 12 tot 15 jarigen Vandereycken en Van Deth 2004, p Došen 2005, p Došen 2005, p Rooijmans e.a 2005, p Braanker 2010, p Bij mensen met een cognitieve functiestoornis is er sprake van een verstoring van de cognitieve functies. Onder cognitieve functies worden onder meer verstaan: de waarneming, de aandacht, de concentratie, het geheugen en de vaardigheden. 13 De heersende en tevens meest recente definitie van een verstandelijke beperking wordt gegeven door de American Association of Mental Retardation (hierna: AAMR ). De AAMR geeft de navolgende definitie van een verstandelijke beperking 14 : Intellectual disability is a disability characterized by significant limitations both in intellectual functioning and in adaptive behavior, which covers many everyday social and practical skills. This disability originates before the age of Uit deze definitie volgt dat er naast een significante beperking van het intellectueel vermogen ( intellectual functioning ) ook een significante beperking moet zijn van het aanpassingsvermogen ( adaptive behavior ). Volgens het AAMR gaat het bij intellectual functioning om onder meer problemen op het gebied van leren, redeneren en problemen oplossen. 16 Het niveau van intellectual functioning kan worden vastgesteld aan de hand van een IQ test. In Nederland onderscheidt men hierbij 4 verschillende gradaties verstandelijk beperkten: - Licht verstandelijk beperkten met een IQ van 50 tot 70; 17 - Matig verstandelijk beperkten met een IQ van 35 tot 50; 18 - Ernstig verstandelijk beperkten met een IQ van 20 tot 35; 19 - Diep verstandelijk beperkten met een IQ lager dan Waar het gaat om adaptive behavior betreft het volgens de AAMR drie typen vaardigheden die men in het dagelijks leven nodig heeft: conceptual skills, social skills en practical skills. Volgens het AAMR kan hierbij onder meer gedacht worden aan problemen met betrekking tot naïviteit, zelfredzaamheid, sociaal probleemoplossend gedrag en bijvoorbeeld de verantwoording kunnen dragen over geld. 21 Het niveau van adaptive behavior wordt in Nederland vastgesteld aan de hand van de Sociale Redzaamheidsschaal of de Sociale 13 Braanker 2010, p De term intellectual disability verwijst in dit kader enkel naar de verstandelijk beperkten. 15 http:/www.aaidd.org geraadpleegd op 9 januari http:/www.aaidd.org geraadpleegd op 9 januari Vandereycken en Van Deth 2004, p Vandereycken en Van Deth 2004, p Vandereycken en Van Deth 2004, p Vandereycken en Van Deth 2004, p http:/www.aaidd.org geraadpleegd op 9 januari Redzaamheidsschaal-Z-Plus. 22 De bovengrens op de Sociale Redzaamheidsschaal-Z-Plus ligt voor verstandelijk beperkten tussen 8 en De gradatie van handicap wordt naast het IQ ook gekoppeld aan de sociale redzaamheid zoals weergegeven in figuur Figuur 1 sociale aanpassingsgedrag IQ Licht SRZ-P 6-8 SRZ Matig SRZ-P 4-6 SRZ Ernstig SRZ-P 3 SRZ Diep SRZ 3 of lager 20 Aan het IQ van verstandelijk beperkten kan ook een leeftijd worden gekoppeld. De functioneringsleeftijd van iemand met een verstandelijke beperking kan naar gradatie van de beperking worden weergegeven als in figuur Figuur 2 Ontwikkelingsleeftijd IQ Licht 6-11 jaar Matig 4-6 jaar Ernstig 2-4 jaar Diep 2 jaar 20 Uit de definitie van de AAMR volgt tot slot dat de beperkingen moeten zijn ontstaan voor het 18 e levensjaar. 26 Indien dit niet het geval is kan niet worden gesproken van een verstandelijke handicap. Indien de beperking ontstaat na het 18 e levensjaar is er veelal sprake van niet aangeboren hersenletsel of dementie. Deze vormen van psychische beperking vallen niet onder de verstandelijke handicap. 22 Kraijer en Plas 2006, p Kraijer en Plas 2006, p Frederiks 2004, p en ook Kraijer & Plas 2006, p en Rooijmans e.a 2005, p http:/www.aaidd.org geraadpleegd op 9 januari Kraijer en Plas 2006, p Deze mensen vallen niet onder het begrip verstandelijk gehandicapt en vallen daardoor buiten de reikwijdte van dit onderzoek. Denkbaar is echter wel dat zij kunnen vallen onder de termen gebrekkig ontwikkeld en ziekelijk gestoord uit artikel 509a WvSv. 6 2.2 De totstandkoming en betekenis van titel IIA boek 4 WvSv Voordat kan worden ingegaan op de geschiedenis van de rechtspositie van de verstandelijk gehandicapte verdachte, moet eerst worden vastgesteld of de verstandelijk gehandicapte verdachte valt onder titel IIA van boek 4 WvSv (hierna: titel IIA WvSv ). Op grond van artikel 509a WvSv, is titel IIA van toepassing op verdachten bij wie een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens wordt vermoed. Dit vermoeden kan in elke stand van de zaak bij beslissing worden vastgelegd. In titel IIA WvSv zijn aanvullende processuele rechten en waarborgen opgenomen voor deze groep verdachten. De eerste vraag die hierbij rijst is wat de wetgever heeft bedoeld met de termen: gebrekkig ontwikkeld en ziekelijk gestoord. Deze begrippen zullen in paragraaf worden toegelicht. Vervolgens zal in paragraaf worden ingegaan op de geschiedenis van de rechtspositie van de verstandelijk gehandicapte verdachte De termen gebrekkig ontwikkeld en ziekelijk gestoord nader bekeken De termen gebrekkig ontwikkeld en ziekelijk gestoord komen naast artikel 509a WvSv ook voor in de artikelen 34 en 39 WvSr en artikel 16 WvSv. In artikel 16 WvSv werd eerder de term krankzinnigheid gebruikt. De Hoge Raad heeft in haar uitspraak d.d. 5 februari 1980 overwogen dat de term krankzinnigheid beperkter diende te worden uitgelegd dan de begrippen gebrekkige ontwikkeling en ziekelijk gestoord uit artikel 509a WvSv. 29 In het verslag van de Tweede Kamer met betrekking tot artikel 34 WvSr is voorts opgenomen: [ ] hoe meer men de zoo uiteenloopende gevallen overdenkt, hoe dieper men gevoelt dat van specificatie geen heil te wachten is, maar veeleer eene formule moet gekozen worden zóó ruim dat zij noch de deskundigen, noch den rechter (van wier oordeel ten slotte, bij elke formule, toch alles afhangt) knelt. 30 Zowel uit jurisprudentie als uit het verslag van de Tweede Kamer kan dan ook worden afgeleid dat de begrippen gebrekkige ontwikkeling en ziekelijk gestoord ruim moeten worden uitgelegd. Dit komt ook overeen met het uitgangspunt van de wetgever dat leeftijd en psychische stoornis geen omstandigheden mochten zijn waarvan de betrokkene in 29 HR 5 februari 1980, NJ 1980, 104, r.o onder B. 30 Kamerstukken II 1979/80, , nr. 12, p strafvorderlijke zin nadeel z
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks