Please download to get full document.

View again

of 11
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Handreiking Gebruik Meldcode Kindermishandeling in de psychiatrie

Category:

Sheet Music

Publish on:

Views: 10 | Pages: 11

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Dit document bevat de tekst van de handreiking gebruik KNMG meldcode kindermishandeling in de psychiatrie. Dit document is op 11 mei 2011 geautoriseerd door het bestuur van de NVvP. Het document zal tijdens
Transcript
Dit document bevat de tekst van de handreiking gebruik KNMG meldcode kindermishandeling in de psychiatrie. Dit document is op 11 mei 2011 geautoriseerd door het bestuur van de NVvP. Het document zal tijdens het najaarscongres op 17 november 2011 gepresenteerd worden en voorafgaand in verspreid worden onder de leden van de vereniging. Gezien de aard van het onderwerp acht de vereniging het echter van belang om de beroepsgroep en andere geïnteresseerden vooruitlopend hierop in de gelegenheid te stellen kennis te nemen van de handreiking. Handreiking Gebruik Meldcode Kindermishandeling in de psychiatrie Handreiking bij de Meldcode Kindermishandeling 2008 van de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) Werkgroepleden M.J van Hoof, kinder- en jeugdpsychiater M.H.C.M. Laan, kinder- en jeugdpsychiater C. Roose, volwassenenpsychiater A.A.M Smits, kinder- en jeugdpsychiater G.M.M. Uijterwaal op t Roodt, volwassenenpsychiater Bureau J.G. van Gog, beleidsmedewerker P. Niesink, directeur Geautoriseerd door het bestuur van de NVvP op 11 mei 2011 Inhoudsopgave Inleiding Visie Rol psychiater Stappenplan Stap 1: Onderzoek Stap 2: Advies bij het AMK en eventueel bij een deskundig collega Stap 3: Zo mogelijk gesprek met ouders Stap 4: Zo nodig overleg met betrokken professionals Stap 5a: Reële kans op schade? Zo spoedig mogelijk melden bij het AMK Stap 5b: Monitoren van hulp, zonodig alsnog melden bij het AMK... 8 Literatuurlijst Inleiding In september 2008 heeft de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) een Meldcode Kindermishandeling (1) uitgebracht. In deze Meldcode wordt duidelijkheid verschaft over wat er van een arts verwacht wordt bij (vermoedens van) kindermishandeling. De kerngedachte van de Meldcode is spreken, tenzij in plaats van zwijgen, tenzij, waardoor het aantal meldingen door artsen naar alle verwachting zal toenemen en ook de noodzakelijke informatie uitwisseling bevorderd wordt. In de KNMG Meldcode Kindermishandeling voor artsen is een algemeen stappenplan opgenomen, dat verwijst naar het inroepen van specialistische hulp bij een vermoeden van kindermishandeling. Die specialistische hulp wordt meestal gegeven vanuit de jeugdzorg, jeugdgezondheidszorg en de geestelijke gezondheidszorg, waarbij de (kinder- en jeugd)psychiater degene is die geacht wordt de meeste kennis van zaken te hebben. De Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) heeft actief geparticipeerd in de ontwikkeling van de Meldcode. Om de implementatie van de Meldcode te bevorderen, brengt de NVvP in 2011 deze handreiking Gebruik Meldcode kindermishandeling in de psychiatrie uit. Het doel van deze handreiking is om de handelingsverlegenheid bij het constateren van kindermishandeling specifiek bij psychiaters te verminderen, door een visie op het constateren of diagnosticeren van kindermishandeling binnen de psychiatrische patiëntenpopulatie te verwoorden en hieraan concrete mogelijkheden voor het handelen van de psychiater te verbinden. Het stappenplan is geschreven met het oog op zowel psychiaters die met kinderen/jongeren en hun (aanstaande) ouders werken, als psychiaters die met volwassenen of ouderen werken. Het signaleren en indien nodig melden van kindermishandeling behoort ook tot het werkterrein van de volwassenenpsychiater. Het doel van deze handreiking is bewustwording te creëren bij psychiaters dat de volwassen patiënt ook een ouder kan zijn en psychiaters te wijzen op het mogelijke effect van de stoornis op de opvoeder. Spanningsveld daarbij is de autonomie van de volwassen patiënt versus de zorg voor het kind. Het bereik van deze handreiking is beperkt tot aan een eventuele melding van vermoeden van kindermishandeling. Wel wordt erop gewezen dat de psychiater vervolgens geconfronteerd kan worden met een vervolgtraject met forensische beslissingsdiagnostiek. Deze handreiking gaat in op de toepassing van het stappenplan uit de KNMG Meldcode in de praktijk van de psychiater. Daarmee ligt de nadruk vooral op wat van de psychiater verwacht wordt. Hoe hier invulling aan wordt gegeven hangt samen met inzet van professionele competenties, vaardigheden en ervaring en valt niet binnen de reikwijdte van de handreiking. Ten behoeve van de implementatie is dit wel een onderwerp van belang in opleiding en bij- en nascholing van de beroepsgroep. Voor uitgebreide behandeling van het onderwerp kindermishandeling en huislijk geweld en aanbevelingen ter ondersteuning van de dagelijkse praktijkvoering met betrekking tot dit onderwerp, wordt verwezen naar de NVvP Richtlijn Familiaal Huislijk Geweld bij kinderen en volwassenen uit (2) Het stappenplan in deze handreiking borduurt voort op de KNMG Meldcode. In het eerste hoofdstuk Visie wordt ingegaan op de wijze waarop psychiaters geconfronteerd kunnen worden met kindermishandeling. In het tweede hoofdstuk worden de stappen die beschreven staan in de KNMG meldcode gespecificeerd voor psychiaters. 1 Naar verwachting treedt nog in 2011 de Wet meldcode kindermishandeling en huislijk geweld in werking. Organisaties en professionals in zeven sectoren moeten dan een meldcode hebben en het gebruik bevorderen. Het ministerie van VWS ondersteunt daarbij, bijvoorbeeld met een basismodel meldcode. In dit basismodel wordt echter gesteld dat meldcodes die al zijn ontwikkeld en geïmplementeerd, zoals de KNMG Meldcode Kindermishandeling voor artsen, het uitgangspunt blijven voor de handelwijze van de betreffende beroepsgroepen (zie: Basismodel meldcode huislijk geweld en kindermishandeling, pag. 5, voetnoot 4) 3 1. Visie Elk kind heeft recht (3) om op te groeien in een opvoedingssituatie waarin de ouders een bron van veiligheid en zorg zijn en waar de rechten van het kind gewaarborgd zijn. De gevolgen van kindermishandeling zijn ernstig, complex, divers en langdurig (4, 5). Het is daarom van belang om in een zo vroeg mogelijk stadium kindermishandeling te signaleren en aan te pakken (6). Gegeven de ernstige gevolgen van kindermishandeling en het feit dat er meer kindermishandeling voorkomt in de psychiatrische populatie (4), is een proactieve rol van de psychiater noodzakelijk bij de inschatting van het risico op kindermishandeling. 1.1 Rol psychiater In de psychiatrische praktijk kan men op twee verschillende wijzen geconfronteerd worden met kindermishandeling, namelijk: 1. Als kinder- en jeugdpsychiater die het vermoeden heeft van kindermishandeling bij aangemelde kinderen. 2. Als volwassenenpsychiater of ouderenpsychiater waarbij de stoornis van een volwassen psychiatrische patiënt met kinderen kan interfereren met de rol als ouder/opvoeder. De gewenste proactieve houding van de psychiater begint bij de psychiatrische intake/(hetero)-anamnese, dan wel de inschatting van een beoordeling van een collega hulpverlener. De psychiater zal bij elke ouder een inschatting maken van de bekwaamheid als opvoeder op dat moment en bij twijfel, primair in dialoog met betrokkenen, naar een redelijke en gepaste oplossing zoeken die leidt tot een stabiele en veilige opvoedingssituatie. Het hebben van een psychiatrische aandoening op zich betekent niet dat iemand ook onbekwaam is als opvoeder. Te allen tijde is het van belang dat de psychiater meervoudig onpartijdig handelt. Hij hoort het belang van alle betrokkenen voortdurend te blijven afwegen. Indien nodig moeten ouders gesteund worden in een adequate uitoefening van hun ouderlijk gezag. Vanuit behandeloogpunt biedt de meervoudig onpartijdige insteek mogelijkheden om op een neutrale en niet intrusieve wijze, onvermogen in de ouderrol te bespreken en/of vermoeden van kindermishandeling bespreekbaar te maken. De behandelend psychiater zoekt naar een oplossing die de veiligheid van het kind waarborgt. Indien de opvoedingssituatie te labiel en/of te onveilig is of blijft, helpt deze handreiking om op een adequate en gepaste wijze advies in te winnen, een consult te vragen en indien noodzakelijk melding te maken bij de bevoegde instanties, met in acht neming van het medisch beroepsgeheim en de beginselen van doelmatigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en vereiste van voortgang volgens de regel niet zwijgen tenzij, maar spreken tenzij. Kindermishandeling is elke vorm van, voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor er ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. 2 2 Wet op de Jeugdzorg, 2005, artikel 1, lid l. (KST58314) 4 2. Stappenplan 3 In dit hoofdstuk worden de stappen beschreven die de psychiater moet ondernemen bij een vermoeden van kindermishandeling. Dit hoofdstuk moet gezien worden als een aanvulling op de stappen zoals deze beschreven staan in de KNMG Meldcode Kindermishandeling (1). 2.1 Stap 1: Onderzoek De psychiater die kindermishandeling vermoedt of vaststelt, verzamelt de aanwijzingen die zijn vermoeden kunnen onderbouwen of ontkrachten en legt deze vast in het patiëntendossier. Toelichting De inschatting van het risico op kindermishandeling begint wat betreft de psychiater bij de psychiatrische intake/(hetero)-anamnese, dan wel de inschatting van een beoordeling van een collega hulpverlener. Een volwassenenpsychiater verifieert of zijn patiënt het gezag over of de zorg voor kinderen heeft, of in geval van een nog ongeboren kind, zal krijgen (7). In geval van een psychiatrische opname of deeltijdbehandeling van patiënt verifieert de psychiater waar deze kinderen zullen verblijven gedurende die periode en hoe de zorg geregeld is. Daarbij is het goed in ogenschouw te nemen dat het hebben van een psychiatrische aandoening niet betekent dat iemand ook onbekwaam is als opvoeder, of dat de kinderen per definitie verwaarloosd of mishandeld zullen worden. Wel zal de psychiater bij elke ouder de bekwaamheid als opvoeder steeds toetsen en bij twijfel, primair in dialoog met betrokkenen, naar een redelijke en gepaste oplossing zoeken, die leidt tot een stabiele en veilige opvoedingssituatie van kinderen die aan de zorg van deze patiënt zijn toevertrouwd. Differentiaaldiagnostisch wordt de psychiater geacht om kindermishandeling te overwegen zowel bij een volwassen patiënt in heden of verleden, als bij een jeugdige patiënt in relatie tot volwassenen, met name diens ouders. Risico- en beschermende factoren voor kindermishandeling kunnen geïnventariseerd en afgewogen worden aan de hand van diverse overzichten zoals vermeld in de KNMG Meldcode, de classificatie volgens Baeten (8) en het theoretisch differential susceptibility model van Belsky (9,10,11), waarbij een psychiatrische stoornis zowel voor ouder als kind een risicofactor vormt. De psychiater zal uitgebreid vragen naar het functioneren van het kind in relatie tot leeftijdsgenootjes en volwassenen in de woonsituatie (of woonsituaties in geval van gescheiden ouders) en het gezin, op school en in de vrije tijd. Bij de huisarts, de jeugdgezondheidszorgarts en zo nodig op school kan nadere informatie worden ingewonnen. De psychiater poogt een inschatting te maken van de aard en ernst van kindermishandeling, indien hiervan een vermoeden bestaat of het risico daarop erg groot is. Een psychiater heeft een inspanningsverplichting om de benodigde informatie te vergaren, ter concretisering van het vermoeden. Bij een vermoeden van kindermishandeling is het van groot belang alle relevante bronnen te raadplegen. De psychiater houdt in het dossier zorgvuldig aantekening van de aanwijzingen die hij heeft, van de onderzoeken die met het oog daarop zijn gedaan en van de uitkomsten daarvan. Daarbij maakt hij een duidelijk onderscheid tussen eigen bevindingen en de (subjectieve) mening van anderen. 2.2 Stap 2: Advies bij het AMK en eventueel bij een deskundig collega De psychiater vraagt advies aan het AMK en eventueel aan een deskundig collega over zijn vermoedens en bevindingen. De psychiater presenteert de casus daarbij anoniem. Toelichting De behandelende psychiater is altijd betrokken als er sprake is van een vermoeden van kindermishandeling en op grond daarvan contact wordt gelegd met AMK vanuit de organisatie waar de psychiater werkzaam is. De psychiater is hierop alert en is er verantwoordelijk voor dat hij deze rol ook daadwerkelijk vervult. De psychiater heeft de regie over hoe de stappen doorlopen worden, rekening houdend met de wettelijke kaders en voor zover dit gezien de professionele verhoudingen binnen zijn invloedsfeer valt. De psychiater kan, als de 3 Waar hij of zijn geschreven staat, kan ook zij of haar gelezen worden. 5 situatie dit toelaat, hier taken in delegeren naar andere betrokken professionals, werkzaam binnen de eigen organisatie. De psychiater, of de betrokken professional aan wie deze taak is gedelegeerd, vraagt advies aan het Algemeen Meldpunt Kindermishandling (AMK). Bij het AMK werken deskundigen op het gebied van kindermishandeling, waaronder de vertrouwensarts. Daarnaast verdient het de aanbeveling ook een deskundig collega te consulteren. Welke collega deskundig is, hangt af van de aard en omstandigheden van het geval. Dit kan een collega psychiater, eerste geneeskundige, kinderarts of een andere specialist of professional zijn. Naast intercollegiaal overleg is multidisciplinair overleg aangewezen. Indien een specifiek juridisch advies nodig is, kan gebruik gemaakt worden van juristen binnen de instelling. Ook is de Artsen Infolijn van de KNMG (tel ) voor dergelijke vragen te consulteren. Het is dus ook afhankelijk van de instelling hoe de genoemde punten ten uitvoer worden gebracht. Doel van een advies van het AMK is te komen tot een antwoord op de vragen: Is of kan er sprake zijn van kindermishandeling? Welke acties kan ik ondernemen om meer duidelijkheid te krijgen? Op welke manier kan ik een vermoeden met beide ouders bespreken? Welke hulpverlening kan ik inzetten om het risico af te wenden? Op welke manier kan ik taken en verantwoordelijkheden verdelen? Is melden aangewezen? Bij een advies is geen sprake van uitwisseling van persoonsgegevens; de casus wordt anoniem gepresenteerd. Het vragen van advies is dan ook niet in strijd met het beroepsgeheim. 2.3 Stap 3: Zo mogelijk gesprek met ouders De psychiater bespreekt zo mogelijk aanwijzingen en signalen van kindermishandeling met de ouders. Toelichting De psychiater bespreekt aanwijzingen en signalen van kindermishandeling met de ouders, tenzij dit niet mogelijk is uit vrees voor de veiligheid of gezondheid van het kind of andere kinderen uit het gezin, als redelijkerwijs gevreesd moet worden dat de psychiater het kind daardoor uit het oog zal verliezen, of als de psychiater vreest voor zijn eigen veiligheid. Besluit de psychiater zijn vermoeden niet met de ouders te bespreken, dan zoekt hij waar mogelijk naar een ander geschikt moment om de ouders alsnog in te lichten (KNMG, 2008). Op de KNMG website is informatie te vinden over hoe om te gaan met informatieverstrekking bij gescheiden ouders. (12) 2.4 Stap 4: Zo nodig overleg met betrokken professionals De psychiater kan om zijn vermoeden van kindermishandeling te verifiëren als dat nodig is eventueel ook zonder de toestemming van betrokkenen overleggen met andere bij het gezin betrokken hulpverleners of beroepskrachten. Toelichting Door overleg kan een melding wellicht nog worden voorkomen, dan wel beter worden onderbouwd. De zorgplicht van een psychiater jegens het kind, voortvloeiend uit het vereiste van goed hulpverlenerschap, brengt met zich mee dat de psychiater zich hiervoor inspant. Het niet overleggen kan als nadeel hebben dat een melding wordt nagelaten, dan wel wordt gedaan op grond van onvoldoende informatie. Beide zijn niet in het belang van het kind. Voor overleg valt als eerste te denken aan de verwijzer (bij kinderen tot 18 jaar veelal Bureau Jeugdzorg, de huisarts of de arts Maatschappij en Gezondheid profiel JGZ), alsook aan overige medisch specialisten respectievelijk beroepskrachten, die bij de behandeling van (een van de) gezin(sleden) zijn betrokken. Ook een intercollegiaal consult wordt hiertoe gerekend en aanbevolen. 6 Beroepsgeheim Hoewel openheid naar de ouder(s) uitgangspunt is, bestaan er situaties waarin het belang van het kind openheid onmogelijk maakt (KNMG, 2008). Er kan dan ook zonder toestemming van betrokkenen worden overlegd, om vermoeden van kindermishandeling te verifiëren. Daarmee wordt de zwijgplicht doorbroken. Er is dan sprake van een conflict van plichten: situaties waarin de psychiater alleen door te spreken zijn patiënt kan helpen, terwijl hij voor dit spreken geen toestemming krijgt. Het gaat dan altijd om een patiënt die zich in een ernstige situatie bevindt en die voor hulp volledig afhankelijk is van een ander. Bij het besluit het beroepsgeheim te doorbreken speelt ook de positie van de patiënt een rol; bij patiënten in een afhankelijke positie (kinderen, jongeren en ook sommige ouderen en vrouwen tegen wie relationeel geweld wordt gebruikt) kan eerder besloten worden de zwijgplicht te doorbreken: zij zijn voor hun bescherming immers sterk afhankelijk van het optreden van de psychiater. Vanwege de afhankelijke positie van kinderen en jongeren, kan een psychiater die de ouder als patiënt heeft, zijn beroepsgeheim ook verbreken als hij meent dat de gezondheid en ontwikkeling van de kinderen van de patiënt ernstig bedreigd worden (bijvoorbeeld wanneer een ouder door een ernstige psychiatrische aandoening of door verslaving niet in staat is om de kinderen voldoende bescherming te bieden). Wanneer sprake is van een tuchtrechtelijke toetsing wordt vooral de zorgvuldigheid beoordeeld van de totstandkoming van het besluit. Er wordt onder andere gelet op collegiale consultatie, zorgvuldige waarneming van relevante feiten en een zorgvuldige en concrete afweging van belangen. Ook wordt bezien of de psychiater zich, gelet op zijn mogelijkheden en op de omstandigheden waarin de patiënt verkeert, tot het uiterste heeft ingespannen om de patiënt toestemming te vragen of om hem te informeren, indien het verkrijgen van toestemming niet mogelijk bleek. Beantwoording van de volgende vijf vragen leidt doorgaans tot een zorgvuldige besluitvorming: 1. Welk doel wil ik bereiken door met een ander over mijn patiënt te spreken? 2. Is er een andere mogelijkheid om ditzelfde doel te bereiken zonder dat ik mijn beroepsgeheim hoef te verbreken? 3. Waarom is het niet mogelijk om toestemming van de patiënt te vragen of te krijgen voor het bespreken van zijn situatie met iemand die hem en het kind kan helpen? 4. Zijn de belangen van de patiënt die ik wil dienen met mijn spreken zo zwaar dat deze naar mijn oordeel opwegen tegen de belangen die de patiënt heeft bij mijn zwijgen? 5. Als ik besluit om te spreken aan wie moet ik dan, welke informatie verstrekken zodat de patiënt en het kind kunnen worden geholpen? Tot een zorgvuldige toetsing wordt ook gerekend dat de psychiater, alvorens een besluit te nemen, een collega of een ander die terzake deskundig is consulteert. Levert deze collegiale consultatie onvoldoende duidelijkheid op, dan wordt van de psychiater gevraagd dat deze het AMK consulteert (dit is niet hetzelfde als een melding en kan zo nodig anoniem geschieden). Ook in verband met een mogelijke toetsing door een (tucht)rechter is het van belang dat alle stappen en de redenen die tot deze stappen hebben geleid zorgvuldig worden vastgelegd. 2.5 Stap 5a: Reële kans op schade? Vraag advies, consult, of doe indien noodzakelijk een melding Wordt het vermoeden bevestigd, of in elk geval niet weggenomen, en is er een reële kans op schade door (het voortduren van de) kindermishandeling, dan vraagt de psychiater advies aan het AMK, verzoekt om een consult door het AMK, of doet de psychiater indien noodzakelijk zo spoedig mogelijk een melding bij het AMK. Indien er bij de ouder sprake is van een psychiatrische st
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks