Please download to get full document.

View again

of 13
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Instantie. Onderwerp. Datum

Category:

Business & Economics

Publish on:

Views: 10 | Pages: 13

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Instantie Koophandel Antwerpen Onderwerp Continuïteit van de ondernemingen. Gerechtelijke organisatie Datum 26 mei 2009 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document
Transcript
Instantie Koophandel Antwerpen Onderwerp Continuïteit van de ondernemingen. Gerechtelijke organisatie Datum 26 mei 2009 Copyright and disclaimer Gelieve er nota van te nemen dat de inhoud van dit document onderworpen kan zijn aan rechten van intellectuele eigendom, die toebehoren aan bepaalde betrokkenen, en dat er u geen recht wordt verleend op die desbetreffende rechten. M&D Seminars wil u met dit document de nodige informatie verstrekken, zonder dat de in dit document vervatte informatie bedoeld kan worden als een advies. Bijgevolg geeft M&D Seminars geen garanties dat de informatie die dit document bevat, foutloos is, zodat u dit document en de inhoud ervan op eigen risico gebruikt. M&D Seminars, noch enige van haar directieleden, aandeelhouders of bedienden zijn aansprakelijk voor bijzondere, indirecte, bijkomstige, afgeleide of bestraffende schade, noch voor enig ander nadeel van welke aard ook betreffende het gebruik van dit document en van haar inhoud. M&D Seminars M&D CONSULT BVBA Eikelstraat DE PINTE Tel. 09/ Fax 09/ COMM.ANVERS26MAI2009 NV CLASSIC HOTELS Hoe laagdrempelig de toegang tot het zogeheten portaal ook moge zijn,de artikels 16 en 23 van de wet van 31 jamiari 2009 hebben het als voorwaarden voer «het behouden (...) van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de onderneming en het bedreigd zijn van diezelfde continuïteit. Het bewijs dat een economische activiteit een minimum aan levensvatbaarheid moet geleverd te worden aan de hand van concrete elementen. De rechtbank heeft de indruk dat het gaat om een zogenaamde lege doos en dat, door deze toestand nog verder te gedogen, de schulden enkel maar kunnen verhogen, onafgezien het feit dat wanbetaling van haar schulden, verzoekster een oneerlijke mededinging in het leven roept tegenover haar correcte werkende concurrenten in de sector. De voorwaarden om de gerechtelijke reorganisatie te bekomen zijn dus niet aanwezig. Nr. t 2 1 Nr.rep. VONNIS gewezen en uitgesproken in het gerechtsgebouw te Antwerpen op dinsdag, zesentwintig mei tweeduizend en negen. In de openbare terechtzitting van de tweeëntwintigste Kamer van de Rechtbank van Koophandel van het gerechtelijk arrondissement Antwerpen, waar zitting hadden : Aangeboden op Niet te registreren De e.a. Inspecteur Verz.: A.Buysse M.Permeke A.Van Gelder J.Hegmans H.Vanoystaeyen Rechter, Voorzitter van de kamer Voorzitter in handelszaken Rechter in handelszaken 1 ste Substituut Procureur des Konings Griffier U I T G I F T E I n d e z a a k v a n : N. V. C lassic Hotels Aanvraag Gerechtelijke Reorganisatie Mr. Ingediend door N.V. Classic Hotels met zetel te 2000-Antwerpen, Handschoenmarkt 3-7, ondememingsnummer Eiser /gedaagde 0451_ ter zitting vertegenwoordigd door Mr. Bert Grégoir loco Mr. Marc De Block, Nr. J advocaat te 2000-Antwerpen, er kantoorhoudende aan de Vlaamse Kaai R.U. J Verzoekschrift nr. B/ Blz. Gezien het verzoekschrift met bijlagen dd. 11 mei 2009, strekkend tot het bekomen van een gerechtelijke reorganisatie door collectief akkoord; Gezien de beschikking van 12 mei 2009, waardoor de heer Frank Van den Bergh werd aangesteld als gedelegeerd rechter, Gezien de toelichting door verzoekster-op de zitting van 19 mei 2009 verstrekt en het dan ook door de gedelegeerd rechter uitgebrachte verslag; Verzoekster werd opgericht op 10 december 1993 en sloot op 17 december 1993 een handelshuurovereenkomst met de N.V. Pie-Jie voor de duur van 36 jaar betreffende het pand te Antwerpen, Handschoenmarkt 3-7, dit tegen de maandelijkse huurprijs van (toen) ,00 BF te indexeren volgens artikel 5 van de overeenkomst. Sinds 2005 werd de onroerende voorheffing, contractueel verschuldigd door verzoekster, niet meer betaald en vanaf september 2008 werd evenmin de E dd. -2- Folio nr. `(' 0 3 aandelijkse huur (thans ,00 ) nog betaald. Dit resulteerde in een achterstal aan huurverplichtingen van ,76 per 31 december Gezien geen enkele reactie vanwege verzoekster kwam op de ingebrekestellingen, werd op 2 februari 2009 gedagvaard voor de Vrederechter van het Vijfde Kanton te Antwerpen-en werd tevens op 4 februari 2009 pandbeslag gelegd. m Op 17 maart 2009 werd door de Vrederechter een vonnis geveld waarin aan verzoekster een nauwgezet betalingsschema werd opgelegd: Veroordeling tot betaling van ,76 achterstallige huur Huur voor de maand april moet stipt op 1 april betaald worden Afkortingen bovenop de lopende huur van 5.000,00 op 1 mei 2009, ,00 E op 1 juni 2009, ,00 op 1 juli 2009 en ,00 vanaf 1 augustus 2009 tot algehele aanzuivering Ontbinding van de huurovereenkomst in geval van wanbetaling der toegestane afkortingen en uitdrijving met betaling van ,00 Uitvoerbaar bij voorraad. In het-motiverend gedeelte voegt de Vrederechter eraan toe: Dat het gepast voorkomt, gelet op alle omstandigheden der zaak, aan verwerende partij de hiemaverrnelde betalingsfaciliteiten te verlenen, en mits stipte naleving hiervan, haar een kans te geven haar handel verder uit te baten . Technisch gezien gaat het wel niet om een akkoordvonnis doch de rechtbank kan zich niet van de indruk ontdoen dat dit in feite het geval moet geweest zijn. Een dermate uitgewerkt afkortingsschema kan enkel voortvloeien uit een voorstel van verzoekster na afweging van haar mogelijkheden. Hoe dan ook, er werd blijkbaar niets betaald zodat op 29 april 2009 een bevel tot ontruiming werd betekend. Zoals gezegd, werd dan op 11 mei 2009 het verzoekschrift WCO neergelegd maar werd ook tegelijkertijd een verzoekschrift in beroep neergelegd tegen het vonnis van de Vrederechter. In dit verzoekschrift wordt niet betwist dat er niets betaald werd, wordt een vaag voorbehoud gemaakt voor de tot dan nooit betwiste achterstallen en wordt de aandacht gevestigd op het indienen van een verzoek WCO. In feite ontkomt men niet aan het gevoel zonder natuurlijk te willen tornen aan de beoordelingsautoriteit van-de beroepsrechter dat verzoekster tijd heeft willen winnen. De door verzoekster aangegeven-doelstellingen bestaan in het bekomen van een akkoord met leveranciers en verhuurder, d - e nodige bijkomende fondsen aan te trekken, noodzakelijke technische werken uit te voeren, sales en marketing verder uit te werken . Op de zitting van 19 mei 2009 was de eigenaar-verhuurder vertegenwoordigd. Bij gebreke aan verzoekschrift (art. 813 G.W.) kan hij niet als tussenkomende -3- partij beschouwd worden maar volgens art 5 WCO - kan hij wel gehoord worden, -4- wat gebeurd is. Hieruit blijkt dat dal hij zich ten stelligste verzet tegen elke vorm van onderhandeling over de huurvoorwaarden en daar zeker nooit zal aan deelnemen. De vennootschap zelf draagt al minstens vanaf 2005 een negatief eigen vermogen en een aanzienlijk negatief nettobedrijfskapitaal met zich mee. De jaarrekening 2008 werd nog niet neergelegd maar de stukken daarrond werden aan de gedelegeerd rechter overhandigd. Deze laatste heeft een grondige analyse gemaakt van de cijfers en komt tot de bevinding dat het reële actief uit hooguit ,00 bestaat. De enige redding en hierover is iedereen het eens bestaat in een vermindering tot niet minder dan de helft van de huidige huurprijs. Zelfs een kapitaalinjectie van ,00 is ronduit onvoldoende. Hoe laagdrempelig de toegang tot het zogeheten portaal ook moge zijn, de artikels 16 en 23 WCO hebben het als voorwaarden over het behouden... van de continuïteit van het geheel of een gedeelte van de onderneming en het bedreigd zijn van diezelfde continuïteit. Hieruit volgt dat er minstens nog een continuïteit moet aanwezig zijn_ Alleen wordt van deze continuïteit nergens een definitie gegeven. Artikel 23 WCO heeft het bij wijze van voorbeeld wel over de daling van het netto-actief tal minder dan de helft van het maatschappelijk kapitaal (in feite de toepassing van de artikelen 332, 431 en 633 W. Venn.) maar als dit als voorbeeld wordt aangegeven houdt dit in dat een definitie elders moet gezocht worden. Ook een boekhoudkundige benadering biedt weinig houvast. Als men de lasboekhoudnorm 1-24 als uitgangspunt neemt (Vademecum!BR 2007, blz. 625), betekent continuïteit het kunnen verder zetten van de activiteit van de onderneming gedurende ten minste 12 maanden_ Uitgaande vanclit criterium zou het portaal wel heel eng worden ook al staan de voorwaarden van hel faillissement een aanvraag niet in de weg. Alleszins is - duidelijk dat er een noemenswaardige economische activiteit moet bestaan en dat die economische activiteit een minimum aan levensvatbaarheid moet vertonen. Het bewijs daarvan dient geleverd te worden aan de hand van concrete elementen. Uit wat vooraf gaat blijkt dat de activa van de onderneming vrijwel onbestaande zijn. Het voornemen om investeringen in het pand te doen stuit op het volkomen gebrek aan middelen. De problemen in de onderneming zijn al enkele jaren bekend en er werd geen bijkomend kapitaal gevonden. Verzoekster geeft niet -4- waar ze nu opeens dit kapitaal wél zou vinden. aan De grootste schuld is de huurschuld ten belope van nu ca ,00 en aan de overige leveranciers zou ,00 moeten betaald worden. Het is niet omdat de achterstallige huurschuld in de wensdroom van verzoekster met de helft zou moeten verminderd worden dat daardoor verzoekster liquiditeiten in handen zou krijgen. Men kan er niet omheen dat verzoekster vanaf september 2008 geen enkele eurocent huurgelden meer heeft betaald. Zonder uiteraard nogmaals de beroepsrechter te kunnen en te mogen binden zou het zeer eigenaardig zijn mocht het vonnis van de Vrederechter bij zulke schromelijke wanbetaling niet bevestigd worden wat inhoudt dat de uitdrijving onvermijdelijk is. Bovendien blijkt niet dat verzoekster ooit de mogelijkheid, voorzien door artikel 6 van de handelshuurwet, heeft aangewend. Rekening gehouden met de virtueel ontbonden handelshuurovereenkomst, de afwezigheid van enig noemenswaardig aktief, het dramatisch negatief eigen vermogen van de laatste jaren en het feit dat de grootste schuldeiser (64 % van de totaliteit van de schulden) weigert tot onderhandelingen over te gaan, komt men tot de besluitvorming dat er van een continuïteit geen sprake meer is. De voorwaarden om de gerechtelijke reorganisatie te bekomen zijn dus niet aanwezig. De rechtbank heeft de stellige indruk dat het hier gaat om een zogenaamde lege doos en dat, door deze toestand nog verder te gedogen, de schulden enkel maar kunnen verhogen, onafgezien het feit dat door wanbetaling van haar schulden, verzoekster een oneerlijke mededinging in het leven roept tegenover haar correct werkende concurrenten in de sector. Vooral de wijze waarop verzoekster aan haar huurverplichtingen wenst te ontsnappen, roept vragen op betreffende haar goede trouw. -4- Dit wordt nog in de hand gewerkt door de vaststelling dat op 19 februari 2009 iemand als afgevaardigd bestuurder wordt aangesteld die al betrokken is geweest als bestuurder in niet minder dan 11 faillissementen (NV Taceb, NV Bronoord, NV Rozemeat, NV Fimonoord, NV Sportpaters Antwerpen, V Thalacure, NV Omega Project, NV Mantares, NV Rescap, NV Vlaardingse Vastgoedmaatschappij en NV VViemesmeer). Op dit ogenblik en dit is dus blijkbaar al geruime tijd bezig betaalt verzoekster niemand van haar schuldeisers. Het vermoeden rijst dan ook dat verzoekster de huidige inkomsten voor oneigenlijke doeleinden aanwendt en door deze procedure zoveel mogelijk tijd wil winnen. Een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie kan daartoe niet worden aangewend en in die omstandigheden kan dit als rechtsmisbruik warden_ aangezien (cfr. Hof van Cassatie 30 januari 2003, R.W , 1219). -5- E3109/ kamer Dit geeft aanleiding tot de geldboete zoals voorzien in artikel 780 bis Ger.W. En daartoe wordt de zaak dan ook in voortzetting gesteld. OM DEZE REDENEN: De Rechtbank, Gelet op de toepassing van de artikelen 2, 34, 36, 37 en 41 van de Wet van op het gebruik der talen in gerechtszaken, gewijzigd bij de Wet van houdende het Gerechtelijk Wetboek; Verklaart het verzoek ontvankelijk doch ongegrond, verzendt de zaak naar de zitting van 16 juni 2009 om u. teneinde verzoekster te horen over de toepassing van artikel 780bis Ger.W.. Getekend : M.Permeke
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks