Please download to get full document.

View again

of 32
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Modernisering pachtnormen agrarische bedrijfsgebouwen

Category:

Graphics & Design

Publish on:

Views: 5 | Pages: 32

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Modernisering pachtnormen agrarische bedrijfsgebouwen Modernisering pachtnormen agrarische bedrijfsgebouwen J. Luijt R.W. van der Meer M.J. Voskuilen LEI-nota Juni 2012 Projectcode LEI
Transcript
Modernisering pachtnormen agrarische bedrijfsgebouwen Modernisering pachtnormen agrarische bedrijfsgebouwen J. Luijt R.W. van der Meer M.J. Voskuilen LEI-nota Juni 2012 Projectcode LEI Wageningen UR, Den Haag 2 Modernisering pachtnormen agrarische bedrijfsgebouwen Luijt, J., R.W. van der Meer en M.J. Voskuilen LEI-nota p., fig., tab., bijl. 3 Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie. Deze publicatie is beschikbaar op LEI, onderdeel van Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, 2012 Overname van de inhoud is toegestaan, mits met duidelijke bronvermelding. 4 Het LEI is ISO 9001:2008 gecertificeerd. Inhoud Woord vooraf 6 Samenvatting 7 1 Inleiding Aanleiding Vraagstellingen Opbouw 9 2 Bedrijfstype-indeling Functioneren van de huidige hectarenorm Modernisering van de bedrijfstype-indeling Bedrijfsareaal per bedrijfstype Soorten bedrijfsgebouwen per bedrijfstype Nieuwwaarde bedrijfsgebouwen Conclusie 13 3 Kosten van agrarische bedrijfsgebouwen Inleiding Afschrijvingskosten Rentekosten Onderhoudskosten en vaste lasten Voorgestelde afwijkingen van de berekeningswijze van het LEI Nieuwe gebouwenkosten per hectare voor drie bedrijfstypen Areaal dat met een bedrijfsgebouw kan worden geëxploiteerd Conclusie 18 4 Jaarlijkse aanpassing hectarenormen Inleiding Huidige situatie Achtergrond nieuwe situatie Nieuwe situatie 20 Literatuur 22 Bijlagen 24 1 Conclusies consultatieronde leden van Commissie Van Hall II d.d. 10 april Soorten gebouwen in het Bedrijveninformatienet van het LEI 25 3 Berekening gebouwenkosten: akkerbouw, melkvee en overig 26 4 Berekening wijzigingspercentage bedrijfsgebouwen tot en met 35 jaar en na 35 jaar 29 5 Woord vooraf De commissie van Hall II heeft op 15 juni 2010 haar advies - De prijs van pacht - aan de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) uitgebracht. Onderdeel van het advies is om een onafhankelijke instelling te laten onderzoeken op welke manier de berekening van de hoogst toelaatbare pachtprijzen van agrarische bedrijfsgebouwen kan worden gemoderniseerd. Dat heeft in december 2010 geresulteerd in de LEI-nota : 'Hoogst toelaatbare pachtprijs van agrarische bedrijfsgebouwen'. De LEI-nota heeft twee verschillende berekeningsmanieren tegen het licht gehouden, een variant van de huidige op de hectarenorm gebaseerde berekening en een op de WOZ-waarde gebaseerde berekening. De Nota adviseert de huidige op de hectarenorm gebaseerde berekening van de hoogst toelaatbare pachtprijs van agrarische bedrijfsgebouwen verder uit te werken. Conform genoemd advies heeft het ministerie van EL&I het LEI begin 2011 opdracht gegeven onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de huidige op de hectarenorm gebaseerde berekening van de hoogst toelaatbare pachtprijs van agrarische bedrijfsgebouwen te moderniseren. Deze nota doet daarvan verslag. Namens de opdrachtgever is het onderzoek richting gegeven door Liesbeth Kap van de directie Europees Landbouwbeleid en Voedselzekerheid van het ministerie van EL&I, bijgestaan door Larissa Ensink van de directie Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van EL&I. De opdrachtgever heeft een begeleidingscommissie van deskundigen ingesteld onder voorzitterschap van de heer prof.mr. Van Hall. Van deze begeleidingscommissie maakten de volgende personen deel uit: - mr. J.G. Bongers (Centrale Grondkamer) - mr. L.S. Ensink (opdrachtgever EL&I) - prof. mr. A. van Hall (voorzitter) - drs. E. Kap (opdrachtgever EL&I) - ing. L.L.M. de Lorijn (deskundige) - J.G. van Maanen (deskundige) - ing. F.J. Somsen (deskundige) In de laatste bijeenkomst van de begeleidingscommissie op 10 april 2012 (bijlage 1) is de gemoderniseerde berekeningswijze van de hoogst toelaatbare pachtnormen van (agrarische) bedrijfsgebouwen ook ter afstemming voorgelegd aan de volgende personen, waaronder de overige leden van de Commissie Pachtnormen II: - ir. P.J. van der Eijk (BLHB) - A.F.M. Michielsen (LTO) - drs. C.S. Stein (ministerie van Financiën) - mr. M. Postma (ministerie van Financiën) - ing. G.R. van Woudenberg (FPG) Ir. L.C. van Staalduinen Algemeen Directeur LEI 6 Samenvatting Een nieuwe methodiek voor de berekening van de hoogst toelaatbare pachtprijs voor agrarische bedrijfsgebouwen wordt geïntroduceerd, waarbij nieuwe hectarenormen worden afgeleid van de kosten van de bedrijfsgebouwen van bedrijven in het Bedrijveninformatienet van het LEI (basisjaar voor de berekeningen is het boekjaar 2010) die de bedrijfsgebouwen in eigendom hebben. Bij de kostenberekening van de pachtprijzen per hectare voor bedrijfsgebouwen is de leeftijd van het gebouw betrokken, zodat rekening wordt gehouden met het feit dat een bedrijfsgebouw minder doelmatig wordt naarmate het ouder wordt. De doelmatigheid is echter niet alleen afhankelijk van de leeftijd. Er zijn meerdere factoren relevant voor de bepaling van de doelmatigheid van een bedrijfsgebouw en daarmee een redelijke pachtprijs. Daarom wordt de leeftijd gebruikt als indicatie voor de indeling in één van zes doelmatigheidscategorieën. Een gebouw met een leeftijd van één tot en met zeven jaar zal in het algemeen kunnen worden ingedeeld in de categorie 'nieuw'. Een gebouw met een leeftijd van acht tot en met veertien jaar past over het algemeen het best in de categorie 'zeer goed'. Een gebouw met een leeftijd van vijftien tot en met eenentwintig jaar past over het algemeen het best in de categorie 'goed'. Een gebouw met een leeftijd van 21 tot en met 28 jaar past over het algemeen het best in de categorie 'redelijk'. Een gebouw met een leeftijd van 28 tot en met 35 jaar past over het algemeen het best in de categorie 'matig'. Een gebouw dat ouder is dan 35 jaar past over het algemeen het best in de categorie 'slecht'. Op deze indeling kunnen uitzonderingen gerechtvaardigd zijn als de doelmatigheid beter of slechter is dan wat verwacht mag worden van een bedrijfsgebouw van een bepaalde leeftijd. Te denken valt onder meer aan situaties waarbij tussentijdse investeringen door de verpachter in het bedrijfsgebouw zijn gedaan; de aanwezigheid van meerdere bedrijfsgebouwen in een complex, waardoor niet één leeftijd vastgesteld kan worden; zeer goed of juist slecht onderhoud uitgevoerd door de verpachter; de kwaliteit van de gebruikte materialen en constructie bij de bouw van het bedrijfsgebouw; afspraken tussen partijen; aanwezigheid van meer (opslag)ruimten, stallen en aansluitingen dan gemiddeld, enzovoort. Het oude onderscheid tussen bedrijfsgebouwen in enerzijds veeteelt en gemengde bedrijven en anderzijds akkerbouwbedrijven is vervangen door een indeling bestaande uit drie categorieën: akkerbouwbedrijven, melkveebedrijven en overige bedrijven (tabel S.1). Deze drie verschillen substantieel in het type bedrijfsgebouw, de nieuwwaarde daarvan en het gemiddelde bedrijfsareaal. Tabel S.1 Hoogst toelaatbare pachtprijs per hectare voor de bedrijfsgebouwen van akkerbouwbedrijven, melkveebedrijven en overige bedrijven in 2012 Bedrijfstypen Doelmatigheid Nieuw Zeer goed Goed Redelijk Matig Slecht Akkerbouw Melkvee Overig Bron: Bedrijveninformatienet. De huidige degressieve berekeningswijze, waarbij de hectarenorm voor de eerste vijftien ha het hoogst is, komt te vervallen. De reden hiervoor is dat juist grote gebouwen, waarmee ook een groter areaal kan worden geëxploiteerd, meestal doelmatiger zijn dan kleine gebouwen. Omdat de hectarenormen zijn berekend door de gebouwenkosten te delen door het gehele bedrijfsareaal, moet in afwijking van de huidige situatie in alle gevallen het gehele bedrijfsareaal dat met het bedrijfsgebouw kan worden geëxploiteerd worden gebruikt bij toepassing van de normen. Daartoe moet worden nagegaan welke oppervlakte land met de aanwezige bedrijfsgebouwen, mede gelet op de doelmatigheid daarvan, kan worden geëxploiteerd. Er kunnen zich omstandigheden voordoen die ertoe leiden dat een ander aantal hectaren moet worden gehanteerd dan het feitelijk aanwezige aantal hectaren van het areaal. 7 8 De achttien hoogst toelaatbare pachtprijzen (hectarenormen) worden jaarlijks aangepast met de bouwkostenindex. Deze index berekent het LEI periodiek voor het Bedrijveninformatienet op basis van gegevens van het CBS. Het basisjaar van de berekeningen is De pachtnormen van 2012 (tabel S.1) zijn dan ook berekend door de bedragen van 2010 te vermenigvuldigen met de bouwkostenindexen van 2011 en De index voor 2011 is 2,40%, het gemiddelde over de vijfjarige periode en voor 2012 is het 2,17%, het gemiddelde over de vijfjarige periode Over deze twee jaar samen komt de bouwkostenindex uit op 4,62%. 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De commissie van Hall II heeft in 'De prijs van pacht' geadviseerd om een onafhankelijke instelling te laten onderzoeken op welke manier de berekening van de hoogst toelaatbare pachtprijzen van agrarische bedrijfsgebouwen kan worden gemoderniseerd. De commissie heeft in december 2010 de LEI-nota : 'Hoogst toelaatbare pachtprijs van agrarische bedrijfsgebouwen' opgeleverd. De LEI-nota heeft twee verschillende berekeningsmogelijkheden tegen het licht gehouden, te weten: een variant van de huidige op de hectarenorm gebaseerde berekening en een op de WOZ-waarde gebaseerde berekening. De Nota adviseert de huidige op de hectarenorm gebaseerde berekening van de hoogst toelaatbare pachtprijs van agrarische bedrijfsgebouwen te moderniseren. Dit verslag geeft daar inhoud aan. 1.2 Vraagstellingen Op welke manier kan de huidige berekening van de hoogst toelaatbare pachtprijs van agrarische bedrijfsgebouwen worden gemoderniseerd, ervan uitgaande dat de berekening op de hectarenorm blijft gebaseerd? Op welke manier kan, gegeven de gemoderniseerde berekening, de jaarlijkse aanpassing van de hoogst toelaatbare pachtprijzen voor bedrijfsgebouwen het beste worden uitgevoerd? 1.3 Opbouw In hoofdstuk 2 wordt een voorstel gedaan om de indeling in bedrijfstypen te moderniseren, omdat de in artikel 16 Pachtprijzenbesluit 2007 gebruikte bedrijfstypering niet meer wordt gehanteerd in de Landbouwtelling. In hoofdstuk 3 worden per bedrijfstype de jaarlijkse kosten van agrarische bedrijfsgebouwen vanaf de oprichting tot aan het eind van de technische levensduur berekend. Door die kosten door het areaal te delen waarvoor de bedrijfsgebouwen zijn bedoeld, worden de zogenaamde 'hectarenormen' per bedrijfstype gevonden. In hoofdstuk 4 wordt een voorstel voor de jaarlijkse aanpassing van genoemde hectarenormen gedaan. 9 2 Bedrijfstype-indeling 2.1 Functioneren van de huidige hectarenorm De huidige (per september 2009) hoogst toelaatbare pachtprijzen van agrarische bedrijfsgebouwen zijn vermeld in tabel 2.1 (art. 16 Pachtprijzenbesluit 2007). Ten opzichte van het Pachtprijzenbesluit 2007 is elk bedrag van de tabel in 2009 met 3,24% verhoogd. Dit tweejaarlijkse percentage is gebaseerd op de gemiddelde jaarlijkse inflatie volgens de Consumentenprijsindex (CPI) over de afgelopen vijf jaar ( ). Tabel 2.1 Hoogst toelaatbare pachtprijs (euro/ha) voor agrarische bedrijfsgebouwen per september 2009 Aard van het bedrijf Grootteklasse in ha Doelmatigheid zeer goed voldoende slecht Veeteelt- en gemengde bedrijven tot Akkerbouwbedrijven tot Bron: CBS, Pachtprijzenbesluit De bepaling van de pachtprijs van een agrarisch bedrijfsgebouw of gebouwencomplex met hectarenorm, laatste drie kolommen van tabel 2.1, werkt als volgt: Een agrarisch bedrijfsgebouw wordt door pachter en verpachter of de grondkamer als meer of minder doelmatig getaxeerd. Vervolgens wordt nagegaan welk oppervlakte land met dat bedrijfsgebouw, mede gelet op de doelmatigheid daarvan, kan worden geëxploiteerd. De combinatie van deze twee elementen leidt naar een getal, de hectarenorm, van tabel 2.1, de tabel met hectarenormen. Het te betalen pachtbedrag wordt berekend door de hectarenorm te vermenigvuldigen met de oppervlakte die met het gebouw kan worden geëxploiteerd. Bij deze berekening wordt degressief te werk gegaan. De eerste vijftien hectaren tegen de hoogste prijs, de volgende tien tegen de op één na hoogste prijs, enzovoort. 2.2 Modernisering van de bedrijfstype-indeling Er zijn twee redenen om bedrijfstypen te onderscheiden. De eerste reden is dat de soorten bedrijfsgebouwen evenals de (nieuw)waarde daarvan per bedrijfstype substantieel kunnen verschillen. De tweede reden betreft het functioneren van de hectarenorm, zoals in de vorige paragraaf geschetst. De hectarenorm, het bedrag per hectare, wordt immers vermenigvuldigd met de oppervlakte land dat met het bedrijfsgebouw kan worden geëxploiteerd. In geval van bijvoorbeeld een ligboxenstal op een melkveehouderijbedrijf is dat veelal het gehele bedrijfsareaal. Daarnaast verschilt het gemiddelde bedrijfsoppervlak per bedrijfstype. Beide redenen om bedrijfstypen te onderscheiden zijn daarmee ook de criteria waaraan de bestaande indeling in twee bedrijfstypen moet worden getoetst. 10 De huidige bedrijfstype-indeling zoals deze nu is vastgesteld in artikel 16 van het Pachtprijzenbesluit 2007 in enerzijds akkerbouwbedrijven en anderzijds veeteelt- en gemengde bedrijven functioneert niet optimaal. In de eerste plaats omdat de indeling in bedrijfstypen van tabel 2.1 is gebaseerd op de inmiddels vervangen Bedrijfsclassificatie Veehouderij, Akkerbouw en Tuinbouw (VAT-bedrijfstypering) van 1968 gebaseerd op standaard bedrijfseenheden (sbe). In de tweede plaats omdat de nieuwwaarde van de bedrijfsgebouwen van melkveebedrijven tegenwoordig substantieel hoger is dan die van gemengde bedrijven, terwijl die in tabel 2.1 bij elkaar zijn gevoegd. In de derde plaats verschillen veeteelt- en gemengde bedrijven qua gemiddeld bedrijfsareaal. Dit frustreert toepassing van de hectarenorm. De sinds 2010 in de EU gangbare bedrijfstypering op basis van Standaardopbrengst (SO) onderscheidt acht hoofdtypen en 37 typen (Land- en tuinbouwcijfers 2011, LEI/CBS 2011: p. 23). Als we de grondgebonden bedrijfstypen selecteren, dan leidt dat tot: - akkerbouwbedrijven (hoofdtype 1); - melkveebedrijven (type 4500); - overige graasdierbedrijven (hoofdtype 4, exclusief type 4500 (melkveebedrijven) en type 4611 (vleeskalverenbedrijven); - gemengde bedrijven (type 7300 en hoofdtype 8). Uitgesloten, omdat het niet relevant is om er een hectarenorm op toe te passen, zijn type 2 en type 3 (beide tuinbouwbedrijven), type 6 (gewassencombinaties), type 5 (hokdierbedrijven), type 4611 (vleeskalverenbedrijven) en type 7400 (veeteeltcombinaties, vooral hokdierbedrijven). In de volgende paragrafen wordt nagegaan of de indeling in vier grondgebonden bedrijfstypen nog verder kan worden samengevoegd. Daarbij staan de eerder genoemde criteria centraal: omvang bedrijfsareaal, soorten bedrijfsgebouwen en nieuwwaarde bedrijfsgebouwen. 2.3 Bedrijfsareaal per bedrijfstype Tabel 2.2 geeft het gemiddelde bedrijfsareaal van de in paragraaf 2.2 weergegeven vier bedrijfstypen. Qua bedrijfsoppervlakte blijken er aanzienlijke verschillen tussen enerzijds akkerbouw- en melkveebedrijven en anderzijds overige graasdier- en gemengde bedrijven. Hoewel de gemiddelde oppervlakte van akkerbouwbedrijven en melkveebedrijven niet zoveel van elkaar afwijkt, is er wel een aanzienlijk verschil in de spreiding in bedrijfsoppervlakte. In het bedrijfstype akkerbouw zit een grote groep zeer kleine bedrijven die het gemiddelde aanzienlijk drukt. In de melkveehouderij is dat veel minder het geval, omdat de meeste kleine melkveebedrijven in de afbouwfase vaak in de groep overige graasdierbedrijven eindigen. Voor het toepassen van de hectarenorm ligt op basis van de omvang van het bedrijfsareaal een indeling in vier bedrijfstypen voor de hand. Daarbij wordt opgemerkt dat de groep gemengde bedrijven klein is. Tabel 2.2 Gemiddeld bedrijfsareaal per bedrijfstype, 2009 Bedrijfstype Aantal Ha per bedrijf Akkerbouw ,4 Melkvee ,4 Overig graasdier ,2 Gemengd ,4 Totaal ,3 Bron: Landbouwtelling 2.4 Soorten bedrijfsgebouwen per bedrijfstype Op melkveebedrijven, overige graasdierbedrijven en gemengde bedrijven komen bijna alle in tabel 2.3 weergegeven gebouwen veel voor. Akkerbouwbedrijven exploiteren minder soorten gebouwen dan de andere bedrijven; het gebouwencomplex van akkerbouwbedrijven bestaat doorgaans uit een bedrijfsruimte, een koelruimte en een opslagruimte. Tabel 2.3 Soorten bedrijfsgebouwen per bedrijfstype (SO) a) Akkerbouw (type 1) Melkvee Overig graasdier Gemengd Bedrijfsruimte X X X X Koelruimte X Melkveestal X X X Mestberging X X X Opslagplaat X X X Opslagruimte X X X X Vleesrundstal X X X a) Een kruisje geeft aan dat een bedrijfsgebouw binnen een bedrijfstype veelvuldig voorkomt. Bron: Bedrijveninformatienet. Op basis van het bedrijfsgebouwencomplex ligt een indeling in enerzijds akkerbouwbedrijven en anderzijds de overige drie grondgebonden bedrijfstypen voor de hand. Zie ook bijlage 2 voor een overzicht van alle in het Bedrijveninformatienet onderscheiden gebouwen. 2.5 Nieuwwaarde bedrijfsgebouwen Uit het Bedrijveninformatienet van het LEI is een selectie gemaakt van alle onderscheiden grondgebonden bedrijven met als aanvullende voorwaarde dat alle gebouwen in eigendom van de ondernemer moeten zijn. De selectie op eigendom is nodig omdat de diverse kosten van gepachte bedrijfsgebouwen, zoals afschrijvingskosten, rentekosten, onderhoudskosten en vaste lasten, niet uit de boekhoudingen van agrarische ondernemingen die door het LEI worden bijgehouden, blijken. Van gepachte bedrijfsgebouwen legt het LEI alleen de betaalde pacht vast. Tabel 2.4 Grondgebonden bedrijven met alle gebouwen in eigendom van de gebruiker, 2010 Aantal bedrijven Bedrijfsareaal (ha) Nieuwwaarde gebouwen (euro) Nieuwwaarde gebouwen per hectare (euro) Akkerbouw , Melkvee , Overig , Bron: Bedrijveninformatienet. De nieuwwaarde van de bedrijfsgebouwen op is zowel totaal als per hectare veel hoger dan op de andere bedrijfstypen (tabel 2.4: 3e en 4e kolom). Aangezien de nieuwwaarde van bedrijfsgebouwen van graasdier- en gemengde bedrijven enigszins overeenkomt en gemengde bedrijven weinig voorkomen zijn beide samengevoegd tot de groep 'overige grondgebonden bedrijfstypen'. De nieuwwaarde van de bedrijfsgebouwen van die groep is het laagst, maar per hectare substantieel hoger dan die van akkerbouwbedrijven. Kortom, op basis van de nieuwwaarde van bedrijfsgebouwen ligt het voor de hand akkerbouwbedrijven, melkveebedrijven en de overige grondgebonden bedrijven apart te onderscheiden. 12 2.6 Conclusie Voor de berekening van de pachtnormen van agrarische bedrijfsgebouwen kan het best worden uitgegaan van drie bedrijfstypen, te weten: akkerbouwbedrijven, melkveebedrijven en overige grondgebonden bedrijven. Deze drie bedrijfstypen verschillen substantieel voor wat betreft de soorten bedrijfsgebouwen, de nieuwwaarde daarvan per hectare en het gemiddelde bedrijfsareaal (in mindere mate). De redenen om overige graasdierbedrijven en gemengde bedrijven samen te voegen tot overige grondgebonden bedrijven is het beperkt voorkomen van gemengde bedrijven en het voorkomen van dezelfde soorten gebouwen met een vergelijkbare nieuwwaarde op beide bedrijfstypen. Hiermee is de indeling in bedrijfstypen aangepast. De vroegere tweedeling volgens de oude VATtypering in enerzijds melkvee- en gemengde bedrijven en anderzijds akkerbouwbedrijven wordt vervangen door een driedeling binnen de huidige bedrijfstypering, melkveebedrijven, akkerbouwbedrijven en overige grondgebondenbedrijven (overige graasdierbedrijven en gemengde bedrijven). 13 3 Kosten van agrarische bedrijfsgebouwen 3.1 Inleiding Voorgesteld wordt om de jaarlijkse kosten van agrarische bedrijfsgebouwen in principe te berekenen op de manier waarop deze door het LEI in haar bedrijfseconomische boekhouding wordt opgenomen. Deze manier van het berekenen van kosten voor agrarische bedrijfsgebouwen wordt ondersteund door het ministerie van EL&I, de opdrachtgever van het Bedrijveninformatienet, en LTO. Het LEI onderscheidt drie soorten kosten van bedrijfsgebouwen, afschrijvingskosten (paragraaf 3.2), rentekosten (paragraaf 3.3) en onderhoudskosten en vaste lasten (paragraaf 3.4). 3.
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks