Please download to get full document.

View again

of 13
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Nieuw Nederlands 5 e editie 1vmbo-kgt Antwoorden Leerboek

Category:

Internet & Web

Publish on:

Views: 22 | Pages: 13

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Hoofdstuk 3 Lezen 1 Opdracht 1 1 twee alinea's 2 sportende meisjes 3 combinatie school en topsport 4 in het begin 5 B Hoe je school en topsport kunt combineren op het Carmel College. 2 Opdracht 2 1 vijf
Transcript
Hoofdstuk 3 Lezen 1 Opdracht 1 1 twee alinea's 2 sportende meisjes 3 combinatie school en topsport 4 in het begin 5 B Hoe je school en topsport kunt combineren op het Carmel College. 2 Opdracht 2 1 vijf alinea's 2 advies van brugklassers aan basisschoolleerlingen 3 één alinea 4 de alinea's 2, 3 en 4 5 boven alinea 2 6 boven alinea 4 7 D vragen over het onderwerp 8 De school heeft genoeg aanmeldingen. 9 in de eerste zin van het slot 3 Opdracht 3 1 leerlingen die op de grond zitten 2 derdewereldles (van Anna, Emma, Lieke en Myrthe) 3 één alinea 4 alinea's 2, 3 en 4 5 alinea 2 6 alinea's 3 en 4 7 alinea 5 8 a campagne (al. 2) 3 grote actie voor een bepaald doel b schaften aan (al. 2) 5 kochten c telraam (al. 2) 1 een rek van tien ijzerdraden met elk tien kralen waarmee je kunt rekenen d vooral (al. 3) 4 in het bijzonder e voorste (al. 3) 6 meest vooraan f heeft de smaak te pakken (al. 5) 2 gaat het leuk vinden en wil het vaker doen g weeshuis (al. 5) 7 tehuis voor kinderen die geen ouders meer hebben 9 project 10 Anna (14), Emma (15), Lieke (15) en Myrthe (14) laten groep 5/6 van de Jan Ligthartschool uit Woudenberg voelen hoe het is om in een arm land naar school te gaan. 11 Meer aandacht krijgen voor kinderrechten. 12 Meisjes mogen vaak in derdewereldlanden niet naar school. 13 Ze zullen zich herinneren dat zij heel lang op de grond moesten zitten. 14 Emma wil graag zelf zien hoe het in een derdewereldland is. 4 [*]Opdracht 4 1 Zaterdagschool in de Schilderswijk 2 Zaterdagschool in de Schilderswijk 3 één alinea 4 alinea's 2 t/m 7 5 alinea's 3 en 4 6 alinea 6 7 één alinea 8 de handen ineenslaan samenwerken Noordhoff Uitgevers bv, momenteel nu coördinator iemand die alles regelt project een plan dat meerdere mensen samen uitvoeren aangeven duidelijk maken bijdraagt helpt gepast fatsoenlijk is stralend enthousiast vindt het heel erg leuk persoonlijke gegevens informatie over één persoon 9 Iedereen uit de wijk moet kunnen binnenkomen en kunnen meedoen. 10 Oumaima en Boutaina zitten niet in de brugklas. Zij zijn zich aan het voorbereiden op de brugklas (warm lopen voor de brugklasgroep). 11 De Zaterdagschool staat open voor iedereen uit de Schilderswijk die zich verder wil ontwikkelen. 12 Bijvoorbeeld: Ik zou het leuk vinden om op de Zaterdagschool beter te worden in Nederlands. 5 Opdracht 5 Eigen invulling. Kijken en luisteren 6 Opdracht Opdracht 2 a waar b waar c waar d waar 8 Opdracht 3 1 Acteurs moeten geloofwaardig overkomen en het is belangrijk om te weten dat het veel verschil maakt hoe een tekst wordt uitgesproken: een zin kan zo vier verschillende betekenissen hebben. 2 Heel overdreven praten; zorgen dat iedereen je goed kan verstaan; heel groot en duidelijk spelen. 3 Het is belangrijk om te weten waar de verschillende emoties in je lijf zitten en hoe je deze emoties kunt overbrengen aan je publiek. 4 9 Opdracht 4 1 Het onderwerp is de kip. 2 Ja, hij doet alsof hij dat is. Hij aarzelt, wiebelt en heeft een onzekere lichaamshouding. 3 Nee, dat legt hij niet uit in de inleiding. Hij geeft gedurende zijn spreekbeurt wel aan wat hij gaat behandelen en waarom. 4 Nee, niet consequent, maar de structuur is wel duidelijk. 5 Nee, hij gebruikt weinig moeilijke woorden. Soms gebruikt hij formele taal ('De kip behoort tot de vogelsoorten.'). 6 Ja, hij kijkt zijn publiek aan. 7 Nee, de plaatjes zijn te klein (en hij heeft een groter plaatje op de voorkant van het boek staan). 8 Hij doet voor hoe een hen/kip kakelt en hoe een haan kraait Noordhoff Uitgevers bv, 10 Opdracht 5 Spreken en gesprekken 11 Opdracht 1 1 Jan en Willem Boelens zijn aan het darten. 2 demonstreren 3 12 Opdracht Ja, ze zegt: 'Nou... eh... dat was het.' 3 Ze bespreekt vier deelonderwerpen: de geschiedenis; hoe maak je een strip; het Stripmuseum; verschillende strips Opdracht 3 14 Opdracht 4 Schrijven 15 Opdracht 1 1 gerbils 2 dia B 3 voeding 4 a Dia A slot b Dia B inleiding c Dia C middenstuk 16 Opdracht 2 1 vijf of meer verschillende lettertypes 2 De meeste mensen vinden de zwarte letters het best leesbaar. 3 Het plaatje met het tennisracket en de tennisbal kan in ieder geval weg. Dat is onbelangrijk bij deze presentatie. Ook de andere plaatjes zijn niet heel goed gekozen. 4 Bijvoorbeeld: Banaan suikers energie voedingsstoffen vitaminen mineralen of Voedingsstoffen suikers vitamine C kalium calcium fosfor magnesium Noordhoff Uitgevers bv, 17 Opdracht 3 Woordenschat 18 Opdracht 1 1 smoes 2 smoezen die hun kracht verloren hebben omdat ze al zo vaak zijn gebruikt 3 werken niet meer 4 ideeën en energie om iets te doen 19 Opdracht 2 1 ruimte 2 sterren, planeten en maan 3 grote verrekijker 4 miljoenen sterren bestuderen of sterren van andere planetenstelsels die nog verder weg liggen 5 ons zonnestelsel en alle zichtbare sterren 6 Let op: in de eerste druk hoort deze opdracht bij vraag 5. breek je je hoofd over kun je het niet begrijpen met het blote oog zonder hulpmiddelen telescoop verrekijker waarmee je naar de sterren kunt kijken zichtbaar te zien Let op: in de eerste druk is het woord 'bestuderen' niet onderstreept. bestuderen onderzoeken maken deel uit van zijn onderdeel van behoren tot horen bij slechts alleen maar detail klein onderdeel talloze vele bevat houdt in tevens ook markeer streep aan vat samen herhaal kort kern hoofdzaak 20 Opdracht 3 Denk maar aan, Voorbeelden (hiervan zijn), Zo, zoals 21 Opdracht 4 1 nakijken 2 basis 3 agressief 4 regelmatig 5 meteen 6 actualiteit 22 Opdracht 5 1 Safina behoort tot de besten van de klas bij Engels. 2 Weet jij nu al wat je na het vmbo gaat studeren? 3 De markering op de weg was in de mist niet te zien. 4 Welke krant publiceert vaak de mooiste foto's? Noordhoff Uitgevers bv, 5 Het actuele weerbericht kun je vinden op knmi.nl. 6 Voor geschiedenis moeten we een samenvatting maken. 7 Met een donkere jas ben je in het donker onzichtbaar. 8 De minister excuseert zich voor zijn botte uitspraak. 23 Opdracht 6 Bijvoorbeeld: je hoofd breken over: Johan breekt zich het hoofd over die moeilijke rekensommen. deel uitmaken van: Rianne en Sanne maken deel uit van onze vriendengroep. bevatten: Sinaasappels, aardbeien en druiven bevatten veel vitaminen. telescoop: Met een telescoop kun je 's avonds heel veel sterren zien. met het blote oog: Bacteriën zijn te klein om met het blote oog te zien. kracht verliezen: De zon verliest aan het eind van de dag haar kracht. 24 Opdracht 7 Mogelijke antwoorden: 1 Sem is heel zelfstandig, want hij gaat helemaal alleen op vakantie naar Australië. 2 De journalist ziet echt alle details op die foto, zoals de oorbellen van de minister. 3 Met zo'n fraaie telescoop kun je heel veel zien, bijvoorbeeld een deel van de Melkweg. 4 Ik volg alle hypes. Zo is er een nieuwe game voor mijn iphone die ik moet hebben. 5 Als je goed de klas in kijkt, wordt opeens heel veel zichtbaar: Jorrit en Timo zitten te tekenen, Isa en Nadia hebben een verkeerd boek op tafel liggen en Guliz heeft haar trui verkeerd om aan. 25 Opdracht 8 Kijk op taal 26 Opdracht 1 1 Eigen antwoorden. (De leerlingen bespreken met elkaar hoe ze verschillende mensen begroeten.) 2 Bijvoorbeeld: Omdat er respect blijkt uit een groet. 27 Opdracht 2 1 Nee, ze komen niet uit de standaardtaal: niet elke Nederlander begrijpt deze woorden. De spelers moeten de woorden uitleggen. 2 Nee, zij vraagt om uitleg; zij begrijpt de meeste woorden niet. 3 Bijvoorbeeld: Ze bewegen veel met hun armen en ze leunen tegen hun desk aan. 4 dampoe 5 Bijvoorbeeld: mattie, fawaka, djonko, doekoe, daggoe, dampoe, dope, boemlauwe. 28 Opdracht 3 29 Opdracht 4 1 lappen 2 Zo spreek je het uit: lapidèr. 3 lapzwans: lapzwansen 4 Je moet kijken bij het woord 'deken'. Noordhoff Uitgevers bv, 30 Opdracht 5 1 l a w a a i 2 b e l l e t j e 3 g i r a f f e n/s 4 o p a s 5 d j o b 6 h e t 7 l o k a a l t j e Het woord is: ALFABET Grammatica zinsdelen 31 Opdracht 1 Bijvoorbeeld: 1 Alle brugklassers schrijven een berichtje op de website van hun basisschool. 2 Na een paar weken school verlangen wij al weer naar de vakantie. 3 Vorige week zag ik de dvd-opname van de afscheidsmusical van groep acht voor het eerst. 4 Het meisje dat in de musical de hoofdrol speelde, zit nu bij mij in de klas. 5 Hebben mijn klasgenoten mijn nieuwe rugzak volgeschreven? 32 Opdracht 2 1 maken 2 is 3 heeft 4 kijk 5 zie 6 wint 33 Opdracht 3 1 vier 2 vijf 3 drie 4 vijf 5 vijf 6 vijf 34 Opdracht 4 1 Die sukkel 2 De militairen 3 indrukwekkende piramides 4 Wij 5 de eerstejaars 6 De meeste buien Noordhoff Uitgevers bv, 35 Opdracht 5 1 pv: noemen ow: we 2 pv: hebben ow: Tienduizenden Nederlanders 3 pv: ontstaat ow: De stinkende geur 4 pv: leven ow: Bacteriën 5 pv: breken ow: ze 6 pv: ontstaat ow: zwavel 7 pv: kan ow: Dat stofje 8 pv: kreeg ow: je 9 pv: moest ow: je 10 pv: kun ow: je 11 pv: helpt ow: dit 12 pv: zitten ow: De bacteriën 13 pv: heeft ow: men 14 pv: moet ow: Je 15: pv: houden ow: bacteriën 16: pv: zullen ow: ze 17 pv: kan ow: Je tandarts 18 pv: helpt ow: Poetsen van je tanden en flossen 36 Opdracht 6 Bijvoorbeeld: In Egypte hebben de eerstejaars vrijdag vrij. De militairen gaan vanwege een studiedag voor de docenten naar de Ardennen. Grammatica woordsoorten 37 Opdracht 1 1 s t u d e r e n 2 s c h a a p 3 h e t 4 w e r k w o o r d 5 l i d w o o r d 6 z e l f s t a n d i g Het woord is: SCHOOL Noordhoff Uitgevers bv, 38 Opdracht 2 1 omkleden 2 uitvinden 3 overdoen 4 opwinden 5 uitzetten 6 weggaan 39 Opdracht 3 1 Jij blijft vanmiddag een uurtje na. 2 Op het strand spoelen honderden schoenen aan na de storm. 3 Ik richt mijn slaapkamer in met tweedehands meubels. 4 De krokodil eet de onderzoeker met huid en haar op. 5 Over een paar jaar doet de schaatsster mee aan de Olympische Winterspelen. 6 Die vechters komen elkaar overal tegen. 7 Tijdens de wedstrijd valt de verdediger goed aan. 8 Wat spook jij daar uit? 9 Mijn zus tut zich elke zondag op. 10 Stan leest zijn antwoorden voor. 40 Opdracht 4 41 Opdracht 5 1 de, het, een 2 Bijvoorbeeld: mens persoon, meisje, oom 3 Bijvoorbeeld: plant geranium, zonnebloem, viooltje 4 Bijvoorbeeld: dier olifant, tijger, muis 5 Bijvoorbeeld: eigennaam Stan, Marie, Nederland 6 Bijvoorbeeld: studeren, slapen, oefenen 7 Bijvoorbeeld: weggooien, inhalen, optillen 8 Eigen invulling. 42 Opdracht 6 zin lw zn ww over 1 de, de fietsers, moesten, van politie doorrijden 2 de, de gevolgen, zijn van, rampzalig aardbeving 3 de, de winter, Hongerwinter noemt van , men 4 de toeristen, denken, dat, altijd, op Nederlanders, klompen lopen 5 een Ed, kocht voor Fred, fretje 6 een Gijs, Anne, hebben, en opa, laptop gegeven 7 de, de trainer, voetballers moeten, aanvallen van Spelling Noordhoff Uitgevers bv, 43 Opdracht 1 paklijst paklijsten; klas klassen; werkweek werkweken; zaklamp zaklampen; slaapzak slaapzakken; toilettas toilettassen; rugtas rugtassen; zwembroek zwembroeken; hemd hemden; washand washanden; handdoek handdoeken; stripverhaal stripverhalen; lunchpakket lunchpakketten; peer peren; brood broden; kaas kazen; brief brieven; mentor mentoren/mentors 44 Opdracht 2 +en verdubbel +en min a, e, o, u +en f v +en s z +en damborden bommen kronen bedrijven feesten kwallen stenen hazen lijsten schooltassen verhalen kroezen trouwdagen vertrekken vragen kuiven werktuigen vlokken zaken olijven 45 Opdracht 3 1 schoenen stoelen manieren gebouwen dagen 2 knallen bruggen takken leraressen ballen 3 bananen dromen tomaten heren kuren 4 staven duiven smoezen kloven poezen 46 Opdracht 4 dieren wrakken kratten groepen wratten antwoorden mollen toppen nekken dijken smoezen kantoren zeven lokalen oren glazen benen lagen wijven ganzen 47 [*]Opdracht 5 kopie kopieën; kolonie koloniën; idee ideeën; ree reeën; categorie categorieën; braderie braderieën; genie genieën; zee zeeën 48 Opdracht 6 1 mysterie 2 januari 3 solliciteren 4 interview 5 hysterisch 6 campagne 7 telescoop 8 vandalisme 9 excuses 10 typografie 11 met het blote oog 12 inspiratie 13 talloze 14 het hoofd breken 15 detail 49 Opdracht 7 1 val 2 groet 3 schrijf 4 verberg Noordhoff Uitgevers bv, 5 land 6 verf 7 vraag 8 vertel 9 troost 10 lees 50 Opdracht 8 1 lukt 2 ren 3 wandelt 4 begint 5 Hoor 51 Opdracht 9 1 rijdt 2 vindt 3 biedt 4 Raad 5 brand 52 Opdracht 10 1 waarschuwen 2 belooft 3 niest 4 ruimt 5 feliciteren 6 Rijd 7 Griezelen 8 houdt 53 Opdracht 11 1 loopt 2 verzoekt 3 Heb 4 luistert 5 gebeurt 6 combineert 7 vindt 8 onthoud 9 antwoordt 10 vermoedt 54 Opdracht 12 gaat gaan vertrek vertrekt blijven blijft vindt vind hoef hoeft pakt pak stapt stap vindt vind Formuleren 55Opdracht 1 Noordhoff Uitgevers bv, 1 d i k s t 2 b r a a f 3 b e t e r 4 m e e s t 5 s t r a k Het woord is: KATER 56 Opdracht 2 aardig aardiger aardigst boos bozer boost chagrijnig chagrijniger chagrijnigst / meest chagrijnig dapper dapperder dapperst druk drukker drukst enthousiast enthousiaster meest enthousiast graag liever liefst laf laffer lafst lekker lekkerder lekkerst schoon schoner schoonst spannend spannender spannendst stoer stoerder stoerst vies viezer viest weinig minder minst zielig zieliger zieligst 57 Opdracht 3 1 Eerlijk gezegd vind ik zoete drop lekkerder dan zoute. 2 In de eerste ronde was Eric bijna net zo snel als Peter. 3 Shirley beweert dat Apeldoorn niet half zo groot is als Amsterdam. 4 Veel leerlingen werken liever alleen dan in een groepje. 5 Madrid is niet zo ver als Lissabon, denk ik. 6 Wendy is minstens even druk als haar broertje. 7 Kleine auto's rijden een stuk zuiniger dan grote terreinwagens. 8 Die cake smaakt morgen net zo goed als vandaag. 58 Opdracht 4 1 Bert lijkt groter dan Ina, maar hij is even groot als zij. 2 Robbert kan veel harder lopen dan ik. 3 Waarom hebben wij minder uren wiskunde dan zij? 4 Ik vind dat Laura minstens even goed zingt als jij. 5 Het eerste team traint natuurlijk veel vaker dan wij. 6 Vind jij dat Ron beter kan koppen dan ik? 8 Let op: fout in eerste druk. 59 Opdracht 5 Let op: in de eerste druk mist 'stellende trap' als mogelijkheid bij de opdracht. Bijvoorbeeld: 1 Chantal is liever dan haar zusje. 2 Boaz voetbalt beter dan zij. 3 Mare leert even snel als haar vriendinnen. 4 K3 zingt nog veel valser dan Sieneke. 5 Is Thor net zo oud als jij? 6 Fietst Jarik sneller dan hij? 7 Meneer Chün schrijft netter dan mevrouw Zetstra. 8 Eet Ward veel meer dan zijn buurjongens? Noordhoff Uitgevers bv, Poëzie en fictie 60 Opdracht 1 1 Bijvoorbeeld: water 2 een gedicht 3 Bijvoorbeeld: op kussenslopen, op ramen, op muren, op grafstenen, op trouwkaarten, op geboortekaartjes of op monumenten. 61 Opdracht 2 1 De regels zijn korter dan bij een andere tekst het geval zou zijn. De tekst is in stukjes/strofen verdeeld. De regels rijmen op elkaar. 2 wou wou wou zou moet doet zin in van dan rond gezond 3 uit drie strofen 4 Dit is een belangrijke zin uit het gedicht. Op deze manier krijgt de zin extra nadruk. 5 verveelt Opdracht 3 1 Sommige woorden rijmen op elkaar. Het verhaal wordt op een bijzondere manier verteld (mengvorm strip en gedicht). 2 had kat kwaad praat stootje pootje 3 Bijvoorbeeld: A onzeker/angst B angst/onzeker/woede C pijn D woede E woede F onzeker G oplettend H twijfel I twijfel J leedvermaak 4 63 Opdracht 4 1 De tekst is verdeeld in stukjes. De dichter vertelt zijn boodschap op een bijzondere manier. 2 uit drie strofen 3 Bijvoorbeeld: streep/verder 4 A grens 5 Bijvoorbeeld: over grenzen verleggen. 6 Test Lezen 1 inleiding Noordhoff Uitgevers bv, 2 conciërge Richard 3 alinea's 2 t/m 4 4 alinea 5 5 'Als de leerlingen van het Stedelijk Dalton College in Dordrecht 500 euro opbrengen, mag invalconciërge en fietsenmaker Richard blijven.' 6 wegens bezuinigingen van de school 7 Bijvoorbeeld: Richard was helemaal in de war. Woordenschat 8 talloze vele burgers gewone mensen 9 standbeelden, gedenkstenen, gebouwen opgericht ter herinnering aan een persoon of een belangrijke gebeurtenis 10 gedenkplaat 11 gedenktekens Grammatica zinsdelen 12 Je moet de woordvolgorde van de zin een paar keer veranderen. De woorden die je samen voor de persoonsvorm kunt zetten vormen samen één zinsdeel. 13 a pv: speelt; ow: Ajax b pv: zaten; ow: we c pv: stortte; ow: de luchtballon Grammatica woordsoorten 14 B uitleven, inrichten, tegenkomen 15 a De conciërge maakt vanmiddag de gymzaal schoon. b Wanneer maak jij de opdracht nu eens af? c Wijs mij op de kaart aan waar Vaassen ligt. 16 a lw: de, een; zn: hartslag, muis, keer, minuut b lw: de, de; zn: dag, school c lw: de, de, een; zn: docent, les, gedicht Spelling 17 niet waar 18 katten brokken klassen hoeden trollen poppen vrekken vorken heksen gitaren raven palen 19 Behandelt, gebeurt, vindt, niest 20 interview, hysterische, solliciteren, typografie Noordhoff Uitgevers bv,
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks