Please download to get full document.

View again

of 9
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag DJB/JZ juni PDF

Category:

Retail

Publish on:

Views: 12 | Pages: 9

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Programmaministerie voor Jeugd en Gezin De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag 20 juni 2007 Onderwerp
Transcript
Programmaministerie voor Jeugd en Gezin De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus EA DEN HAAG Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag 20 juni 2007 Onderwerp Bijlage(n) Uw brief Stand wachtlijst jeugdzorg en AMK 1. Aanleiding Het Kabinet hecht er grote waarde aan dat kinderen die kampen met ernstige opgroei- en opvoedproblemen, tijdig de noodzakelijke zorg ontvangen. De afgelopen jaren is het beroep op de diverse vormen van jeugdzorg flink toegenomen. Een stijging van de vraag hoeft niet negatief te worden beoordeeld. Het is immers belangrijk dat ouders en kinderen steun zoeken bij de jeugdzorg als zij (ernstige) problemen ervaren bij de opvoeding én dat burgers melding doen van situaties waarbij iets mis dreigt te gaan in een gezin. Door betere vroegsignalering wordt een behoefte zichtbaar die voorheen verborgen bleef. En mede naar aanleiding van een aantal trieste incidenten is de maatschappelijke bereidheid om problemen in gezinnen en kindermishandeling te melden toegenomen. In 2006 hebben de provincies een aanvalsplan uitgevoerd om de wachtlijsten in de provinciale jeugdzorg terug te dringen en zijn extra inspanningen gepleegd om ook de wachten doorlooptijden bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling te bekorten. De toenmalige staatssecretaris van VWS heeft u bij brief van 16 februari 2007 geïnformeerd over de resultaten 1. Tijdens het spoeddebat van 26 april 2007 heeft uw Kamer mij verzocht om u in ieder geval voor het Algemeen Overleg dat wij op 27 juni hebben, te informeren over de huidige stand van de wacht- en doorlooptijden bij de Advies- en Meldpunten Kindermishandeling en het provinciale zorgaanbod. Voorts heb ik tijdens het vragenuur van 15 mei 2007 toegezegd, om u versneld te informeren over de stand van de wachtlijst in de provinciaal gefinancierde jeugdzorg. Dit, naar aanleiding van zorgelijke signalen dat de wachtlijst weer op zou lopen. Deze brief gaat in op beide toezeggingen. Ik zal daarbij de vragen betrekken die de leden van de fracties van ChristenUnie, PvdA, D66, SGP, GroenLinks en PVV hebben gesteld over het kunstmatig oplossen van de wachtlijsten in de jeugdzorg. 1 Tweede Kamer , nr 99 Postbus BD DEN HAAG Telefoon (070) Fax (070) Bezoekadres: Correspondentie uitsluitend Parnassusplein 5 richten aan het postadres 2511 VX DEN HAAG met vermelding van de datum en het kenmerk van deze brief Internetadres: 2 Ik ga voorts in op de voortgang van het aanvalsplan dat wordt uitgevoerd door GGZ- Nederland en Zorgverzekeraars Nederland om de wachtlijst in de jeugd-geestelijke gezondheidszorg terug te dringen. Tijdens het Algemeen Overleg van 12 april jongstleden heb ik aangegeven u hierover te informeren, zodra ik de cijfers heb. Tenslotte kom ik terug op het verzoek van de commissie voor Jeugd en Gezin over de mogelijkheden om de frequentie van de aanlevering van cijfermatige overzichten van wachtlijsten structureel te verhogen. Over de stand van zaken van de uitvoering van de motie Çörüz c.s. (28 168, nr. 42), waar de commissie eveneens naar vroeg, kan ik het volgende opmerken: Deze motie verzocht om een onderzoek naar de mogelijkheden om te komen tot één financieringsbron voor de jeugdzorg. Dit onderzoek heeft plaatsgevonden samen met de evaluatie van de Wet op de jeugdzorg. Het vorige kabinet heeft u hierover bij brief van 29 november 2006 geïnformeerd. 2. Wachtlijst provinciaal gefinancierd zorgaanbod 2.1. Omvang van de wachtlijst De toenmalige staatssecretaris van VWS heeft in april 2006 prestatie-afspraken gemaakt met alle provincies en grootstedelijke regio s. Deze afspraken hadden als doel de wachtlijst van kinderen die langer dan negen weken op provinciaal gefinancierde jeugdzorg wachten, weg te werken. Door dit aanvalsplan is de wachtlijst teruggedrongen van kinderen per 1 januari 2006 tot 284 kinderen per 31 december Daarnaast hebben, zoals de staatssecretaris in haar brief heeft aangegeven, 130 kinderen wél een aanbod ontvangen, maar is dit aanbod om verschillende redenen niet gerealiseerd 2. Het totaal aantal kinderen dat eind vorig jaar langer dan negen weken op zorg wachtte, bedroeg derhalve nog 414. Nadat ik zorgelijke signalen ontving dat de wachtlijst dit jaar weer op zou lopen, heb ik de provincies bij brief van 9 mei gevraagd om mij versneld te informeren over de stand van de wachtlijst per 1 april Uit de ontvangen informatie blijkt dat het aantal wachtenden is opgelopen van 414 tot bijna (zie onderstaande tabel). De omvang van de wachtlijst loopt zeer uiteen: in twee provincies is nauwelijks een wachtlijst, terwijl in andere provincies de wachtlijst fors is opgelopen. Bijna de helft van de kinderen (47 procent) wacht op ambulante hulp, 12 procent op dagbehandeling, 19 procent op pleegzorg en 23 procent op een residentiële plek. Tabel 1. Kinderen die langer dan negen weken na de indicatie wachten op jeugdzorg provincie/gsr 1 januari april 2007 Noord Holland Zuid Holland Zeeland Noord Brabant Gelderland Utrecht Het kind was op vakantie of verbleef in een ziekenhuis, het kind of de ouder gaf er de voorkeur aan om te wachten op de eerst aangewezen zorg en wees om die reden het aanbod voor vervangende zorg af, of men koos ervoor niet op het aanbod in te gaan omdat men wilde wachten op een aanbod dat dichter bij huis kon worden gerealiseerd. 3 Flevoland Limburg Friesland 0 81 Groningen 0 62 Drenthe 0 5 Overijssel Amsterdam Rotterdam Haaglanden 0 4 Subtotaal 284 Aantal kinderen dat wel aanbod kreeg maar dat niet kon worden gerealiseerd (zie voetnoot 2) 130 Is onderdeel van bovengenoemde cijfers Totaal Bron: provincies Naar aanleiding van artikelen in een aantal kranten, waarin wordt aangegeven dat volgens de MOgroep de wachtlijsten kunstmatig kort worden gehouden, hebben diverse leden van fracties vragen gesteld. Deze leden vragen mij of de wachtlijsten in de jeugdzorg kunstmatig zijn teruggebracht of kort worden gehouden, doordat kinderen van de wachtlijst worden gehaald zodra zij enige vorm van hulp krijgen, ongeacht de vraag of het de geïndiceerde hulp betreft. Hierover wil ik het volgende opmerken: Bij de uitvraag van de cijfers heb ik dezelfde definitie gehanteerd als bij het aanvalsplan, opdat een goede vergelijking mogelijk is. Dit betekent het aantal kinderen dat langer dan negen weken op provinciale jeugdzorg wacht en geen enkele vorm van jeugdzorg ontvangt. Ik vind het namelijk belangrijk dat kinderen en ouders in het geval dat de eerst aangewezen zorg niet beschikbaar is - door middel van vervangende zorg in ieder geval worden ondersteund en in beeld blijven. De kinderen die vervangende zorg ontvangen, dienen als de eerst aangewezen zorg beschikbaar is door te stromen naar die zorg. Zij blijven bij de zorgaanbieders in beeld. In de praktijk blijkt overigens dat de vervangende zorg voor een deel van de cliënten volstaat Verklaringen voor de groei Ik vind de snelle stijging van de wachtlijst zeer verontrustend en heb een onderzoek ingesteld naar de oorzaken. Uit die analyse van de informatie van de provincies komt een samenspel van op elkaar ingrijpende factoren naar voren, die een verklaring geven voor de wachtlijst die in het eerste kwartaal van 2007 is ontstaan. Beschikbare capaciteit Het overgrote deel van de provincies geeft aan dat als gevolg van het aanvalsplan de beschikbare capaciteit aan zorgaanbod eind 2006 en begin 2007 meer dan normaal is benut. De opnamecapaciteit was daardoor beperkt, waardoor de wachtlijst met name in de eerste maand van dit jaar opliep. In dit verband is relevant, dat eind 2006 nog bijna kinderen korter dan negen weken wachtten op zorg. Vanwege de minder dan normale instroom, kwam een deel van deze kinderen op de wachtlijst. De cijfers tonen dit aan: De wachtlijst langer dan negen weken is voor 67 procent ontstaan in januari, voor 19 procent in februari en voor 14 procent in maart 3. 3 Analyse van de cijfers van zes provincies die de wachtlijst konden uitsplitsen naar afzonderlijke maanden. 4 Een aantal provincies geeft voorts aan dat door de hoge bezettingsgraad niet alleen de instroom, maar ook de uitstroom wordt vertraagd. Doorstroom naar vervolgzorg komt volgens deze provincies minder snel tot stand omdat die capaciteit eveneens vol is. Ook hierdoor kunnen dus minder nieuwe cliënten instromen. Op de instroom kwam bovendien extra druk, omdat verschillende kinderen die in het kader van het aanvalsplan vervangende zorg hebben ontvangen, opnieuw op de wachtlijst zijn gekomen, in afwachting van de eerst aangewezen zorg. Met het aanvalsplan heeft de jeugdzorgsector het maximum van zijn kunnen getoond. We moeten constateren dat de capaciteit volop wordt benut. Vraagontwikkeling Een deel van de provincies rapporteert overigens daarnaast wel een relatief groot aantal aanmeldingen in het eerste kwartaal van 2007 en noemt dit ook als verklaring voor de wachtlijst. Hierbij komt dat in verschillende provincies de doorlooptijd bij het bureau jeugdzorg is verkort, waardoor kinderen zich ook eerder bij een zorgaanbieder melden. Voor het opvangen van de groei is vanaf dit jaar 40 mln. structureel extra beschikbaar. Voor een inschatting van het effect van deze extra middelen op de wachtlijst ben ik nagegaan of de provincies deze middelen in het eerste kwartaal van 2007 hebben ingezet. Dit blijkt niet overal het geval: Vier van de 14 provincies en grootstedelijke regio s 4 hadden de middelen in het eerste kwartaal in het geheel nog niet ingezet. In deze provincies kon de extra vraag dus ook niet worden opgevangen door extra aanbod. Drie provincies geven aan dat zij een deel van de middelen nog moeten beschikken. Zeven provincies hebben de middelen al wel beschikt, vaak tezamen met de reguliere middelen jeugdzorg. De meeste van deze provincies gebruiken deze middelen ter continuering van de extra incidentele capaciteit die in het kader van het aanvalsplan is ingezet. Hieruit kan worden afgeleid, dat het effect van de extra middelen met name in de tweede helft van 2007 zal blijken Conclusie De wachtlijst van kinderen die langer dan negen weken wachtten op provinciale jeugdzorg was eind 2006 nagenoeg weggewerkt. Deze wachtlijst liep, met name in januari van dit jaar, in rap tempo op. Hieraan liggen verschillende en op elkaar ingrijpende factoren ten grondslag. Enerzijds was sprake van minder dan normale in- en doorstroom bij de zorgaanbieders als gevolg van (meer dan) volledig bezet zorgaanbod. Anderzijds meldden zich in het eerste kwartaal relatief veel ouders en kinderen voor zorg aan. Dit is deels het gevolg van seizoensinvloeden, maar mogelijk ook het effect van de positieve publiciteit over de jeugdzorg naar aanleiding van de teruggedrongen wachtlijst. Bovendien kwam een deel van de kinderen die onder het aanvalsplan vervangende zorg kreeg, na afloop van die zorg opnieuw op de wachtlijst, in afwachting van de eerst aangewezen zorg. Het effect van de extra beschikbaar gestelde 40 mln. voor het opvangen van de groei was in het eerste kwartaal nog maar gedeeltelijk merkbaar: verschillende provincies hadden de middelen nog 4 Voor één provincie, Limburg, is deze vraag niet van toepassing aangezien deze provincie geen extra budget is toebedeeld 5 niet ingezet, of gebruiken de middelen ter continuering van het incidentele zorgaanbod dat in het kader van het aanvalsplan beschikbaar is gekomen. De analyse maakt duidelijk dat het aanvalsplan wachtlijsten in het eerste kwartaal van 2007, en mogelijk ook nog in het tweede kwartaal nawerkt. Ik zal dit jaar 30 mln extra beschikbaar stellen aan de provincies en grootstedelijke regio s om dit effect op te vangen. Dit bedrag komt naast de 40 mln die vanaf dit jaar al extra beschikbaar is vanwege de te verwachten extra groei. Behoudens specifieke knelpunten, verwacht ik dat de provincies hiermee de wachtlijst binnen de normen kunnen houden. Ik zal de ontwikkelingen nauwgezet monitoren mede in relatie tot het beschikbare budgettaire kader en de enveloppe voor jeugd en gezin. Daarnaast ga ik in overleg met provincies en andere betrokken partijen om te komen tot versterking van de organisatie van de jeugdketen. Verbetering van de beleidsinformatie, efficiencyverbetering, meer preventie en een andere financieringssystematiek zijn daarbij sleutelbegrippen. Er zijn reeds vele goede stappen gezet, die nu een sterk vervolg moeten krijgen. Ik ga hier in het navolgende nader op in. Ik vind het verder cruciaal dat wij beter zicht krijgen op de vraag waarom het beroep op alle vormen van jeugdzorg jaar op jaar toeneemt. Ik zal hiertoe een onderzoek in gang laten zetten. Dit zijn allemaal voorwaarden om structureel vat te krijgen op de ontwikkelingen in de jeugdzorg. Verbetering beleidsinformatie Essentieel voor de analyse is, dat de beleidsinformatie die ik van de provincies ontvang in kwalitatieve zin verbetert. Hiervoor zijn diverse acties in gang gezet, waarover de toenmalige staatssecretaris van VWS uw Kamer in de Voortgangsrapportage jeugdzorg 5 heeft geïnformeerd. Het gaat mij echter niet snel genoeg. Ik zal hierover spreken met de provincies en daarbij tevens aan de orde stellen hoe wij kunnen komen tot een substantiële reductie van de uit te vragen gegevens. Tijdens het vragenuur van 15 mei jongstleden heeft u mij voorts verzocht de mogelijkheden na te gaan om de frequentie van de aanlevering van cijfermatige overzichten van wachtlijsten structureel te verhogen. Volgens de afspraken uit de Regeling beleidsinformatie jeugdzorg ontvang ik de beleidsinformatie eens per half jaar van de provincies, met een vertraging van een kwartaal. Ik ben in overleg met de provincies, om de belangrijkste informatie elk kwartaal aangeleverd te krijgen. Efficiencyverbetering Een doeltreffende aanpak van de wachtlijst vereist ook dat de jeugdzorg doelmatiger gaat werken en beter wordt gestroomlijnd. Hier liggen nog tal van kansen: De implementatie van de integrale indicatiestelling voor jeugdzorg en speciaal onderwijs voorkomt dubbele uitvraag en draagt bij aan een doelmatiger werkwijze; De aansluiting tussen het gemeentelijke jeugdbeleid en de provinciale jeugdzorg wordt verbeterd door inrichting van voorposten van de bureaus jeugdzorg in de Centra voor jeugd en gezin, in ieder geval in de centrumgemeenten; Hulpverleners moeten beter samenwerken waardoor dubbel werk wordt voorkomen. De Doorbraakmethode draagt bij aan een beter ingericht werkproces. 5 Tweede Kamer , nr 87 6 Ik zal de partners in het jeugdbeleid blijven aanspreken op hun eigen verantwoordelijkheid om hieraan bij te dragen. Aandacht voor doelmatigheid blijft noodzakelijk om wachtlijsten in de toekomst te voorkomen. Preventie Overigens staat voor mij voorop dat we alles in het werk moeten stellen om te voorkomen dat problemen zo ernstig worden, dat gespecialiseerde jeugdzorg nodig is. Om die reden investeert het kabinet in de ontwikkeling van Centra voor Jeugd en Gezin, die dicht in de buurt, opvoedingsondersteuning en lichte hulp moeten gaan bieden aan ouders en kinderen. Want door er snel bij te zijn kan vaak erger worden voorkomen en wordt op termijn de steeds groeiende vraag naar gespecialiseerde jeugdzorg omgebogen. Ik heb met de VNG afgesproken dat deze Centra in 2011 landelijk dekkend werkend zullen zijn. Het kabinet en de gemeenten investeren hiertoe een bedrag oplopend tot 220 mln in 2011 extra in preventief jeugdbeleid. Ik heb voorts met gemeenten en provincies afgesproken, dat zij afspraken gaan maken over de wijze waarop een goede samenwerking en afstemming (goede aansluiting van de ketens) wordt geborgd. Dit vanuit de constatering dat de afstemming tussen de provincies en de gemeenten op het terrein van de jeugdzorg en het jeugdbeleid nog onvoldoende is. Op termijn moet dit ertoe leiden dat de groeiende behoefte aan jeugdzorg stabiliseert. Nieuwe financieringssystematiek Ik werk samen met het IPO aan een nieuwe financieringssystematiek waarbij het budget beter dan in het verleden, wordt afgeleid van de te verwachten behoefte aan jeugdzorg. Dit gebeurt aan de hand van een ramingsmodel, dat inzichtelijk maakt op welke wijze de vraag naar jeugdzorg zich ontwikkelt. Als deze systematiek goed werkt, wordt voorkomen dat we steeds achter de feiten aan blijven lopen. 3. Advies- en Meldpunten Kindermishandeling (AMK) 3.1. Ontwikkeling wachtlijst Het aantal meldingen van signalen van kindermishandeling bij het AMK s neemt jaar op jaar toe. In 2001 waren er nog meldingen, in 2006 was dit opgelopen tot , een stijging van 77 procent. Met name het aantal onderzoeken neem toe, ten opzichte van 2001 is het aantal meer dan verdubbeld. Van de ruim meldingen die er in 2006 zijn gedaan hebben er bijna geleid tot een onderzoek (tabel 2). Tabel 2. Aantal meldingen (adviezen/consulten en onderzoeken) periode 2001 tot en met 2006 Producten AMK Adviezen en consulten Onderzoeken Totaal Ondanks deze stijging zijn eind 2006 de wachtlijsten enorm teruggedrongen. Per 1 oktober 2006 wachtten gezinnen te lang op de start van het onderzoek en per 1 januari 2007 waren dit er nog 99. Een aantal AMK s heeft moeite om deze ontwikkeling vast te houden, 7 zie onderstaande tabel. Van wachtlijstsituaties zoals in 2005 en het grootste deel van 2006 is echter geen sprake. Dit moet ook worden voorkomen. Provincies dienen er in overleg met de bureaus jeugdzorg voor te zorgen dat er een redelijk deel van de doeluitkering van het bureau jeugdzorg aan het AMK wordt besteed. Tabel 3. Wachtlijst 6 AMK-onderzoek per provincie provincie/gsr Wachtenden 3 e kwartaal 2006 ( ) Wachtenden 4 e kwartaal 2006 (1-1-07) Wachtenden 1 e kwartaal 2007 (1-4-07) Noord Holland Zuid Holland Zeeland Noord Brabant Gelderland Utrecht Flevoland Limburg Friesland Groningen Drenthe Overijssel Amsterdam Rotterdam Haaglanden totaal Bron: beleidsinformatie 1 e kwartaal Ontwikkeling doorlooptijd De wachtlijst moet altijd in combinatie worden gezien met de doorlooptijd van het moment van de melding tot het einde van het onderzoek. De gemiddelde doorlooptijd loopt steeds verder terug. Hoewel de onderzoeken in bepaalde regio s dus later starten dan zou moeten (later dan vijf dagen na de melding), is de totale doorlooptijd wel verkort en is eerder duidelijk of er in een gezin sprake is van kindermishandeling. Dit is een goede ontwikkeling. Het is van groot belang dat deze trend doorzet, omdat ik de huidige wettelijke termijn van dertien weken voor een onderzoek lang vind. Tabel 4. Doorlooptijd 7 van melding tot einde onderzoek bij AMK per provincie Provincie/gsr 3 e kwartaal e kwartaal e kwartaal 2007 Noord Holland Zuid Holland Zeeland Onder wachtlijst wordt verstaan: het aantal jongeren waarbij niet binnen vijf dagen na de melding is vastgesteld of de melding in onderzoek genomen moet worden (artikel 54 lid 1 Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg) en waarbij het onderzoek niet na die vijf dagen is gestart (definitie beleidsinformatie). 7 Onder doorlooptijd wordt verstaan: de doorlooptijd van het onderzoek, zijnde 13 weken (artikel 54 lid 2 Uitvoeringsbesluit) + de vijf dagen die staan voor besluitvorming en start onderzoek (zie definitie wachtlijst). 8 Noord Brabant Gelderland Utrecht Flevoland Limburg Friesland Groningen Drenthe Overijssel Amsterdam Rotterdam Haaglanden Totaal gemiddeld Bron: beleidsinformatie 1 e kwartaal 2007 De verwachting is reëel dat het aantal meldingen van kindermishandeling de komende jaren blijft toenemen. Op 25 april zijn de twee onderzoeksrapporten over de aard en omvang van kindermishandeling in Nederland aan u aangeboden. Uit het onderzoeksrapport van de Universiteit van Leiden blijkt dat jaarlijks tenminste kinderen worden mishandeld. Dit lijkt slechts een ondergrens. In een onderzoek van de Vrije Universiteit van Amsterdam onder scholieren geeft ruim van hen aan met kindermishandeling te maken te hebben gehad. Het verschil tussen de in de onderzoeken genoemde omvang van kindermishandeling en het huidige aantal meldingen is groot en het aantal meldingen zal daarom toenemen. Meer aandacht voor signalering en campagnes, zoals de huidige huiselijk geweld campagne, zullen dit proces vers
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks