Please download to get full document.

View again

of 36
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Secundaire analyse onderzoeken AMK s. Onderzoeksrapport op verzoek van de Inspectie jeugdzorg

Category:

Research

Publish on:

Views: 13 | Pages: 36

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Secundaire analyse onderzoeken AMK s Onderzoeksrapport op verzoek van de Inspectie jeugdzorg Secundaire analyse onderzoeken AMK s Onderzoeksrapport op verzoek van de Inspectie jeugdzorg Utrecht, januari
Transcript
Secundaire analyse onderzoeken AMK s Onderzoeksrapport op verzoek van de Inspectie jeugdzorg Secundaire analyse onderzoeken AMK s Onderzoeksrapport op verzoek van de Inspectie jeugdzorg Utrecht, januari 2010 Nederlands Jeugdinstituut Willemijn van Gastel Ingrid ten Berge Adrie Wolzak 2010 Inspectie jeugdzorg Niets van deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze zonder voorafgaande schriftelijke toestemming. Auteurs Willemijn van Gastel Ingrid ten Berge Adrie Wolzak Inhoudsopgave Samenvatting Introductie Aanleiding Doel en vraagstelling Leeswijzer Het primaire proces van de AMK s Ontstaan van de AMK s Kerntaken Methodisch werken Resultaten Het eerste contact Advies of consult geven Een melding in ontvangst nemen, onderzoeken en beoordelen Verwijzen en overdragen Conclusies en discussie Referenties Bijlage Methode... 33 Samenvatting In dit onderzoek is op basis van literatuuronderzoek uit de periode onderzocht welk beeld naar voren komt over de kwaliteit van het primaire proces van de AMK s. Tijdens het eerste contact volgen medewerkers van het AMK grotendeels de procesregels. Ten aanzien van de inhoudelijke werkwijze kan worden opgemerkt dat de meeste medewerkers aangeven hun afwegingen eerder te maken op basis van kennis en ervaring dan op basis van expliciete criteria. Het besluit tot advies of consult lijkt in lijn met het Protocol van handelen te verlopen en wordt meestal transparant in dossiers vastgelegd. Echter, afdoende expliciete verwachtingen aan deze besluitvorming, bijvoorbeeld intercollegiale toetsing, ontbreken. Knelpunten tijdens de fase van het in ontvangst nemen, onderzoeken en beoordelen van een melding doemen vooral op in de onderzoeksfase vanaf het opstellen van een plan van aanpak. Dit plan is dikwijls weinig richtinggevend. Mede als gevolg hiervan verloopt het onderzoeksproces vervolgens ongestructureerd en hapert ook het besluitvormingsproces. Men is geneigd te blijven hangen in de fase van informatie verzamelen om vervolgens op basis van onvoldoende relevante informatie een besluit nemen. AMK s verschillen nauwelijks van elkaar bij het opstellen van een plan van aanpak, de uitvoer van het onderzoek en de besluitvorming. Naar het zich laat aanzien zal de invoering vanaf eind 2007 van de ORBA werkwijze en de LIRIK leiden tot een beter gestructureerd en onderbouwd besluitvormingsproces. Onderzoeksresultaten over veranderingen in de periode zijn zeer schaars. Uit de bestudeerde literatuur wordt wel duidelijk dat de AMK s sinds de oprichting in 2000 werken aan kwaliteitsverbetering, waarbij landelijke uniformiteit een belangrijk uitgangspunt is. Zicht op het effect van het uitvoeren van de taken van het AMK is in dit onderzoek beperkt. Het betreft vooral gegevens over de toegankelijkheid van het AMK. Over het algemeen wordt het AMK als goed toegankelijk ervaren. Een punt van aandacht hierbij is de verwachting van melders ten aanzien van het overnemen van de problematiek en de terugrapportage. De belangrijkste conclusies richten zich op de bevindingen dat explicitering en onderbouwing van de besluitvorming (te) summier is, zowel in de advies of consultfase als in de fase van het ontvangst nemen, onderzoeken en beoordelen van een melding. Initiatieven om de besluitvorming te verbeteren zijn reeds gestart door de introductie van de ORBA werkwijze en de LIRIK. Een suggestie voor verbetering is een uitbreiding van deze methodiek naar de advies en consultfase. Ook uitbreiding van het Protocol van handelen zou de besluitvorming tijdens de advies en consultfase kunnen verbeteren. Het Protocol van handelen wordt grotendeels gevolgd. Het protocol bevordert de uniformiteit tussen en binnen AMK s en lijkt een goed hanteerbaar middel om richting 5 te geven aan het primaire proces. Het ligt dan ook voor de hand om het Protocol van handelen bij interne en externe kwaliteitszorg te (blijven) hanteren en daar waar nodig uit te breiden. Tenslotte wordt geconcludeerd dat meer effectonderzoek nodig is, ondermeer om inzicht te krijgen in de mate waarin het AMK bijdraagt aan het verminderen, stoppen en/of voorkomen van kindermishandeling. 6 1. Introductie 1.1 Aanleiding Sinds januari 2000 heeft elke provincie en grootstedelijke regio in Nederland een Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Het AMK is het meldpunt voor iedereen die zich zorgen maakt over een kind dat mogelijk mishandeld wordt. Particulieren en beroepskrachten kunnen een vermoeden van kindermishandeling melden of daarover advies vragen. Kerntaken van het AMK zijn advies en consult geven, meldingen ontvangen en onderzoeken, en vaststellen welke hulp of bescherming nodig is voor het mishandelde kind en zijn ouders. Medio 2009 zijn in de Tweede Kamer vragen en zorgen geuit over het functioneren van de AMK s. In reactie hierop heeft de Inspectie jeugdzorg de minister voor Jeugd en Gezin toegezegd om in de tweede helft van 2009 bij enkele AMK s onderzoek te doen naar deelaspecten van het functioneren en daarnaast een secundaire analyse te laten uitvoeren op bestaand Nederlands onderzoek. Onder secundaire analyse verstaat de Inspectie een inventarisatie en analyse van alle wetenschappelijke en toegepaste onderzoeken naar de kwaliteit van het functioneren van de AMK s die zijn uitgevoerd sinds de inwerkingtreding van de AMK s. De inspectie heeft het Nederlands Jeugdinstituut gevraagd dit onderzoek uit te voeren. 1.2 Doel en vraagstelling Doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de kwaliteit van het functioneren van de AMK s, in het bijzonder wat betreft de advies en consultfunctie, het onderzoeken en beoordelen van meldingen en het vaststellen van de benodigde hulp. De nadruk ligt daarbij op de wijze waarop de AMK s hun kerntaken uitvoeren. Dat betekent dat onderzoeken naar organisatorische en financiële aspecten geen deel uitmaken van de analyse. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: Welk beeld over de kwaliteit van het primaire proces van de AMK s komt naar voren uit Nederlands onderzoek dat sinds 2000 is uitgevoerd naar het functioneren van de AMK s? Dit literatuuronderzoek richt zich op de kwaliteit van de uitvoering van het primaire proces. Kwaliteit is een breed begrip, waarbij een situatie wordt beoordeeld aan de hand van vastgestelde criteria en verwachtingen. Voor het primaire proces van de AMK s is geen gouden standaard beschikbaar, dat wil zeggen een uitputtende en onomstotelijke lijst van criteria en verwachtingen. Dit brengt met zich mee dat de kwaliteit van het primaire proces niet onderzocht kan worden. De AMK s beschikken 7 wel over landelijke richtlijnen voor de uitvoering van hun kerntaken. Deze zijn vastgelegd in het Protocol van handelen (Baeten, 2004) 1. Voor het literatuuronderzoek is alle Nederlandstalige onderzoeksliteratuur naar de kwaliteit van het functioneren van de AMK s geïnventariseerd. Aan de hand van de beschikbare literatuur is nagegaan of de AMK s volgens het Protocol van handelen werken. Tevens is nagegaan welke andere kwaliteitskaders in de verschillende onderzoeken gehanteerd zijn en hoe op basis hiervan het functioneren van de AMK s kan worden beoordeeld. De AMK s werken sinds de oprichting in 2000 continu aan kwaliteitsverbetering van hun werk, waarbij onder andere gestreefd wordt naar zoveel mogelijk landelijke uniformiteit. In de analyse is nagegaan of deze uniformiteit ook zichtbaar is in de onderzoeksbevindingen. Ten slotte is een belangrijke vraag wat bekend is over het effect van het werk van de AMK s op melders en adviesvragers, kinderen en gezinnen en betrokken instellingen voor (jeugd)hulpverlening en jeugdbescherming. Belangrijke aandachtspunten hierbij zijn of betrokkenen voldoende geholpen en/of geïnformeerd zijn. In aansluiting op het voorafgaande zijn voor het onderzoek de volgende deelvragen geformuleerd: 1. Werken de AMK s volgens de richtlijnen van het Protocol van handelen? 2. Welk beeld over de kwaliteit van het primaire proces blijkt op basis van overige kwaliteitskaders die in de verschillende onderzoeken gehanteerd worden? 3. Zijn er opvallende verschillen binnen en tussen AMK s in de uitvoering van het primaire proces? 4. Zijn er veranderingen zichtbaar in de uitvoering van het primaire proces in de periode ? Zo ja, welke? 5. Wat is bekend over het effect van het uitvoeren van de kerntaken - op de melder/adviesvrager; - op het kind en gezin; - op betrokken instellingen voor (jeugd)hulpverlening en jeugdbescherming? 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt ter informatie eerst een beknopte beschrijving gegeven van doel en kerntaken van het AMK en belangrijke ontwikkelingen rond het primaire proces sinds In hoofdstuk 3 worden per onderzoeksvraag de resultaten van de literatuurstudie samengevat. Ten slotte worden in hoofdstuk 4 de conclusies van het onderzoek beschreven. Tevens worden daar op grond van de onderzoeksbevindingen suggesties gedaan voor verbeteringen in het functioneren van de AMK s. 1 Medio 2009 is een herziene versie van dit protocol verschenen. De effecten hiervan op de uitvoering van de kerntaken zullen pas later zichtbaar worden. Daarom is in het literatuuronderzoek uitgegaan van het oorspronkelijke protocol. 8 Bijlage 1 bevat de gehanteerde onderzoeksmethode en beschrijft de literatuur waarop de onderzoeksresultaten zijn gebaseerd. 9 2. Het primaire proces van de AMK s 2.1 Ontstaan van de AMK s Tot 2000 waren er verschillende instellingen waar particulieren en beroepskrachten vermoedens van kindermishandeling konden melden: het Bureau Vertrouwensarts, de Raad voor de Kinderbescherming en de politie. Een motie in de Tweede Kamer leidde er uiteindelijk toe dat toegewerkt is naar één herkenbaar meldpunt: de Advies en Meldpunten Kindermishandeling (AMK s). Na een proefperiode van drie jaar zijn op 1 januari 2000 in alle provincies of grootstedelijke regio s AMK s van start gegaan. De proefperiode is benut om duidelijk af te bakenen hoe de werkwijze van het AMK zou moeten zijn. Een commissie onder leiding van professor Jo Hermanns legde een aantal kerntaken voor de AMK s vast. Deze waren in lijn met de manier van werken van de Bureaus Vertrouwensarts. Essentieel was dat er een belangrijke plaats moest zijn voor het geven van advies. Van melding zou alleen sprake kunnen zijn als degene die het vermoeden aankaart zelf geen mogelijkheden heeft om het kind of de ouders te helpen. Verder werden er concretere eisen gesteld aan het anoniem mogen melden van vermoedens. De werkwijze is na de start van de AMK s vastgelegd in een protocol van handelen waar alle AMK s zich aan dienen te houden (Baeten, 2004). Organisatorisch maken de AMK s deel uit van de Bureaus jeugdzorg en wettelijk vallen zij onder de Wet op de Jeugdzorg. Om meldingen van kindermishandeling goed te kunnen aanpakken, hebben de AMK s enkele specifieke bevoegdheden gekregen die de Bureaus jeugdzorg niet hebben. 2.2 Kerntaken De taken van een AMK zijn vastgelegd in de Wet op de jeugdzorg (artikel 11): 1. Het fungeren als een advies en meldpunt kindermishandeling houdt, onverminderd de taken van de Raad voor de Kinderbescherming, de uitoefening van de volgende taken in: a. het naar aanleiding van een melding van kindermishandeling of een vermoeden daarvan, onderzoeken of sprake is van kindermishandeling; b. het beoordelen van de vraag of en zo ja tot welke stappen de melding van kindermishandeling of een vermoeden daarvan aanleiding geeft; c. het binnen het bureau jeugdzorg overdragen van een zaak ten behoeve van de uitvoering van de in artikel 5, eerste lid, bedoelde taak; d. het in kennis stellen van andere justitiële autoriteiten van kindermishandeling of een vermoeden daarvan, indien het belang van de minderjarige dan wel de ernst van de situatie waarop de melding betrekking heeft, daartoe aanleiding geeft; 10 e. het op de hoogte stellen van degene die een melding heeft gedaan, van de stappen die naar aanleiding van de melding zijn ondernomen. 2. Het fungeren als advies en meldpunt kindermishandeling houdt bovendien in het verstrekken van advies aan een persoon die een vermoeden van kindermishandeling heeft over de stappen die door hem in verband hiermee kunnen worden ondernomen en het zo nodig ondersteunen daarbij. In het Protocol van handelen van de AMK s (Baeten, 2004, 2009) zijn deze wettelijke taken uitgesplitst als: - het eerste contact met een advies of consultvrager of melder; - advies en consult geven; - meldingen in ontvangst nemen; - onderzoeken en beoordelen; - verwijzen en overdragen; - coördineren van het op gang brengen van de hulp; - feedback geven aan melders. In het protocol is voor iedere kerntaak nader omschreven op welke wijze de AMK s daar invulling aan horen geven, dat wil zeggen: wat het doel van de betreffende taak is, welke eisen er aan de uitvoering worden gesteld en wat de te behalen resultaten zijn. Bovendien is per kerntaak aangegeven welke gegevens geregistreerd dienen te worden en of er sprake is van een informatieplicht tegenover kind en ouders. De eisen die aan de informatieplicht gesteld worden, zijn wettelijk vastgelegd. 2.3 Methodisch werken Het protocol is een belangrijke basis voor een uniforme werkwijze van de AMK s. Niettemin geeft het slechts in korte bewoordingen aan wat van een AMK medewerker verwacht wordt. Er is veel ruimte voor eigen invulling op basis van kennis en ervaring. Zonder het belang van die kennis en ervaring te ontkennen, bleek uit gesprekken met vertegenwoordigers van AMK s dat er behoefte was aan een meer methodische manier van werken. Tegelijkertijd bleek dat er voor AMK medewerkers weinig materiaal voor handen was om gestructureerd te werken. Om die reden is in 2005 een project gestart om inhoudelijke criteria en richtlijnen voor het beoordelen en beslissen vast te leggen, het project Onderzoek, Risicotaxatie en Besluitvorming Advies en Meldpunten Kindermishandeling (ORBA) (Ten Berge & Vinke, 2006a, 2006b). Dit project heeft, naast een beschrijving van het besluitvormingsproces, een werkwijze en checklists opgeleverd die de AMK medewerkers helpen om meldingen van kindermishandeling op een gestructureerde, transparante en objectieve manier te onderzoeken. Vanaf eind 2007 is gestart met het implementeren van de gestructureerde werkwijze en checklists bij alle AMK s. 11 3. Resultaten Om de resultaten zo helder mogelijk weer te geven, is het primaire proces van de AMK s onderverdeeld in de volgende fasen: 1. het eerste contact ( 3.1); 2. een melding in ontvangst nemen, onderzoeken en beoordelen ( 3.2); 3. verwijzen en overdragen ( 3.3). Voor elke fase wordt allereerst de deelvraag beantwoord: Werken de AMK s volgens de richtlijnen van het Protocol van handelen en welk beeld over de kwaliteit van het primaire proces blijkt op basis van overige kwaliteitskaders? Vervolgens komen de overige drie deelvragen aan bod: Zijn er opvallende verschillen binnen en tussen AMK s in de uitvoering van het primaire proces? Zijn er veranderingen zichtbaar in de uitvoering van het primaire proces in de periode ? Wat is bekend over het effect van het uitvoeren van de kerntaken op de melder/adviesvrager; op het kind en gezin; op betrokken instellingen voor (jeugd)hulpverlening en jeugdbescherming? 3.1 Het eerste contact Werken de AMK s volgens de richtlijnen van het Protocol van handelen en welk beeld over de kwaliteit van het primaire proces blijkt op basis van overige kwaliteitskaders? In het eerste contact vindt een besluit plaats over de te nemen stappen: het contact beëindigen, advies/consult geven of overgaan tot een melding. Het eerste contact dient, conform het Protocol van handelen, te leiden tot een inschatting van de risico s (i.e. de aard en ernst van de besproken problematiek) op grond van de beschikbare informatie èn een inschatting van de mogelijkheden en beperkingen van de consult /adviesvrager of melder om op een adequate manier om te gaan met de vermoedens van kindermishandeling. Uit het rapport van de Inspectie jeugdzorg (2005) blijkt op basis van dossieranalyse dat vooral de ernst van de kindermishandeling wordt geïnventariseerd. De inschatting van de mogelijkheden en beperkingen van degene die belt, is minder vaak in dossiers vastgelegd. Aanvullend op het Protocol van handelen verwacht de Inspectie jeugdzorg (2005) dat medewerkers gebruik maken van vastgelegde criteria om een weloverwogen inschatting te maken van de risico s en een inschatting van de mogelijkheden en beperkingen van de consult /adviesvrager of melder. In interviews van de inspectie met AMK medewerkers geeft een aantal medewerkers aan dergelijke criteria te gebruiken, maar de meeste medewerkers maken hun afwegingen op basis van kennis en ervaring. Zij geven daarbij vaak aan geen vastgelegde criteria te kennen, dan wel deze niet te gebruiken. De hertoetsen en 12 vervolgonderzoeken die naar aanleiding van het rapport door de Inspectie jeugdzorg zijn uitgevoerd ( ), laten zien dat er een toename is in het gebruik van eenduidige criteria voor zowel inschatting van de ernst van de kindermishandeling en de veiligheid van het kind, als voor de inschatting van de mogelijkheden van de beller. Ook vindt er regelmatiger een intercollegiaal overleg plaats rondom de afwegingen die bij het eerste contact gemaakt worden. De Inspectie jeugdzorg (2005) heeft voorts onderzocht of de procesgang van het primaire proces verloopt conform de procesregels in het Protocol van handelen. Net als bij de overige taken worden de procesregels ook bij het eerste contact bij alle AMK s grotendeels opgevolgd. Volgens het Protocol van handelen, maar tevens vanuit de wetgeving, dient in het eerste gesprek de anonimiteit van degene die belt besproken te worden. Uit het onderzoek van de Langen (2004) blijkt dat slechts een kwart van de AMK medewerkers de in het Protocol van handelen beschreven items bespreekt over anonimiteit en risico s bij het bespreken van de gemelde zorg met ouders. Uit het Evaluatieonderzoek wettelijke regeling AMK s (BMC, 2006) blijkt eveneens dat het onderwerp anonimiteit door medewerkers van het AMK lang niet altijd besproken wordt. Bovendien blijkt dat in sommige gevallen persoonsgegevens van een melder die anoniem wil blijven, toch bekend worden bij de onderzochten. Het gaat bijvoorbeeld mis als onderzochten inzage krijgen in dossiers waarin per ongeluk persoonsgegevens van de melder staan vermeld. Het Evaluatieonderzoek wettelijke regeling AMK s (BMC, 2006) wijst ook op mogelijke problemen bij anonieme dossiers, zoals de advies en consultdossiers. In deze dossiers staan de persoonsgegevens van de gezinnen niet vermeld. Het kan dus voorkomen dat diverse personen over hetzelfde gezin advies of consult vragen, terwijl het AMK dat niet opmerkt. Samengevat volgen medewerkers van het AMK in het eerste contact grotendeels de procesregels. Het bespreken van het onderwerp anonimiteit vereist mogelijk nog aandacht. Ten aanzien van de inhoudelijke werkwijze kan worden opgemerkt dat de meeste medewerkers aangeven hun afwegingen eerder te maken op basis van kennis en ervaring, dan op basis van expliciete criteria. Bovendien inventariseren de medewerkers niet als vanzelfsprekend de mogelijkheden van de consult /adviesvrager om op een adequate manier om te gaan met de vermoedens van kindermishandeling, althans, dit is niet in de dossiers terug te vinden Zijn er opvallende verschillen binnen en tussen AMK s in de uitvoering van het primaire proces en zijn er veranderingen zichtbaar in de uitvoering van het primaire proces in de periode ? Opvallende verschillen binnen en tussen AMK s in het eerste contact zijn in de onderzochte literatuur niet gevonden. De hertoetsen en vervolgonderzoeken ( ) van de Inspectie jeugdzorg hebben aangetoond dat een aantal AMK s inmiddels verbeteringen heeft aangebracht in de inhoudelijke werkwijze. De verbeteringen hebben betrekking op intercollegiale toetsing en het gebruik van expliciete criteria op basis waarvan een weloverwogen afweging 13 gemaakt kan worden om het eerste contact te beëindigen met het
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks