Please download to get full document.

View again

of 26
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

1.3. Klager heeft zich aangemeld als gegadigde en is na afronding van de selectiefase door beklaagde uitgenodigd tot het doen van een inschrijving.

Category:

Books - Non-fiction

Publish on:

Views: 9 | Pages: 26

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Advies Feiten 1.1. Beklaagde heeft op 12 maart 2015 een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd van een overheidsopdracht voor werken met betrekking tot de renovatie van een tunnel.
Transcript
Advies Feiten 1.1. Beklaagde heeft op 12 maart 2015 een Europese niet-openbare aanbestedingsprocedure aangekondigd van een overheidsopdracht voor werken met betrekking tot de renovatie van een tunnel In paragraaf 5.1 ( Opzet overeenkomst renovatie/restauratie [A-tunnel] ) van hoofdstuk 5 ( Overeenkomst renovatie/restauratie [A-tunnel] ) van een bijlage bij de Selectieleidraad is onder andere het volgende bepaald: Bij de opzet van de overeenkomst is rekening gehouden met ondermeer de navolgende uitgangs- c.q. aandachtspunten: - De overeenkomst faciliteert het coöperatieve samenwerkingsmodel waarbij enerzijds (i) door opdrachtgever en de ontwerpende bouwer als bouwpartner (de opdrachtnemer) kennis wordt ingebracht om te komen tot een optimaal resultaat qua ontwerp, planning en uitvoering en anderzijds (ii) sprake is van vraagspecificaties welke op verschillende abstractieniveaus zijn uitgewerkt; - De overeenkomst heeft betrekking op de contractuele aspecten (i) van de samenwerking tijdens de convergentiefase (ii) de ontbindende voorwaarden (go/no-go) aan het einde van de convergentiefase (iii) de realisatiefase inclusief (iv) een regeling ten aanzien van instandhouding; - De overeenkomst biedt ruimte om een nader te bepalen werkverdeling tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te duiden. De overeenkomst bestaat, bij aanvang van de gunningfase, in grote lijnen uit: - de platte tekst van de overeenkomst zelf ten aanzien van (i) de convergentiefase, (ii) de realisatiefase en (iii) de instandhoudingfase; - de bijbehorende vraagspecificatie; - de bijlagen met daarin ondermeer het actuele nuldossier inzake de bestaande toestand van alle relevante onderdelen. Opgemerkt wordt dat de overeenkomst is opgezet als een maatwerkovereenkomst, waarin van toepassing zijnde bepalingen uit UAV-GC 2005 en UAV 2012 worden ingebed in de overeenkomst Klager heeft zich aangemeld als gegadigde en is na afronding van de selectiefase door beklaagde uitgenodigd tot het doen van een inschrijving In par. 2.2 ( Scope van de Opdracht ) van de Gunningsleidraad is onder andere het volgende bepaald: In de Convergentiefase wordt door de Opdrachtnemer het Definitief Ontwerp opgesteld, de Opdrachtgever vraagt de Omgevingsvergunning aan en tenslotte wordt een Geconvergeerde Prijs vastgesteld. Tijdens de Realisatiefase dient de Opdrachtnemer Realisatiewerkzaamheden uit te voeren. Gedurende de Instandhoudingsfase dient de Opdrachtnemer Instandhoudingswerkzaamheden tot en met 31 december 2022 te verrichten Appendix 5 ( Contractdocumentatie ) van de Gunningsleidraad bevat onder andere de Concept Overeenkomst (versie 14 juli 2015). Tijdens de gunningsfase hebben potentiële inschrijvers diverse vragen over deze versie van de Concept Overeenkomst gesteld In de 3 e Nota van Inlichtingen is onder andere de volgende vraag met bijbehorend antwoord opgenomen: Vraag 6: U vindt samenwerking belangrijk en stelt empathie als EMVI aspect op. Echter algemene afspraken binnen de bouwsector als UAV-GC zijn niet van toepassing. Kunt u aangeven waarom dit is? Antwoord: De UAV-GC zijn niet passend bevonden als contractvorm. In het kort enkele redenen. Er worden drie fasen onderscheiden die elk een ander contractueel regime kennen, namelijk de Convergentiefase, de Realisatiefase en de Instandhoudingsfase. Deze fasering met name ten aanzien van de Convergentiefase en Instandhoudingsfase is a-typisch ten opzichte van hetgeen gebruikelijk is bij een UAV-GC contract. Direct na het sluiten van de Overeenkomst start de Convergentiefase. De UAV-GC biedt naar het oordeel van de Opdrachtgever geen passend kader voor deze fase, mede gelet op de door de Opdrachtgever gewenste rolverdeling tussen Partijen. De Go-beslissing versus no Go-beslissing houdt kort gezegd in dat de Opdrachtnemer pas tot realisatie van het Werk mag overgaan indien de Omgevingsvergunning is verkregen (althans dat er voldoende vertrouwen bestaat dat die zal worden verkregen) en de prijsbijstelling binnen een bepaalde redelijke bandbreedte blijft. Een dergelijk knip kent de UAV-GC 2005 niet, maar die knip acht de Opdrachtgever noodzakelijk. In plaats van het binair georiënteerde kader onder de UAV-GC (óf de opdrachtgever óf de opdrachtnemer is verantwoordelijk voor het verkrijgen van een vergunning) is met name ten aanzien van de Omgevingsvergunning en de Openstellingsvergunning bij de [Atunnel] in vergaande mate sprake van een wisselwerking tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer met navenante wederzijdse rechten en plichten. Juist om de reden dat zowel UAV als UAV-gc als geheel niet passend zijn en enkel met veel afwijkingen zouden kunnen worden toegepast, heeft de Opdrachtgever besloten in lijn met de Gids Proportionaliteit deze voorwaarden in het geheel niet van toepassing te verklaren In de 3 e Nota van Inlichtingen zijn daarnaast antwoorden opgenomen naar aanleiding van eveneens in die Nota opgenomen vragen die direct dan wel indirect de vermeende afwijking door beklaagde van bepalingen van de UAV-GC 2005 en/of de vermeende niet-naleving door beklaagde van Voorschriften van de Gids Proportionaliteit met name Voorschriften 3.9 A en 3.9 D ter discussie stellen. Het betreft hier de volgende vragen: 8, 10, 14, 15, 22, 28 t/m 30, 32 t/m 34, 42, 43, 45, 46, 55, 56, 58, 59, 61, 68 en Beklaagde heeft de Concept Overeenkomst vervolgens gewijzigd in een bijlage ( Wijziging Contractstuk Overeenkomst ) gedateerd op 30 september 2015 en behorende bij de 5 e Nota van Inlichtingen van 1 oktober Op 8 oktober 2015 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen klager en beklaagde. In het schriftelijk verslag van die bespreking zijn onder andere de volgende passages opgenomen: Maatwerkcontract [Beklaagde] licht toe waarom voor een maatwerkcontract is gekozen. [Beklaagde] ziet dit project als bijzonder en uniek ook vanwege het monumentale karakter van de tunnel. Uitgangspunt voor [Beklaagde] is dat een coöperatieve samenwerking wordt gezocht met een ontwerpende bouwer als bouwpartner. [Beklaagde] wil een pre-acceptatieoverleg kunnen voeren, mede in relatie tot het verkrijgen van de vergunning. De aanbesteding (selectie en gunning) is vooral gericht op KIS [Kwaliteit, Integraliteit en Samenwerking, Commissie]. Reeds bij de aankondiging van de aanbesteding is aangegeven dat er een maatwerkcontract zou komen. De beoogde rolverdeling gaat er vanuit dat de bouwpartner de producten maakt en [Beklaagde] de verbinding legt met het bevoegd gezag. De insteek van [Beklaagde] houdt in dat een groot aantal wijzigingen en aanvullingen zouden moeten worden doorgevoerd bij toepassing van bouwteam of UAVgc. Dit komt naar het oordeel van [Beklaagde] de transparantie en werkbaarheid niet ten goede. [Beklaagde] wenst zich te richten op contractbegeleiding en niet primair op contractbeheersing. Een van de argumenten voor keuze van procedure en contract is tijd. [Beklaagde] wil bewust niet 5 partijen een aanbiedingsontwerp laten maken. Het toepassen van de concurrentiegerichte dialoog is wel overwogen maar vanwege het tijdsaspect en de administratieve last voor alle partijen niet gekozen. [Beklaagde] wil tijd reserveren voor de concrete uitwerking van en afstemming over het ontwerp met de gecontracteerde bouwpartner in de convergentiefase. De reactie van [Klager] is als volgt Vanwege het feit dat gekozen is voor maatwerk wordt een inschrijver gedwongen om vooral kritisch te zijn op wat er niet of anders is geregeld. Het niet toepassen van een standaard contractvorm wordt om die reden door [Klager] als een risico gezien. Inschrijvers worden gedwongen zich primair te concentreren op de afwijkingen van de standaard die het risicoprofiel negatief beïnvloeden. Dit leverde dit bij [Klager] een aantal rode lampen op die belemmerend zijn om tot bieding over te gaan tenzij daarin wezenlijke wijzigingen worden aangebracht. [Klager] is niet overtuigd door de argumenten van [Beklaagde] voor een maatwerkcontract. Naar de mening van [Klager] is een en ander ook goed te vatten in een UAV-gc contract. [Beklaagde] stelt daartegenover dat dat een groot aantal wijzigingen en aanvullingen nodig had gemaakt wat de leesbaarheid en werkbaarheid ook niet ten goede had gekomen en de systematiek van de UAGV alsnog (deels) had doorkruist. [Klager] heeft de indruk dat dit contract als een soort proefballon in de markt wordt gezet om te testen of die ook in de toekomst niet bij andere projecten in plaats van de UAV-gc kan worden ingezet. [Beklaagde] benadrukt dat dit niet het geval is en dat hier vanwege de uitzonderlijke projectkarakteristieken gekozen is voor een maatwerkovereenkomst. ( ) [Beklaagde] licht kort de wijzigingen uit nota nr. 5 toe. Voor zover de punten in het gesprek niet uitdrukkelijk aan de orde zijn geweest volgt in dit verslag alsnog de betreffende toelichting. ( ) [Klager] heeft nog de volgende meer algemene opmerkingen: De in de 5e nota doorgevoerde wijzigingen zijn een stap in de goede richting maar nog zeker niet voldoende. ( ) [Klager] heeft alle biedingswerkzaamheden reeds een week stilgelegd. Als gevolg daarvan is het doen van een bieding op 5 november 2015 onhaalbaar. ( ) [Beklaagde] neemt de reactie van [Klager] op de besproken punten ter harte en verzoekt [Klager] haar reactie in de vorm van vragen formeel in te dienen zodat daar in de procedure door [Beklaagde] inhoudelijk, na eventuele heroverweging, op kan worden gereageerd In de 6 e Nota van Inlichtingen zijn vervolgens antwoorden opgenomen naar aanleiding van eveneens in die Nota opgenomen vragen die indirect de vermeende afwijking door beklaagde van bepalingen van de UAV-GC 2005 ter discussie stellen. Het betreft hier de volgende vragen: 181, 184 en In de 8 e Nota van Inlichtingen zijn onder andere de volgende vragen met bijbehorend antwoorden opgenomen: Vraag 275: In gevallen waarin voor een bepaalde soort overeenkomst contractmodellen of algemene voorwaarden bestaan die paritair zijn opgesteld, past de aanbestedende dienst deze integraal toe (Voorschrift 3.9 C Gids Proportionaliteit). De Convergentiefase is een ontwerpfase waarin een Definitief Ontwerp wordt opgesteld. De Instandhoudingsfase is omvat onderhoudswerkzaamheden overeenkomst het meerjarig onderhoud overeenkomstig UAV-GC. Kortom, de projectfasering in dit Project is 1 op 1 toepasbaar op die van de paritair tot stand gekomen UAV-GC. M.a.w. de UAV-GC biedt een passend juridisch kader. De UAV- GC is een integrale contractvorm waarin procesgerichte samenwerking tussen opdrachtgever en opdrachtnemer centraal staan. De argumenten van de gewenste rolverdeling tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer, de Go-or-no-Go beslissing ( de knip' tussen ontwerp- en realisatiefase) zijn juist in een UAV-GC kader goed toepasbaar en in de bouwpraktijk een goed gebruik en gewoonte. Gegadigde acht het niet van toepassing verklaren van de UAV-GC gezien de fasering, aard, omvang en complexiteit van dit Project, niet gerechtvaardigd en strijdig met Voorschrift 3.9 D Gids Proportionaliteit. Bovendien kan, een niet beproefde, onbekende contractvorm en werkprocessen kostenverhogend zijn en tot grote mate van onzekerheid leiden, tot een voor zowel Opdrachtgever als Opdrachtnemer onduidelijkheden en vertraging in de planning hetgeen contrair is aan het doelstellingen van het Project. Wij verzoeken Opdrachtgever dringend haar standpunt betreffende het niet van toepassing verklaren van de UAV-GC te heroverwegen. Antwoord: De Opdrachtgever benadrukt dat deze zich ervan bewust is dat het extra inspanning vergt van de Opdrachtnemer om het contract te doorgronden. De Opdrachtgever is bij het opstellen van het contract primair uitgegaan van de inhoud en heeft daarbij de meest passende vorm gekozen. Naar het oordeel van de Opdrachtgever is dat een maatwerkcontract (zie ter toelichting het antwoord op vraag 6 van de 3e Nota van Inlichtingen). De Opdrachtgever is in de Nota's van Inlichtingen bereid geweest n.a.v. vragen en opmerkingen de contractstukken aan te passen en heeft niet onverkort vast gehouden aan de bepalingen vastgelegd in de eerste versie van de Overeenkomst. Aanvullende daarop zal de Opdrachtgever artikel 1.2 van de Overeenkomst wijzigen zodat voor de uitleg van de Overeenkomst niet enkel de Overeenkomst zelf, maar ook de Nota's van inlichtingen gebruikt kunnen worden. Dat is relevant omdat deze Nota's van Inlichtingen een toelichting is gegeven op onderdelen van de Overeenkomst, dat vergroot de bruikbaarheid en begrijpelijkheid van dit maatwerkcontract. Artikel van de Overeenkomst is vervallen en artikel van de Overeenkomst is gewijzigd in: Deze Overeenkomst regelt uitsluitend en uitputtend de rechtsverhouding tussen de Partijen over de in deze Overeenkomst beschreven kwesties en afspraken. Deze Overeenkomst is in de plaats gekomen van documenten, verklaringen en gedragingen over en weer van de Partijen van eerdere datum over die kwesties en voorstellen voor afspraken daarover en deze kunnen niet als bewijs voor de uitleg van deze Overeenkomst worden gebruikt, waartoe in ieder geval behoort de selectieleidraad en de gunningleidraad die zijn gebruikt in de aanbestedingsprocedure zoals beschreven in de overwegingen. In afwijking van de vorige volzin geldt dat de Nota s van Inlichtingen bijgevoegd als Bijlage 29 zijn bijgevoegd, wel van belang zijn voor de rechtsverhouding tussen de Partijen. Ook al zou een qua inhoud gelijkwaardige aanpassing mogelijk zijn in de vorm van een aangepaste UAV-gc overeenkomst, dan is dat om aanbestedingsen planningtechnische redenen niet uitvoerbaar Vraag 276 [naar aanleiding van het antwoord van beklaagde op vraag 6 in de 3 e Nota van Inlichtingen, zie 1.6 hiervoor, Commissie]: Het argument van het 'binaire georiënteerde karakter van de UAV-GC kan Gegadigde niet plaatsen. Juist zonder veel afwijkingen op de UAV-GC is de UAV-GC bij uitstek een juridisch jarenlang uitvoerig beproefd kader betreffende het bereiken van een optimale samenwerking tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer binnen de tijdkritische Mijlpalen in dit complexe Project. Het specifiek voor dit Project opgestelde (concept) maatwerkcontract is grotendeels geënt op afwijkingen contrair aan in de bouwpraktijk gebruik en gewoonten. Gegadigde constateert tot haar spijt een grote mate van juridisering in aanvang van de tenderfase, hetgeen niet in het belang is voor het welslagen van dit belangrijke project. Wij verzoeken Opdrachtgever dringend haar standpunt betreffende het niet van toepassing verklaren van de UAV-GC te heroverwegen. Antwoord: De specifieke kenmerken van dit renovatie/restauratie project vergen een op maat gesneden regeling. Daartoe behoort het in goed onderling overleg tussen Opdrachtgever en Opdrachtnemer doorlopen van de Convergentiefase met als doel het verkrijgen van een Omgevingsvergunning, met instemming van de Rijksdienst van Cultureel Erfgoed en andere stakeholders. Tevens behoort daartoe het uitvoeren van de Realisatiewerkzaamheden binnen een periode van een jaar per Tunnelbuis, zodat de gehele afsluiting (t.b.v. o.a. ESIT) van de [Atunnel] in de verkeersluwe zomerperioden kan plaatsvinden en de Realisatiewerkzaamheden binnen de Mijlpaaldata zijn afgerond ter beperking van de verkeersoverlast in de stad. Termijnverlenging past niet bij deze doelstelling. Met het enkel invullen van de basisovereenkomst conform de UAV-gc kan derhalve niet volstaan worden. Ook een groot aantal afwijkingen van de basisovereenkomst en de UAV-gc zou naar verwachting van de Opdrachtgever eveneens tot vragen hebben geleid. De Opdrachtgever betreurt het beeld van juridificering dat wordt geschetst. Dit is niet conform het beeld dat de Opdrachtgever wil afgeven en ligt niet in lijn met het coöperatieve samenwerkingsmodel. De Opdrachtgever werkt in de Convergentiefase samen met de Opdrachtnemer om tot goede resultaten te komen. Dit is tijdens de informatiebijeenkomst d.d. 9 september 2015 benadrukt (zie ook het procesverbaal met presentatiesheets zoals verstrekt in de 3e Nota van Inlichtingen). Hiermee zijn deze stukken onderdeel geworden van het contract. In navolging daarop hecht de Opdrachtgever eraan om haar positie in de Convergentiefase op hoofdlijn als volgt te duiden. De Opdrachtgever wenst haar kennis en ervaring met betrekking tot het project te delen met de Opdrachtnemer. Dit betekent dat de Opdrachtnemer een open en bereidwillige houding van Opdrachtgever kan verwachten in de beantwoording van vragen inzake onder meer Nuldossier en Vraagspecificaties. Daarnaast is er actieve communicatie over de gevraagde eindproducten, met als doel het voor de Opdrachtnemer mogelijk te maken dat op te stellen producten effectief tot stand komen en de Acceptatie van de documenten wordt bespoedigd. In het kader van het wederzijdse belang om de voortgang van het project te bevorderen, zal de Opdrachtgever zich pro-actief inspannen, ook richting haar eigen organisatie, om Wijzigingen zo veel mogelijk te beperken In de 8 e Nota van Inlichtingen zijn daarnaast antwoorden opgenomen naar aanleiding van eveneens in die Nota opgenomen vragen die direct dan wel indirect de vermeende afwijking door beklaagde van bepalingen van de UAV-GC 2005 en/of de vermeende niet-naleving door beklaagde van Voorschriften van de Gids Proportionaliteit met name Voorschriften 3.9 A en 3.9 D ter discussie stellen. Het betreft hier de volgende vragen: 300, 302, 303, 308, 311, 312, 322, 325, 326, 328 t/m 333, 339, 341 en Beklaagde heeft de Concept Overeenkomst opnieuw gewijzigd op 23 oktober 2015 in het document Wijzigingen contractstukken t.b.v. de 8 e Nota van Inlichtingen De Concept Overeenkomst bevat na de door beklaagde in de 5 e en de 8 e Nota van Inlichtingen daarin aangebrachte wijzigingen (zie 1.8 en 1.12 hiervoor) onder andere de volgende bepalingen: Na Acceptatie van het Definitief Ontwerp, stellen Partijen de Geconvergeerde Prijs voor de Realisatiewerkzaamheden en de Instandhoudingswerkzaamheden vast aan de hand van wat hierboven in dit hoofdstuk 5 (Convergentiefase) is vastgelegd, met betrekking tot: de eventuele uitkomsten van de optimalisaties van de Werkzaamheden zoals beschreven in artikel 5.1.4; de uitkomsten van de verificatie van het Nuldossier, de Vraagspecificatie en de overige Bijlagen, zoals beschreven in artikel 5.2; de invulling van scopeonderdelen en keuze voor het al dan niet uitvoeren van de opties, zoals beschreven in artikel 5.3 (waarvoor stelposten zijn opgenomen bij de Prijs); de specifieke aanwijzingen van de Opdrachtgever met betrekking tot het Definitief Ontwerp en de documentatie met betrekking tot het aanvragen van de Omgevingsvergunning, zoals beschreven in artikel 5.4 en 5.5 (waarvoor een stelpost is opgenomen bij de Prijs); het vaststellen van de verrekenbare hoeveelheden en de daarbij behorende vergoeding, voor zover uit bijlage 1 van de Staat van Ontleding Prijs (Bijlage 20.2) blijkt dat die verrekenbare hoeveelheden tijdens de Convergentiefase moeten worden vastgesteld; het nader afbakenen van de Instandhoudingswerkzaamheden, waarover afspraken zijn vastgelegd in artikel Partijen stellen de in het vorige artikellid bedoelde Geconvergeerde Prijs vast door ieder een eigen begroting op te stellen van het Financieel Gevolg van het totaal van de bovenstaande posten. Die begroting moet zijn opgesteld binnen vier (4) weken na Acceptatie van het Definitief Ontwerp door de Opdrachtgever. Bij het opstellen van die begroting nemen Partijen in acht wat in artikel tot en met (Financieel Gevolg) is vastgelegd. Indien bij een vergelijking tussen de beide begrotingen blijkt dat het verschil in de hoogte van het Financieel Gevolg van het totaal van de in het vorige artikellid genoemde vijf posten: kleiner is dan 10%, dan geldt het Financieel Gevolg zoals blijkt uit de begroting van de Opdrachtnemer; is gelegen tussen 10% en 30%, dan geldt dat het Financieel Gevolg zoals blijkt uit de beide begrotingen wordt vastgesteld op het gemiddelde van beide begrotingen; meer is dan 30%, dan geldt dat een kostendeskundige een bindende partijbeslissing neemt ter vaststelling van het Financieel Gevolg.
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks