Please download to get full document.

View again

of 106
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Blijven of Wijken. De betrokkenheid van jongeren in de Westhoek op hun omgeving

Category:

Internet

Publish on:

Views: 6 | Pages: 106

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Blijven of Wijken De betrokkenheid van jongeren in de Westhoek op hun omgeving Deze studie is uitgevoerd in opdracht van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen: Paul Breyne (provinciegouverneur),
Transcript
Blijven of Wijken De betrokkenheid van jongeren in de Westhoek op hun omgeving Deze studie is uitgevoerd in opdracht van de deputatie van de provincieraad van West-Vlaanderen: Paul Breyne (provinciegouverneur), Jan Durnez, Patrick Van Gheluwe, Bart Naeyaert, Dirk De fauw, Gunter Pertry, Marleen Titeca-Decraene (gedeputeerden), Hilaire Ost (provinciegriffier) en met de financiële steun van Europa en Vlaanderen in het kader van het 5B Phasing Out-programma. De afronding van dit onderzoek werd begeleid door een stuurgroep bestaande uit Frederik Jonckheere (Jeugddienst Diksmuide), Isabelle Sissau (Jeugddienst Alveringem), Annick Werkers (Platform Jeugd en Welzijn), Peter Cleenewerck (Jeugddienst Poperinge), Sigrid Verhaeghe (RESOC Westhoek), Dieter Hoet (Westhoekoverleg), Jan Vandenbriele (Jeugddienst Ieper), Klaas Kindt (JOC Ieper) en vanuit de Provincie West-Vlaanderen: Bern Paret (Stafmedewerker Plattelandsbeleid), Katrien Devliegher (Dienst Welzijn / Jeugd), Ellen Cardoen (Programmamanager 5b Phasing Out-programma), Sytske Bellengé (Gebiedswerker Milieu, Natuur en Landschap) en Filip Boury (Regiocoördinator Streekhuis Esenkasteel). Colofon Omslag: UvA-Kaartenmakers, Amsterdam Omslagfoto: Copyright Provinciebestuur West-Vlaanderen Overige foto s: Klaas Kindt (JOC Ieper) ISBN AMIDSt Universiteit van Amsterdam Amsterdam institute for Metropolitan and International Development Studies Nieuwe Prinsengracht VZ Amsterdam t. +31 (0) f. +31 (0) e. w.http://www.fmg.uva.nl/amidst ii Blijven of Wijken De betrokkenheid van jongeren in de Westhoek op hun omgeving Frans Thissen Joos Droogleever Fortuijn Erica Derijcke Gegevens van leerlingen van scholen secundair onderwijs in Ieper en Poperinge zijn verkregen door de medewerking van negen scholen: Technisch Instituut H. Familie, Lyceum O.L.V. Ter Nieuwe Plant, Koninklijk Atheneum, Sint-Vincentiuscollege, Koninklijk Technisch Atheneum, het Technisch Instituut Immaculata (Ieper) en TAC-Onze-Lieve-Vrouwe Instituut, Sint-Janscollege en het Vrij Technisch Instituut VTI (Poperinge). Gegevens van bewoners van jaar in het onderzoeksgebied binnen de Westhoek zijn voor dit onderzoek verzameld door de studenten sociale geografie van de Universiteit van Amsterdam die in 2005 deelnamen aan het onderdeel Methoden & Technieken / Veldwerk: Michiel Blokland, Jermaine Rieske, Julia Quaedvlieg, Jaap Rothuizen, Tijmen de Groot, Niels Keijzer, Linda Jansen, Christel van der Pijl, Ewald Bogers, Jochem Wellinga, Louise Koeman, Lieke Bakker, Jochem Bokhorst, Eva Bosman, Ewoud de Groot, Bert Naber, Jeroen Wesselius, Frank Montagne, Pascalle Chin Fo Sieeuw, Klara van Duijkeren, Thomas van de Loo, Paul t Hoen, Assanke Koedam, Japijn van Hemert, Joeri Scholtens, Simon Anwar, Martijn Pauw, Raymond Dubos, Jinne Wijnnobel, Casper Egas, Sara Meek, Ivo Snijders, Carlos Palo-de Groot, Willem van der Velde, Annica Blok, Kathelijne Smits. iv Voorwoord Van 18 tot en met 22 april 2005 werden in het zuiden van de Westhoek gegevens verzameld ten behoeve van een onderzoek naar de betrokkenheid van jongeren in de Westhoek op hun omgeving. Het onderzoek werd uitgevoerd door studenten en stafleden van de opleiding Sociale Geografie van de Universiteit van Amsterdam in het kader van het onderdeel Methoden & Technieken, Veldwerk van de opleiding sociale geografie. In dit rapport worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek gepresenteerd. Voor de verleende medewerking danken wij de provincie West-Vlaanderen, de medewerkers van het streekhuis Esenkasteel, de betrokken scholen, de schoolleidingen en de leerlingen die de schriftelijke vragenlijsten hebben ingevuld, de bewoners die bereid waren deel te nemen aan het onderzoek door een van onze studenten te ontvangen voor het invullen van een vragenlijst of een open interview, de deelnemers aan de diverse groepsinterviews in het onderzoeksgebied en de 36 studenten sociale geografie die de gegevens hebben verzameld en geschikt gemaakt voor verdere verwerking. Wij bedanken hier ook onze collega s, Wim Ostendorf, Henk Schmal en Albertine van Diepen, die als docent deelnamen aan het veldwerk en het onderwijsonderdeel waarbinnen dit onderzoek jaarlijks plaatsvindt, en Annette van Bruinessen voor haar assistentie. Voor hun bijdrage aan het onderwijsgebonden project in 2005 bedanken we bovendien Filip Boury, Jan Durnez en Piet Chielens, die een bezielende bijdrage leverenden aan de veldwerkweek, en de begeleiders van het project vanuit het Streekhuis Esenkasteel: Niek De Roo, Sofie Vandelannoote en Martine Vanryckeghem. Een verdergaande analyse van het verzamelde materiaal en het schrijven en publiceren van dit rapport was mogelijk dankzij aanvullende financiële steun van het provinciebestuur West-Vlaanderen. In deze fase werd het onderzoek vanuit de provincie West-Vlaanderen, en in het bijzonder vanuit de Westhoek, begeleid door een stuurgroep onder voorzitterschap van Filip Boury en Pieter Hoet. Wij danken hen voor hun vertrouwen en voor hun stimulerende commentaar op conceptteksten. Voor commentaar en het aanleveren van gegevens in de eindfase bedanken we in het bijzonder Stefaan Lombaert, Klaas Kindt en Sigrid Verhaeghe. In de afrondende fase coördineerde Bern Paret de frequente contacten tussen de onderzoekers en de begeleiders. Dankzij de financiële steun kon Erica Derijcke (IVAM, Research and Consultancy on Sustainability) als onderzoeker bij het project worden betrokken. Frank Montagne heeft als student-assistent vanuit de Universiteit van Amsterdam een ondersteunende rol gespeeld bij de voorbereiding van deze publicatie. Frans Thissen Joos Droogleever Fortuijn v vi Inhoudsopgave Voorwoord... v Inleiding...9 Het thema...9 Jongeren en platteland...10 Jongeren in de Westhoek...13 Centrale begrippen...17 Streekidentiteit...17 Verzelfstandiging...18 Betrokkenheid bij de omgeving...19 Het onderzoeksgebied...21 Onderzoeksopzet...22 Verslag van de dataverzameling...23 Scholieren: verwachtingen over verzelfstandiging in de Westhoek Inleiding...29 Verwachtingen over een start in het leven in de Westhoek...30 Verwachtingen over inkomenszelfstandigheid...30 Verwachtingen over zorgzelfstandigheid...33 Achtergronden van blijven of verhuizen...34 Waarderingen en redenen...34 Leefstijlkenmerken...36 Vrije tijd en sociale relaties...36 Houdingen...38 Blijven of vertrekken...42 Conclusie...47 Jonge bewoners: verzelfstandigen in de Westhoek Inleiding...51 De woongeschiedenis van jonge bewoners...52 Een start in de Westhoek...54 Bereikte zelfstandigheid...54 Verwachtingen over verzelfstandiging...59 Achtergronden van blijven en verhuizen...62 Waarderingen en redenen...62 Leefstijlkenmerken...67 Vrije tijd en sociale relaties...67 Lokale oriëntatie op voorzieningen en verenigingen...71 Houdingen en beelden...74 Blijven of vertrekken...77 Conclusie...81 Besluit vii Conclusies...86 Regionale ontwikkeling...86 Jongerenwelzijn...90 Aanbevelingen...91 Regionale ontwikkeling...91 Jongerenwelzijn...93 Literatuur Bijlagen Bijlage 1: Representativiteit van de in het onderzoek betrokken groep scholieren...98 Bijlage 2: Representativiteit van de in het onderzoek betrokken jonge bewoners jaar...99 Bijlage 3: De woongeschiedenis van jarigen en de weging Bijlage 4: Verwerking van de eerste gedachte bij de Westhoek Bijlage 5: De logistische regressieanalyses Bijlage 6: Verwerking open interviews viii Inleiding Where you belong, it's not a song It's not the place where you come from It's up to you to make the choice It is the place you have a voice It is the place you have no fear As you return you know you're near In times of joy and times of strife It is the place you have your life Inleiding Jim Boyes 1 Het thema Bij het maken van een start in het leven in een plattelandsgebied staan jongeren voor belangrijke keuzes. Belangrijk voor een verder succesvol verloop van hun leven. Maar ook belangrijk voor de streek waarin zij opgroeien. Over de relatie tussen de start die plattelandsjongeren in hun leven maken en de streek waarin zij wonen gaat deze studie. De relatie tussen jongeren en hun streek kan van twee kanten worden bekeken: vanuit de jongeren en vanuit de streek. Vanuit het perspectief van de jongeren biedt een streek jongeren mogelijkheden om een start in het leven te maken. Ze vinden er het huishouden waarin zij opgroeien, opleidingsmogelijkheden, mogelijkheden om hun vrije tijd door te brengen, familie en vrienden, een eerste job of een job voor het leven, een partner, een plek waar ze zich thuis voelen en een deel van hun identiteit aan kunnen ontlenen. Allemaal belangrijke zaken voor hun verzelfstandiging. Een deel van de plattelandsjongeren is wat dat betreft op de streek waarin zij wonen aangewezen. Mogelijkheden buiten de streek komen, om wat voor reden dan ook, voor hen niet in beeld. In toenemende mate verlaten jonge plattelandsbewoners echter ook de streek waarin zij zijn opgegroeid omdat zij op zoek zijn naar meer of andere mogelijkheden dan de eigen streek hen biedt. Een deel van deze jongeren komt na enige tijd weer terug in de streek waar zij zijn opgegroeid. Een ander deel bouwt elders een nieuwe band op met de streek waarvoor men heeft gekozen of waar men terecht is gekomen. De veranderingen die zich voordoen in de wijze waarop plattelandsjongeren een start maken in het leven, hebben echter ook belangrijke consequenties voor de plattelandsgebieden zelf. Vanuit het perspectief van de streek vertrekken jonge bewoners steeds vaker vanwege opleidingsmogelijkheden elders en vanwege de algemene schaalvergroting van het leven. Door schaalvergroting zijn, zeker voor hoger opgeleiden, ook mogelijkheden om ergens anders te gaan werken en wonen steeds belangrijker. Uiteraard zijn 1 Where you belong is geschreven door Jim Boyes en wordt gezongen op de CD van Coope, Boyes & Simpson Where you belong; a song cycle for Belper ( 1999, No Masters NMCD15). Coope, Boyes & Simpson treden regelmatig op in de Westhoek, zoals op het jaarlijkse Folk Festival in Dranouter. Boven elk van de hoofdstukken van dit rapport staat een vers uit deze song. 9 Blijven of Wijken er naast vertrekkende jonge bewoners ook jongeren die zich in de streek vestigen of er na een opleiding weer terugkeren. Veel plattelandsgebieden zijn echter bevreesd voor een braindrain waarbij talentvolle en ondernemende jongeren het gebied per saldo verlaten en men slechts in staat is om jongeren met een relatief zwakke sociaal-economische positie te behouden dan wel aan te trekken. Plattelandsgebieden moeten wat dat betreft steeds meer met elkaar en stedelijke gebieden concurreren. Voor de concurrentiepositie van streken is het aanbod aan arbeidsplaatsen van groot belang, maar daarnaast spelen in toenemende mate ook andere factoren een rol. Om een aantrekkelijk aanbod aan arbeidsplaatsen op te bouwen moet men als streek in staat zijn getalenteerde en ondernemende jongeren aan te trekken en ook investeerders kunnen overtuigen dat men daartoe in staat is. Bij het opbouwen van een positie bij (toekomstige) bewoners en bij investeerders speelt het beeld dat men van de streek heeft een steeds belangrijker rol. In plattelandsgebieden streeft men daarom naar een versterking van de streekidentiteit. In deze studie is vooral het gezichtspunt van de in een plattelandsgebied wonende jongeren genomen. Daarvoor was de in het voorjaar van 2005 gehouden dataverzameling in het zuiden van de Westhoek doorslaggevend. Er zijn toen in het kader van het onderwijs Methoden en Technieken aan tweedejaars studenten sociale geografie van de Universiteit van Amsterdam, een groot aantal gegevens verzameld onder 611 scholieren en 200 bewoners van jaar in de vorm van vragenlijsten en interviews. Daarbij stonden twee begrippen centraal: verzelfstandiging en betrokkenheid op de omgeving (de deelgemeente en de streek). De start in het leven, de verzelfstandiging op allerlei terreinen is immers de belangrijkste achtergrond voor de relatie die men in deze levensfase met de streek aangaat. Met het begrip betrokkenheid wordt deze relatie zo ruim mogelijk bestudeerd. Inzicht in de betrokkenheid van jonge bewoners op hun streek en de achtergronden daarvan zullen in de conclusies van dit rapport echter ook worden betrokken op de ontwikkelingsmogelijkheden van de streek. Naast demografische en regionaal-economische achtergronden zijn daarvoor beelden die jongeren van de streek hebben van belang. In dit hoofdstuk wordt de relatie tussen jongeren en platteland, zoals hiervoor geïntroduceerd verder uitgewerkt en de Westhoek als streek beschreven. Daarna worden een aantal centrale begrippen in het uitgevoerde onderzoek - verzelfstandiging, betrokkenheid en streekidentiteit - besproken. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte introductie tot het onderzoeksgebied, een schets van de gekozen onderzoeksopzet en een verslag van de dataverzameling. Jongeren en platteland De relatie tussen de verzelfstandiging van jongeren en de ontwikkeling van het platteland is een bekend onderzoeksthema, vooral met betrekking tot plattelandsgebieden met een relatief perifere ligging (Jamieson, 2000; Muili & Rusanen, 2003; Stockdale, 2004). Zoals we hiervoor al gezien hebben, zijn daarbij twee perspectieven mogelijk: het perspectief van het plattelandsgebied en het perspectief van de individuele jongere. 10 Inleiding In een groot aantal studies wordt het thema geproblematiseerd vanuit het gezichtspunt van het platteland (Wisselend getij, 1986; Stockdale, 2006a). De ontwikkeling van een plattelandsgebied staat daarbij in feite centraal. De belangrijkste thema s hebben betrekking op de economische ontwikkeling van de streek en het dorp als sociaal milieu. De regionale ontwikkeling wordt vooral afgemeten aan de omvang van de regionale werkgelegenheid en de aard van de differentiatie daarvan (economic capital). Lokaal wordt vaak gestreefd naar een min of meer evenwichtige leeftijdsopbouw en een hechte dorpsgemeenschap (social capital). Vergrijzing wordt in dat verband vaak als een bedreiging gezien. Een succesvolle verzelfstandiging van jongeren wordt binnen dit perspectief vooral afhankelijk gezien van het economisch en sociaal kapitaal dat beschikbaar is in de streek en in het dorp waarbinnen de jongeren opgroeien (Coleman, 1988; Hooghe, 2003; Bjarnason & Thorlindsson, 2006). De start in het leven en de vorming van een eigen identiteit vinden plaats binnen een gegeven en beperkt ruimtelijk kader. Door algemene maatschappelijke ontwikkelingen, zoals schaalvergroting en individualisering, is het gezichtspunt van de individuele jongere echter in betekenis toegenomen (Liefbroer & De Jong Gierveld, 1995). Daarbij staat de verzelfstandiging van jongeren centraal. Sociale mobiliteit (het klimmen op de maatschappelijke ladder) is daarmee op steeds ruimere schaalniveaus verbonden met geografische mobiliteit (migratie) (Boekestijn, 1961). Door steeds hogere opleidingsniveaus en een start binnen geografisch steeds ruimere arbeidsmarkten wordt het dorp en de streek waar men is geboren minder relevant en ook steeds vaker verlaten. De ontwikkeling van een band met een (toekomstige) woonplaats, als een aspect van de vorming van een eigen identiteit, richt zich daarmee minder vanzelfsprekend op de plaats en de streek waar men is geboren (Jones, 1999). Plaatsen zouden meer en meer het karakter hebben van tijdelijke stations in een bepaalde levensfase, zonder dat van lokale hechting sprake is (Bauman, 1992). Een succesvolle ontwikkeling van dorp en streek worden daarbij mede afhankelijk gezien van de mate waarin verzelfstandigde jongeren met door hen opgebouwd menselijk kapitaal (human capital) zich daar - als nieuwkomer - vestigen of terugkeren (Stockdale, 2006a). Veel plattelandsgebieden hebben te maken met economische structuurveranderingen die samenhangen met het niveau van de (inter)nationale economische ontwikkeling (de economic shift van de primaire en secundaire sector naar de tertiaire en quartaire sector) en met een toenemende schaalvergroting van het economisch leven (Europeanisering, globalisering). Regionale arbeidsmarkten van plattelandsgebieden zijn daardoor voor de verzelfstandiging van jongeren onaantrekkelijker geworden, terwijl de strategieën van jongeren om te verzelfstandigen individueler zijn geworden. Veel plattelandsgebieden in Noordwest-Europa hebben al over een lange periode, soms al meer dan een eeuw, te maken met een negatieve migratiebalans voor jongeren (Council of Europe, 1980; Drijgers & Kruis, 1985). Deze zou gecompenseerd kunnen worden door een positieve migratiebalans voor oudere leeftijdsklassen. Veel perifere plattelandsgebieden zijn echter in een neerwaartse spiraal terechtgekomen die heeft geleid tot bevolkingsafname en sociaal-economische achteruitgang (Stockdale, 2006a). Voor werkelijk perifeer gelegen plattelandsgebieden in Noordwest-Europa, zoals delen van het Verenigd Koninkrijk, IJsland, Finland en Duitsland, heeft een negatieve migratiebalans voor jonge bewoners regionaal tot een duidelijke teruggang 11 Blijven of Wijken in bevolking en economische ontwikkeling en lokaal tot leegstand geleid. In aantrekkelijke en gunstig gelegen plattelandsgebieden in Noordwest-Europa wordt de negatieve migratiebalans voor jongeren gecompenseerd door een positieve migratiebalans voor 50-plussers. Door dit proces van counterurbanisation vindt een verschuiving plaats van productieve naar consumptieve functies, zoals wonen en recreatie (Champion, 1981; Marsden, 1998). In relatief perifeer gelegen regio s binnen landen als Denemarken, Nederland en België is eveneens sprake van een negatieve migratiebalans voor jongeren die bovendien selectief is naar opleidingsniveau en maar in beperkte mate wordt gecompenseerd door een instroom van afgestudeerde jongeren. Bovendien hebben deze regio s vaak te maken met een negatief imago binnen hun nationaal kader. Dat maakt een exogene ontwikkeling, een ontwikkeling op basis van het aantrekken van nieuwe werkgelegenheid, het aantrekken van goed geschoolde arbeid, of counterurbanisation in deze regio s minder makkelijk te verwezenlijken. In enkele regio s wordt dan ook de toevlucht genomen tot een endogene ontwikkelingsstrategie, een regionale ontwikkeling die gebaseerd is op de eigen hulpbronnen en in de regio aanwezige human capital (Van der Ploeg & Long, 1994). Met een naar leeftijd en onderwijsniveau negatieve migratiebalans is dit echter geen eenvoudige ontwikkeling (Stockdale, 2006a). Jongeren in plattelandsgebieden voelen meer dan ooit de noodzaak om voor hun economische verzelfstandiging hun dorp en streek voor enige tijd te verlaten. Dat geldt des te meer nu nationale overheden in hun streven een kenniseconomie op te bouwen, een hogere deelname in het hoger onderwijs bepleiten. Jongeren weten zich in het streven naar een hoog opleidingsniveau overigens ook gesteund door hun, eveneens steeds beter opgeleide, ouders. Het deelnemen aan bepaalde vormen van hoger onderwijs en vooral specifieke vormen van hoger onderwijs, betekent dat men daarvoor voor langere of kortere tijd dorp en streek moet verlaten. Ook al vindt de rekrutering van studenten voor hoger en universitair onderwijs nog vaak regionaal plaats en behouden, vooral in Vlaanderen, veel studenten een binding met hun ouderlijk huis (Corijn & Manting, 2000), een groeiend aantal jongeren verlaat vanwege hun opleiding het dorp en de streek waar ze zijn geboren en opgegroeid. Indien deelname aan hoger onderwijs niet de reden is voor migratie dan is voor veel hoger opgeleiden overigens de start op de arbeidsmarkt een reden zich op een andere dan de geboortestreek te oriënteren. De oriëntatie van jonge bewoners op blijven dan wel op vertrek uit een plattelandsgebied hangt dus sterk samen met hun oriëntatie op een voortgezette opleiding en op de arbeidsmarkt na het verlaten van het onderwijs. Deze oriëntaties in de sfeer van de economische verzelfstandiging en de consequenties daarvan voor toekomstige migratie zijn echter niet los te zien van de verzelfstandiging in andere levensdomeinen en de opbouw van e
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks