Please download to get full document.

View again

of 13
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

De diepte van het water & de lengte van de brug Of: de duur van de coalitievorming

Category:

Fan Fiction

Publish on:

Views: 7 | Pages: 13

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
De diepte van het water & de lengte van de brug Of: de duur van de coalitievorming Tom Blockmans, Benny Geys, Bruno Heyndels & Bram Mahieu 1. Inleiding Eens de kiezer de teerlingen heeft geworpen en de
Transcript
De diepte van het water & de lengte van de brug Of: de duur van de coalitievorming Tom Blockmans, Benny Geys, Bruno Heyndels & Bram Mahieu 1. Inleiding Eens de kiezer de teerlingen heeft geworpen en de zetelverdeling gekend is, maken partij- verantwoordelijken werk van de coalitievorming. Deze heeft veel weg van een paringsdans waarbij potentiële coalitiepartners de mogelijkheden aftasten. Soms is die dans van korte duur, soms duurt die wat langer. Het eindresultaat is een bestuursmeerderheid die de plicht en het voorrecht heeft om de gemeente in de komende 6 jaren te besturen. De moeilijkheidsgraad om tot een werkbare coalitie te komen verschilt van gemeente tot gemeente. Waar in veel gemeenten de bestuursmeerderheid reeds gevormd wordt op de dag van de verkiezingen zelf, zijn er heel wat plaatsen waar de coalitievorming moeizaam verloopt en pas na lange onderhandelingen een akkoord wordt bereikt. In voorliggende tekst onderzoeken we in welke mate de duur van de coalitievorming afhangt van ideologische verschillen en gelijkenissen in partijprogramma s. We gaan na of de coalitievorming korter of langer duurt naarmate partijen meer gelijklopende ideologieën en/of beleidsvoorkeuren hebben. Deze determinanten vormen een onderdeel van een ruimer geheel van elementen die een coalitievorming vlotter of net minder vlot kunnen doen verlopen. In paragraaf 2 geven we een kort overzicht. Onze analyse beperkt zich omwille van beschikbaarheid van data tot de Vlaamse gemeenten. Net als bij vorige gemeenteraadsverkiezingen verschilt de duur van de coalitievorming na de verkiezingen van oktober 2012 sterk van gemeente tot gemeente. In paragraaf 3 brengen we de (snelheid van) coalitievorming na de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2012 in kaart voor de 308 Vlaamse gemeenten. Het vormen van coalities impliceert dat men ernaar streeft een homogene beleidsploeg samen te stellen uit essentieel heterogene componenten. De beleidsvoorkeuren van de respectieve partijen die tot een coalitie toetreden kunnen verder of minder ver van elkaar verwijderd zijn. In paragraaf 4 onderzoeken we de mate waarin partijvisies verschillen tussen de lokale afdelingen van de grote Vlaamse partijen. In onze empirische analyse (paragraaf 5) onderzoeken we in welke mate verschillen in ideologie en/of partijprogramma de coalitievorming al dan niet vertragen. Dergelijke 1 invloed verraadt dat coalitievorming méér is dan een door bepaalde rationele coalitietheorieën gesuggereerd - spel waar partijen enkel streven naar het verwerven van bestuurlijke macht. Onze bevindingen geven duidelijk aan dat inhoud wel degelijk telt. 2. De coalitievorming Wanneer we het chronologisch bekijken is het coalitie- vormingsproces in de eerste plaats een mathematisch gegeven. In de mate dat besturen vereist dat de partijen beschikken over een meerderheid van zetels in de gemeenteraad, bepaalt de zetelverdeling in elke gemeente het aantal mogelijke coalities. Uit dit (doorgaans grote) aantal distilleert het coalitievormingsproces één mogelijkheid. Klassieke coalitie- theorieën trachten uitgaande van de zetelverdeling te voorspellen welke coalitie zal worden gevormd. Een eerste reeks theorieën reeds geformuleerd in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw - bekijkt de coalitievorming als een zuiver mathematische oefening waarbij géén rekening wordt gehouden met de ideologische, beleidsmatige of andere elementen. Zo stellen Von Neumann en Morgenstern (1953) bijvoorbeeld dat politieke partijen zullen streven naar een coalitie zonder (mathematisch) overbodige partijen. Iedere partij in dergelijke minimal winning coalition is nodig om de meerderheid te halen. De achterliggende idee is dat partijen willen vermijden om beleidsposities ( postjes ) toe te wijzen aan politici van andere partijen die niet nodig zijn. Riker (1962) gaat een stap verder: hij definieert de minimum winning coalitie als de kleinste minimal winning coalitie. Hij stelt, met andere woorden dat die coalitie zal gevormd worden waarbij de gerealiseerde meerderheid zo klein mogelijk is. Leiserson (1966) ten slotte wijst op de onderhandelingskosten bij de beleidsvoering. Om een zo vlot mogelijke beleidsvoering te garanderen minimaliseert men het aantal partijen. Een 2- partij regering is met andere woorden aantrekkelijker (en dus waarschijnlijker) dan een regering met 3 of meer partners. Het hoeft geen betoog dat coalitievorming in de werkelijke wereld niet enkel een mathematische oefening is (dat beweerden de genoemde auteurs overigens ook niet). Andere elementen spelen een rol (Ackaert et al., 2008). Hierbij denken we in de eerste plaats aan politiek- inhoudelijke elementen. Deze vormen ook de focus van ons eigen empirisch onderzoek in deze studie. De idee is dat coalitievorming makkelijker verloopt naarmate politieke partijen inhoudelijk nauwer verwant zijn. De ideologie van potentiële verkiezingspartners kan op die manier een rol spelen. Een coalitie tussen 2 linkse of 2 rechtse partijen is allicht makkelijker te vormen dan een coalitie tussen twee partijen die zich aan de andere kant van het links- rechts spectrum bevinden. Partij- ideologie is in zekere zin een abstract gegeven. Ze vertaalt zich echter naar aanleiding van verkiezingen in een programma. Partijen die met gelijkaardige programma s naar de kiezer stappen, vinden elkaar allicht makkelijker in coalitiegesprekken. Immers, naarmate partijprogramma s meer 2 op elkaar lijken moeten de respectieve partijen minder water bij de wijn doen willen ze een coalitie aangaan. Behalve de loutere machtselementen en de ideologisch/inhoudelijke redenen om een coalitie aan te gaan, zijn er in de dagdagelijkse politieke praktijk nog tal van elementen die een rol kunnen spelen. De ervaringen in het verleden kunnen een rol spelen. Indien partijen 6 jaar in harmonie hebben samengewerkt is een verderzetting van de coalitie allicht waarschijnlijker dan wanneer een dergelijke samenwerking niet bestond. Ook richtlijnen van de nationale partijafdelingen kunnen meespelen, Op een meer geaggregeerd niveau speelt ook de politieke context van de gemeente een mogelijke rol. De ene gemeente is de andere niet. De complexiteit van het politieke handelen weerspiegelt niet zelden de sociologische of economische complexiteit van de lokale bevolking. Jottier et al. (2012) documenteren zo bijvoorbeeld hoe de complexiteit van de Vlaamse gemeenten ertoe leidt dat de lokale politici minder goed op de hoogte zijn van de verzuchtingen van de burger. Onder complexiteit wordt dan heterogeniteit verstaan: grotere gemeenten met een heterogener bevolkingssamenstelling, zowel sociologisch als economisch zijn ook voor de politici minder te doorgronden. Het politieke spel is er moeilijker. Het is dan ook denkbaar dat dit zich doorzet in de coalitiegesprekken. 3. Duur van de coalitievorming in 2012 De federale Belgische regering raakte anno in het wereldnieuws toen ze zich een plaats wist te bemachtigen in het Guiness Book of Records als recordhouder wat betreft de langste formatie ooit. Hoewel gemeentelijke formaties geen bedreiging vormen voor het 541- dagen- record, durven ze ook wel eens lang te duren. Zoals we verder zullen zien vormen de gemeentelijke formaties in 2012 hierop geen uitzondering. Tegelijk is het een typisch kenmerk van de lokale politiek dat meerderheden vaak héél snel worden gevormd, niet zelden reeds de dag van de verkiezingen zelf. Dit heeft alles vandoen met de sterk ingeburgerde gewoonte om voorakkoorden af te sluiten waarbij partijen reeds vóór de verkiezingen afspraken maken om een coalitie te vormen. De cultuur van voorakkoorden in de Vlaamse (en meer algemeen: Belgische) gemeentepolitiek is goed gedocumenteerd (Wille en Deschouwer, 2012; De Winter et al., 2013) Om het temporeel verloop van de coalitievorming in de Vlaamse gemeenten in kaart te brengen verzamelden we gegevens vanaf 14 oktober Als (benaderende) datum van het bestuursakkoord nemen we de datum waarop dit voor het eerst in de media 1 werd aangekondigd, verminderd met één dag. We nemen m.a.w. aan dat er één dag vertraging zit tussen het eigenlijke bestuursakkoord en de publieke berichtgeving. 1 De berichtgeving werd, om een gelijke basis te hanteren, prioritair overgenomen van de mediagroep Corelio (Het Nieuwsblad De Standaard). 3 Tabel 1 geeft een overzicht van de gesloten bestuursakkoorden per week. Gezien de verkiezingen plaats vonden op een zondag, loopt elke week van zondag tot zaterdag. Het communiceren van een bestuursakkoord gebeurt op het moment dat (a) één partij die over de absolute meerderheid beschikt beslist om zonder partner de gemeente te zullen besturen of (b) een coalitie tussen verschillende partijen is gevormd. In de tabel rapporteren we zowel het totale aantal bestuursakkoorden als het subtotaal aan éénpartijbesturen. Tabel 1: Verloop coalitievorming in weken Week Totaal aantal bestuursakkoorden waarvan éénpartijbesturen Meer 2 Op twee uitzonderingen na werden alle gemeentelijke meerderheden gevormd binnen de 11 weken na de verkiezingen. Gemiddeld had een Vlaamse gemeente amper 4 dagen nodig om een bestuursakkoord te sluiten. Dit vertaalt zich in een grote concentratie in de eerste week na de verkiezingen. Hierin werd het gros van de bestuursakkoorden gesloten: 93 % op van de Vlaamse gemeenten kenden binnen de week de bestuursploeg voor de komende zes jaren. Behalve op de aanwezigheid van een absolute meerderheid die een éénpartijbestuur vormt (84 gevallen), wijst dit hoge aantal bestuursakkoorden vlak na de verkiezingen (soms op de verkiezingsdag zelf) allicht in vele gevallen op de aanwezigheid van een voorakkoord. In de andere gevallen verraadt het een uitermate vlotte onderhandeling. De grote frequentie van een (relatief) snelle coalitievorming neemt niet weg dat in een beduidend aantal gemeenten moeilijker de weg werd gevonden naar een bestuursakkoord. In 21 gemeenten duurde dit langer dan een week. Opvallend is dat één absolute meerderheid pas uitmondde in een bestuursakkoord na 7 weken. Dit was het geval in Stekene. Een van de twee uittredende coalitiepartners (Gemeentebelangen) behaalde er een zodanig klinkende overwinning dat de coalitiepartner uit de vorige legislatuur (CD&V) niet langer nodig was om een bestuursploeg te vormen. Gesprekken over een eventuele verderzetting van de uittredende coalitie sleepten verschillende weken aan, maar het water 4 bleek te diep en er werd uiteindelijk gekozen voor een krappe meerderheid van 13 van de 25 zetels. Echt lange coalitievormingen zijn zeker uitzonderlijk te noemen. De moeilijkste of toch: langst aanslepende gesprekken duurden liefst 3 (Denderleeuw) of 4 (Wemmel) maanden. De kiezer in deze gemeenten had de politieke kaarten blijkbaar moeilijk geschud. In faciliteitengemeente Wemmel bereikte de communautaire spanning op politiek vlak een hoogtepunt. Alle grote partijen bundelden de krachten. Aan de ene (Vlaamse) zijde resulteerde dit in W.E.M.M.E.L., een kartel van alle Vlaamse partijen uitgezonderd Vlaams Belang. Aan Franstalige kant werd een kartel gevormd - de Lijst van de Burgemeester (LB) rond uittredend burgemeester Chris Andries. Dit kartel verenigde alle Franstalige partijen op uitzondering van de Union des Francophones (UF). Op de lijst stonden ook een aantal Nederlandstalige kandidaten. De impasse werd compleet toen beide blokken 12 van de 25 zetels binnenhaalden. De enig overblijvende zetel ging naar de UF, de lokale afdeling van het FDF. Dat de coalitiegesprekken in een dergelijke context met de twee grote blokken die zichzelf incontournable achten moeilijk kunnen zijn, hoeft geen betoog. Na maanden van moeizame gesprekken werd een akkoord gevonden in een hoe kan het ook anders typisch Belgisch compromis. De burgemeester zou eerst voor drie jaar geleverd worden door de LB en vervolgens voor drie jaar door W.E.M.M.E.L.. Dat binnen kartels ook de interne besluitvorming niet altijd van een leien dakje loopt, getuigt het uitblijven van de aanduiding van een definitieve burgemeester door de LB. Waarnemend burgemeester Walter Vansteenkiste werd pas twee maanden na de al meer dan vier maanden durende coalitievorming als volwaardig burgemeester voorgedragen. 2 In Denderleeuw verliepen de coalitiegesprekken evenmin erg vlot. SP.a en Open VLD hadden hun lot aan elkaar verbonden, maar behaalden samen slechts 11 van de 25 zetels. Hetzelfde gold voor CD&V en N- VA die met verzamelde krachten strandden op evenveel zetels. De enig overblijvende partij was het Vlaams Belang die met 3 zetels gedoogsteun wou leveren aan CD&V en N- VA, maar deze hielden vast aan het cordon sanitaire. CD&V en N- VA probeerden Open VLD los te weken van SP.a om zo een meerderheid van 13 zetels te kunnen vormen, maar dit stootte op een njet bij Open VLD. Pas na bemiddeling van gouverneur André Denys werd een bestuursakkoord gesloten. De link tussen Open VLD en SP.a werd verbroken en CD&V, N- VA en Open VLD vormden uiteindelijk de nieuwe bestuursploeg. 3 De coalitievorming in Antwerpen kreeg ongetwijfeld het meest aandacht in de media, al was het dus verre van de langste. Na moeizame onderhandelingen kon Bart De Wever na meer dan twee maanden zijn bestuursploeg voorstellen. Hiermee staat Antwerpen in het lijstje van de langste coalitievormingen op de vierde plaats, na Wemmel, Denderleeuw en Maasmechelen. De grote tegenstellingen tussen de twee Antwerpse tenoren, uittredend 2 heeft- eindelijk- burgemeester.dhtml 3 heeft- bestuursploeg/article htm 5 burgemeester Patrick Janssens en uitdager Bart De Wever, vormden een splijtzwam in de coalitiegesprekken. Net zoals in Denderleeuw kon een akkoord pas gesloten worden nadat de band tussen SP.a en Open VLD werd doorgeknipt. De traditie van voorakkoorden maakt de coalitievorming in een groot deel van de gemeenten tot een formaliteit. Bestuursakkoorden kunnen dan snel na de verkiezingen worden afgesloten. In een paar gemeenten, zoals Antwerpen en Denderleeuw, blijken allianties tussen (uittredende) coalitiepartners dan weer contraproductief en leidden ze tot een impasse in de onderhandelingen. De concentratie van snelle coalitievormingen in de eerste week na de verkiezingsdag verhindert natuurlijk niet dat er toch significante verschillen zijn tussen de betrokken gemeenten onderling. Om deze in kaart te brengen, focussen we in figuur 1 op deze eerste week. In de figuur bekijken we de verdeling van de bestuursakkoorden per dag. Net zoals in tabel 1, geven we opnieuw (ook) aan hoeveel van de bestuursakkoorden éénpartijbesturen betreffen. Figuur 1: Verloop bestuursakkoorden in dagen Aantal bestuursakkoorden Meer Aantal dagen sinds verkiezingen Bestuursakkoorden waarvan eenparojbesturen Alweer valt de snelheid van de bestuursakkoorden op. In 42 gemeenten werd de bestuursploeg al gevormd op de dag van de verkiezingen zelf. Het zal niet verbazen dat we hier een reeks éénpartijbesturen vinden waarbij de partij met een meerderheid aan zetels 6 onmiddellijk beslist om zonder partner de gemeente te gaan besturen. Dit is het geval in 21 gemeenten, waaronder een reeks West- Vlaamse CD&V bastions zoals Damme (67% van de stemmen voor CD&V, 81 % van de zetels), Nieuwpoort (59% stemmen, 71 % zetels), Pittem (59%, 71 %), Waregem (54%, 67 %), Meulebeke (53%, 62 %) en Jabbeke (51%, 65 %). Dat het bestuursakkoord daar niet lang op zich laat wachten, is zeker niet wereldschokkend. Dat 21 andere gemeenten erin slagen om nog op de dag van de verkiezingen zelf een akkoord met meerdere coalitiepartners voor te stellen, is wél opmerkelijk. In deze 21 gemeenten vinden we coalities van diverse pluimage: twee, drie of vier besturende partijen; linkse, rechtse of spectrumbrede coalities... Absolute meerderheden hoeven natuurlijk niet per definitie te resulteren in een éénpartijbestuur. Om het politieke draagvlak te verbreden kunnen ook partijen die een meerderheid aan zetels hebben beslissen om een coalitie aan te gaan. Dat is het geval in 7 gemeenten (zie tabel 2). Door de uitbreiding met een of meerdere coalitiepartners konden deze bestuursploegen hun meerderheid met gemiddeld 15,3 procentpunten verstevigen (van een krappe 55,4% van de zetels naar een ruime 70,7%). Tabel 2: Coalities rond een partij met absolute meerderheid Gemeente Zetelpercentage grootste partij Zetelpercentage coalitie Gent 51,0 68,6 Neerpelt 52,0 64,0 Sint- Lievens Houtem 52,4 66,7 Wellen 52,6 68,4 Houthulst 57,9 78,9 Bredene 60,0 72,0 Berlaar 61,9 76,2 Gemiddelde 55,4 70,7 In tabel 3 vergelijken we deze 7 gemeenten met die waar de winnende partij besloot om zonder coalitiepartners een éénpartijbestuur te vormen. De 7 partijen die kozen voor een verruimde coalitie behaalden niet erg verrassend een kleinere meerderheid (55,4% van de zetels) dan de 85 partijen die solo een bestuursploeg vormden (63,4% van de zetels). Na de uitbreiding van de coalitie kunnen deze bestuursploegen uiteindelijk een ruimere meerderheid (70,7%) voorleggen dan de eenpartijbesturen (63,4%). Voorts blijkt evenmin verrassend dat de vorming van een bestuursakkoord gemiddeld iets langer duurde indien een coalitiepartner aan boord werd gehesen (4,9 dagen tegenover 2,7 dagen). Uitschieter hier is Gent, waar de coalitievorming pas na een kleine maand kon worden afgerond met een bestuursploeg van SP.a- Groen (51,0% van de zetels) en Open VLD (17,6% van de zetels). 7 Hier bleek de verzoening van de standpunten tussen kartelpartner Groen en coalitiepartner Open VLD het grootste obstakel voor SP.a burgemeester Daniël Termont. Tabel 3: Eenpartijbesturen versus verruimde coalities Eenpartijbestuur Verruimde coalitie Aantal bestuursakkoorden 85 7 Gemiddeld zetelpercentage 63,4% 55,4% grootste partij Gemiddeld zetelpercentage bestuursploeg 63,4% 70,7% Gemiddelde duur 2,7 4,9 coalitievorming (in dagen) Uit bovenstaande cijfers kunnen we besluiten dat het bereiken van een bestuursakkoord niet bepaald moeizaam lijkt te zijn in de grote meerderheid van de Vlaamse gemeenten. Een aanzienlijk deel van de bestuursakkoorden worden al gevormd in de eerste twee dagen na de verkiezingen. Dit kan erop wijzen dat de politieke partijen elkaar goed kennen, dat ze weten met wie ze al dan niet in zee gaan en dat doorgaans snel eensgezindheid ontstaat omtrent waar de respectieve politieke leiders met de gemeente naartoe willen. Deze (eerste) indruk als zou coalitievorming vlot verlopen kan misleidend zijn. De snelle formulering van een bestuursakkoord kan er immers ook op wijzen dat het aftasten van elkaars wensen en veto s voorafgaandelijk aan de gemeenteraadsverkiezingen gebeurde en zich materialiseerde in een voorakkoord. Deze pré- electorale gesprekken kunnen best lang hebben geduurd (Wille en Deschouwer, 2012). Het is immers courant dat lokale politieke partijen gesprekken aanknopen lang voor de verkiezingsdag. Deze gesprekken kunnen uitmonden in expliciete samenwerkingsverbanden waarbij partijen beslissen om als kartel naar de kiezer te stappen of ze kunnen resulteren in de vermelde voorakkoorden. 4. Verschillen en gelijkenissen in partijpolitieke voorkeuren Het politieke spectrum waaruit de kiezer kan kiezen is in de meeste gemeenten uitermate divers. In de gemiddelde Vlaamse gemeente dongen in oktober 2012 méér dan 5 partijen/kartels naar de gunsten van de kiezer (om precies te zijn: 5,38). Het grootste aantal partijen was te vinden in Gent en Antwerpen. In beide gemeenten werden niet minder dan 11 lijsten ingediend. Partij- verschillen kunnen op verschillende niveaus en volgens uiteenlopende methodes worden gemeten. De beleidscyclus in acht nemend onderscheiden we drie niveaus. 8 Een eerste niveau is dit van de ideologische positie van de besluitvormers. Partijen verschillen onderling op basis van hun ideologische positionering. Deze weerspiegelt een algemeen referentiekader waaruit beleidsvoorstellen en politieke standpunten worden geformuleerd. We verwachten dat coalitiegesprekken vlotter verlopen naarmate de partijen die eraan deelnemen ideologisch meer verwant zijn. Om de ideologische posities te meten maken we gebruik van de door de pol
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks