Please download to get full document.

View again

of 12
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Digitale schoolborden, meer dan alleen de Wow -factor?

Category:

Career

Publish on:

Views: 10 | Pages: 12

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Digitale schoolborden, meer dan alleen de Wow -factor? Door: Albert Ballast, Jewa Reichart en Gerlinde Roebersen Begeleider: Caroliene van Waveren Hogervorst Universiteit Utrecht, IVLOS Lerarenopleiding,
Transcript
Digitale schoolborden, meer dan alleen de Wow -factor? Door: Albert Ballast, Jewa Reichart en Gerlinde Roebersen Begeleider: Caroliene van Waveren Hogervorst Universiteit Utrecht, IVLOS Lerarenopleiding, februari start 2009 December Abstract: De digitale schoolborden doen op dit moment hun intrede in het onderwijs. Op sommige scholen hangt inmiddels in elk lokaal een digitaal schoolbord. Afgezien van de 'Wow'- factor maken deze borden het relatief eenvoudig om verschillende media in de les te gebruiken, waardoor je makkelijk kunt aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen. Tegelijkertijd bieden de interactieve mogelijkheden van deze borden de kans om het onderwijs op een heel andere manier aan te pakken. Heel veel mooie mogelijkheden, maar wat komt er in de praktijk nu daadwerkelijk van het gebruik terecht? Op een school die al volledig is overgestapt is onderzocht hoe het staat met het gebruik van de digitale schoolborden en de meerwaarde die docenten al dan niet toekennen aan de digitale schoolborden. Het merendeel van de respondenten gebruikt het digitale schoolbord vaak tijdens de lessen. Het gebruik beperkt zich vooral tot PowerPointpresentaties, het tonen van filmpjes en animaties en het maken van aantekeningen. Meer dan driekwart van de respondenten onderschrijft de stellingen over de meerwaarde van het digitale schoolbord. Zij vinden dat leerlingen er tijdens de lessen meer van leren, dat ze actiever meedoen doordat de lessen interessanter worden, dat de lessen beter aansluiten op de leefwereld van de leerlingen en dat de lessen er afwisselender van worden Inleiding: De digitale schoolborden doen op dit moment wereldwijd hun intrede in het onderwijs. Het digitale schoolbord vergroot sterk de mogelijkheden om verschillende media tijdens de les te gebruiken. Het gebruik van digitale schoolborden in Nederland is een ontwikkeling van de laatste jaren en het gebruik van de borden neemt nog steeds toe. Sommige scholen hebben zelfs al in elk lokaal een digitaal schoolbord. Zowel docenten als leerlingen krijgen er dus dagelijks mee te maken. Het is daarom noodzakelijk dat vooral docenten zich bewust zijn van de meerwaarde van digitale schoolborden, zodat zij deze optimaal kunnen gaan gebruiken. In Groot-Brittannië is al veel onderzoek gedaan naar het gebruik van digitale schoolborden. Glover en Miller hebben in 2001 onderzoek gedaan naar digitale schoolborden. Naast korte enquêtes is bij dit onderzoek gebruik gemaakt van gestructureerde diepte-interviews. In deze school had slechts een deel van de docenten de beschikking over een digitaal schoolbord. Dit zal de resultaten met betrekking tot het gebruik, gebruiksgemak en de motivatie van de docenten beïnvloed hebben. Aan de hand van dit artikel zijn drie soorten gebruikers te onderscheiden (naar McCormick & Scrimshaw, 2001). De eerste klasse gebruikers, de weglopers, beperkt zich tot het gebruik van het digitale schoolbord als een middel om de efficiëntie te verhogen. Bijvoorbeeld bij de talen en geschiedenis: het grote scherm verhoogt de zichtbaarheid van het videomateriaal. Daarnaast gebruikt deze groep het bord om PowerPointpresentaties te tonen, waardoor het tempo van de les hoger ligt. Deze groep gebruikers ziet de borden slechts als een visueel hulpmiddel en blijft vasthouden aan een grotendeels transmissive teaching style. De tweede klasse van gebruikers, de meelopers, zien het bord als een uitbreidingsmiddel. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van applets (=software toepassingen voor met name wiskunde en natuurkunde), animaties en filmpjes bij de bètavakken op zo'n manier dat de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat. De lessen zijn hierdoor meer visueel en mechanismen worden hierdoor duidelijker. De meelopers zijn bereid de technologie te gebruiken, maar hebben een gebrek aan zelfvertrouwen om hun benadering van lesgeven te veranderen. Dit laatste heeft tot gevolg dat er slechts sprake is van een beperkte ontwikkeling op het gebied van interactief lesgeven. Deze groep wordt nader onderverdeeld in gebruikers die het nog niet is gelukt om de volgende stap te maken, maar dat wel proberen en gebruikers die allerlei drempels zien en het niet (meer) proberen. De derde klasse van gebruikers worden de voorlopers genoemd, dit zijn enthousiaste docenten die graag gebruik maken van interactieve lesstijlen. Het digitale schoolbord is dan niet meer alleen een aanvulling op hun vakdidactiek maar daadwerkelijk een vernieuwing van de manier van lesgeven. Om meer docenten in hogere gebruikersklassen te krijgen is voldoende tijd, uitwisseling tussen docenten en bijscholing erg belangrijk. Daarnaast is het van belang dat de docenten altijd een digitaal schoolbord tot hun beschikking hebben (Glover & Miller, 2001). Becta, een Brits instituut ter bevordering van het ICT gebruik in scholen, geeft een inventarisatie van het tot dan toe gedane onderzoek (Becta, 2003). Dit artikel toont aan dat de borden ook daadwerkelijk een meerwaarde hebben voor de leerlingen. Het verhoogt de motivatie en de participatie van leerlingen tijdens de les. Het zorgt voor een betere aansluiting bij verschillende leerstijlen, hierbij valt te denken aan visualisatie van moeilijke concepten. Bovendien stelt het leerlingen in staat om creatiever te zijn bij het maken van presentaties voor elkaar. Daarnaast is de leefwereld van de huidige leerling niet meer hetzelfde als twintig jaar geleden. Tegenwoordig worden leerlingen blootgesteld aan heel veel prikkels; tv, internet, computerspelletjes en alle mogelijke communicatie middelen. Het digitale schoolbord biedt de mogelijkheid om beter bij deze leefwereld aan te sluiten. Het huidige artikel beschrijft hoe op een school in midden-nederland is onderzocht waarvoor en in welke mate het digitale schoolbord wordt gebruikt en wat de meerwaarde is voor het onderwijs en dus de leerlingen volgens de docenten. Op deze school in midden- Nederland wordt onderwijs verzorgd op de niveau s van mavo tot en met gymnasium. De school bestaat uit twee verschillende locaties. De tweede locatie is een noodgebouw vanwege de snelle groei van het leerlingenaantal. Het leerlingenaantal bedroeg op het moment dat het onderzoek werd uitgevoerd ongeveer 1500 leerlingen. Op deze school hangt in elk lokaal een digitaal schoolbord. Voor de beantwoording van de hoodvraag, zijn er een aantal vragen opgenomen in de enquête die informatie zouden geven over de volgende variabelen: het geslacht, de ervaring, de leeftijd en de sectie van de respondenten. Gedurende het onderzoek is gekeken naar de toepassingsmogelijkheden van het digitale schoolbord en of het gebruik van het digitale schoolbord afhangt van de leeftijd, het geslacht, de ervaring en de sectie waarin de desbetreffende respondent zich begeeft. De variabelen die zijn meegenomen in het onderzoek staan weergeven in de linker kolom van onderstaande tabel. In de tweede kolom staan de definities van de variabelen beschreven en de laatste kolom geeft een overzicht van de vragen uit de enquête die betrekking hadden op de variabelen. Variabelen Definities variabelen Geslacht De sekse van de respondenten Leeftijd De leeftijd van de respondenten Ervaring Het aantal jaar dat de respondent reeds lesgeeft Sectie Het vak dat gedoceerd wordt Gebruik De mate van gebruik van het digitale schoolbord Enquêtevragen 3 Toepassingsmogelijkheden Welke toepassingsmogelijkheden van het digitale schoolbord zijn bekend en worden gebruikt Meerwaarde Levert het gebruik van het digitale schoolbord een meerweerde op voor de leerlingen en waar bestaat die meerwaarde uit Hoe vaak wordt het bord gebruikt en waarvoor Gebruikt u het digitale schoolbord voor Powerpoint,animaties/ filmpjes en/of om aantekeningen te maken Leerlingen leren meer, de lessen zijn interessanter en betere aansluiting bij leefwereld De verwachting was dat het digitale schoolbord veel gebruikt zou worden tijdens de lessen, maar de toepassingsmogelijkheden beperkt zouden zijn. Met name ondersteunende PowerPointpresentaties, animaties/ filmpjes en aantekeningen zouden veel gebruikt worden. Andere toepassingsmogelijkheden die gebruikt zouden kunnen worden zijn onder andere grafische rekenmachine, geodriehoek, aantekeningen opslaan en terugbladeren (Beauchamp & Parkinson, 2005). Er werd verwacht dat niet alle mogelijkheden van het digitale schoolbord bekend zouden zijn en benut zouden worden. Daaraan gekoppeld was de verwachting dat de respondenten die hadden aan gegeven het bord vaak te gebruiken, bereid zouden zijn tot het volgen van cursussen over de toepassingsmogelijkheden zodat zij nog betere kennis kunnen verwerven over de mogelijkheden van het bord. De voorwaarde hierbij zou wel zijn dat de cursussen binnen de betaalde zouden vallen. Het belang dat docenten hechten aan het digitale schoolbord zal afhangen van hun gebruik van het bord en hoe ze zich verdiept hebben in de mogelijkheden van het bord. Bovendien was de verwachting dat de mate van het gebruik van het digitale schoolbord af zal hangen van de leeftijd van de respondenten. De oudere respondenten zullen het bord minder vaak gebruiken dan de jongeren. De ouderen respondenten werden ingeschat in de groep gebruikers die de meelopers worden genoemd naar het artikel van McCormick en Scrimshaw [2001]. Het zou goed kunnen dat het de oudere respondenten ontbreekt aan zelfvertrouwen om de nieuwe technologie toe te gaan passen. Het vak dat gedoceerd wordt zal de mate van het gebruik van het digitale schoolbord ook beïnvloeden. De verwachting was dat het digitale schoolbord meer gebruikt zou worden bij de betavakken. De mate van gebruik van het digitale schoolbord zal niet afhangen van het geslacht van de respondenten. De ervaring van de respondenten zal de mate van het gebruik van het digitale schoolbord wel beïnvloeden. De reden hiervan zou kunnen zijn dat een docent met veel jaren ervaring hoogstwaarschijnlijk tot de ouderen docenten behoort. De verwachting is dan ook dat er een verband bestaat tussen de enquêtevragen over de leeftijd van de respondenten en over de ervaring van de respondenten. In Nederland is soortgelijk onderzoek naar het gebruik van de digitale schoolborden nog niet eerder uitgevoerd, dit komt mogelijk doordat de invoering van het bord een ontwikkeling van de laatste jaren is. Voor docenten op scholen waar de borden nog niet of nauwelijks zijn geïntroduceerd, kan dit onderzoek mogelijk argumenten opleveren om de borden aan te schaffen. Materiaal & Methode: Naar aanleiding van de vraagstelling is er een enquête opgesteld (zie bijlage 1). Er is voor een enquête gekozen om binnen aanzienbare korte tijd zoveel mogelijk data te kunnen verzamelen. Deze enquête geeft een korte inleiding op het onderzoek, daarnaast bestaat het uit drie gedeeltes. Het eerste gedeelte omvat vragen naar de persoonlijke gegevens van de respondenten, het vak dat gedoceerd wordt, het geslacht, de leeftijd en de ervaring van de respondenten. Het tweede gedeelte bevat vragen over de mate van gebruik en de toepassingsmogelijkheden van het digitale schoolbord door de respondenten. In totaal bevat dit gedeelte negen vragen. Het derde gedeelte gaat over de meerwaarde die de respondenten mogelijk hechten aan het gebruik van het digitale schoolbord. In totaal bevat dit gedeelte vijf vragen. De vragen uit het tweede en derde gedeelte van de enquête worden beantwoord met behulp van een vijfpuntsschaal. Vooraf aan deze gedeeltes volgt een korte toelichting hoe deze vragen te beantwoorden. Ook is er een aantal open vragen opgenomen om de respondenten de vragen te laten toelichten. Er is een pilotstudie gedaan onder twee docenten om de enquête te testen. Op basis van deze pilot is een kleine aanpassing verwerkt, de benodigde tijd voor de enquête bleek niet tien minuten, maar vijf minuten te zijn. Op de onderzoeksschool in midden-nederland is de enquête verspreid onder alle honderdtwaalf docenten. Vooraf is er geen selectie gemaakt omdat al deze docenten de beschikking hebben over een digitaal schoolbord tijdens hun lessen. Bij de analyse van de enquêtes bleek dat er ook een enquête was ingevuld door een docent lichamelijke opvoeding welke tijdens zijn lessen geen beschikking heeft over een digitaal schoolbord. Deze enquête is verder buiten beschouwing gelaten. De enquêtes zijn in de persoonlijke postvakjes van de respondenten gedeponeerd. Bij deze enquête is een begeleidende naar de respondenten verstuurd om ze op de hoogte te stellen van de enquête die ze zouden ontvangen. De enquêtes konden weer geretourneerd worden in een speciaal hiervoor bestemd postvakje. Het aantal geretourneerde enquêtes betrof 49, dit is slechts 44% van het totaal aantal verspreide enquêtes. Van deze 49 enquêtes waren er zes niet bruikbaar, onder andere de enquête van de docent lichamelijke opvoeding en niet geheel ingevulde enquêtes. Ongeveer de helft van de respondenten die de enquête geretourneerd hebben was man. De gemiddelde leeftijd van de respondenten die de enquête geretourneerd hebben lag tussen de 40 en de 50, de gemiddelde onderwijservaring van deze respondenten lag tussen de tien en de vijftien jaar. De gegevens van de enquêtes zijn in Excel verwerkt en geanalyseerd met SPSS, versie Voorafgaand aan de statistische analyses is nagegaan of de gegevens normaal verdeeld waren. Een χ- kwadraat test heeft aangetoond dat de gegevens niet normaal verdeeld bleken te zijn. Het was daarom in dit geval niet mogelijk om parametrische testen toe te passen. De statische analyses zijn uitgevoerd met de volgende non-parametrische testen, de Mann-whitney toets en de Kruskall-Wallis toets met post-hoc Mann-whitney. Bovendien waren de meeste vragen in de enquête gebasseerd op ordinale schalen. De analyse van ordinale schalen vraagt om de Mann- Whitney, de Wilcoxon of de Kruskal-Wallis toets. De Mann-whitney toets is gebruikt om twee verschillende groepen met elkaar te kunnen vergelijken. De Kruskall-Wallis met post-hoc Mann-whitney toets is gebruikt om de scores van 3 of meer groepen te vergelijken op significantie. Voorafgaand aan de afzonderlijke vergelijkingen tussen bepaalde groepen is een Spearman s Rangcorrelatie toets uitgevoerd tussen de 18 vragen uit de equête om na te gaan of de verwachtte verbanden überhaupt aangetoond konden worden. Tevens werd door deze Rangcorrelatie duidelijk of er verbanden bleken te bestaan tussen enquête vragen die vooraf niet verwacht werden (zie bijlage overzicht met alle verbanden). Na uitvoering van de Spearman s Rangcorrelatie toets is er dieper gekeken naar een aantal van deze onderling samenhangende vragen. De aandacht werd hierbij met name gericht op verwachtte onderlinge verbanden tussen het geslacht, de leeftijd, en de vakgroep van de respondenten, op de mate van het gebruik van het digitaal schoolbord en de meerwaarde van het digitale schoolbord voor de leerlingen volgens de respondenten. De verschillen tussen deze groepen zijn geanalyseerd met de reeds beschreven nonparametrische Mann-Whitney en Kruskal- Wallis toest. Resultaten: In ons onderzoek hebben we meerdere vragen gesteld over de mate van gebruik van het digitale schoolbord, de toepassingsmogelijkheden en de meerwaarde van het digitale schoolbord voor de leerlingen. Hieronder wordt allereerst een kort algemeen overzicht gegeven van alle uitkomsten en de trends die uit de enquête naar voren lijken te komen. Ten tweede wordt er op basis van statistische analyses een aantal significante correlaties besproken die de trends ondersteunen. De vragen die worden weergegeven in de figuren corresponderen met de vragen uit de enquête. In figuur 1 zijn de gemiddelden van de vragen vijf tot en met achttien uit de enquête (zie bijlage 1) en bijbehorende standaarddeviaties weergegeven. Uit de grafiek is af te lezen dat de standaarddeviaties erg groot zijn, het verschilt ongeveer tussen de een en de twee. Vraag vijf is echter wel interessant, 95% van de waardes ligt tussen de 3 en 5, dit correspondeert met de antwoorden C, D en E. Vraag vijf luidde: Hoe vaak gebruikt u het digitale schoolbord tijdens u lessen? De vijfpuntsschaal bij deze vraag liep van bijna nooit (A) tot bijna altijd (E). De respondenten uit de genomen steekproef geven dus aan het bord vaak te gebruiken. gemiddelde 5,0 4,0 3,0 2,0 1,0 0,0 De gemiddelden per vraag met de standaarddeviaties vraag Figuur 1. De gemiddelden en bijbehorende standaarddeviaties van de vijfpuntsschaal vragen (vragen vijf tot en met achttien) uit de enquête. vraag Het gebruik van het digitale schoolbord aantal personen A bijna nooit B C D E bijna altijd Figuur 2. Weergave van de mate van het gebruik van het digitale schoolbord onder de docenten op een school in midden- Nederland. In figuur 2 zijn de resultaten van vraag vijf tot en met negen uit de enquête samengevat. Deze vragen gingen over de mate van gebruik en toepassingsmogelijkheden van het digitale schoolbord. Bij vraag vijf is net als in de vorige figuur te zien, dat de meeste respondenten aangeven het bord bijna altijd te gebruiken. De toepassingsmogelijkheden waren echter beperkt tot ondersteunende PowerPointpresentaties, het vertonen van animaties/ filmpjes en het maken van aantekeningen. Dit is te zien in de vragen zes tot en met acht, waarbij de respondenten aangaven veel gebruik te maken van deze drie toepassingsmogelijkheden. De uitkomsten van vraag negen laten zien dat veel respondenten het bord niet voor andere toepassingen gebruiken. De respondenten hadden in de enquête de mogelijkheid om zelf andere toepassingsmogelijkheden aan te geven. Toepassingsmogelijkheden die genoemd werden omvatten het gebruik van applets, al dan niet wiskundig. Voorbeelden van wiskundige applets zijn stopwatch, geodriehoek, geogebra en math4all. Het bord wordt ook gebruikt voor het projecteren van antwoordmodellen, toetsen en teksten, de rekenmachine, de stopwatch, de icm camera (elmo). De elmo kan verbonden worden met het digitale schoolbord waardoor bijvoorbeeld praktische handelingen bij een snijpracticum via het digitale schoolbord door de docent gedemonstreerd kunnen worden. Figuur 3 geeft een overzicht van de uitkomsten op de vragen tien tot en met dertien uit de enquête. In deze vragen werd de kennis over het digitale schoolbord en de verschillende toepassingsmogelijkheden van het digitale schoolbord ondervraagd. Slechts één van de 43 vraag respondenten geeft aan de mogelijkheden van het digitale schoolbord niet te kennen. Het merendeel van de respondenten heeft de vraag beantwoord met C, D of E. Uit figuur 3 is tevens af te lezen dat het merendeel van de respondenten graag meer verschillende toepassingsmogelijkheden zou willen gebruiken, maar dat het teveel tijd kost om zich erin te verdiepen (vraag elf). De uitkomsten van vraag twaalf geven aan dat de respondenten bereid zijn cursussen te volgen over de toepassingsmogelijkheden van het digitale schoolbord, mits deze cursussen binnen de betaalde schooluren verzorgd worden (vraag dertien) Kennen, willen weten van de mogelijkheden aantal personen Figuur 3. Overzicht van de vragen tien tot en met dertien uit de enquête. Deze vragen hadden betrekking op het kennen van de toepassingsmogelijkheden van het digitale schoolbord en de bereidheid om meer kennis te vergaren over de verschillende toepassingsmogelijkheden van het digitale schoolbord. De laatste vijf vragen uit de enquête waren gericht op de meerwaarde door het gebruik van het digitale schoolbord voor de leerlingen. De uitkomsten van de vragen viertien tot en met achttien zijn weergegeven in figuur 4. Figuur 4 geeft weer dat de respondenten van mening zijn dat het gebruik van het digitale schoolbord een duidelijke meerwaarde heeft voor de leerlingen. Meer dan driekwart van de respondenten is het er over eens dat het gebruik van het digitale schoolbord ervoor zorgt dat leerlingen meer leren (vraag veertien), dat het de lessen interessanter maakt (vraag vijftien) en dat de lessen beter aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen door het gebruik van het digitale schoolbord (vraag zestien). Naast de verwerking
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks