Please download to get full document.

View again

of 68
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Evolutie van de inkomensverdeling in Frankrijk

Category:

Politics

Publish on:

Views: 5 | Pages: 68

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR Evolutie van de inkomensverdeling in Frankrijk Masterproef voorgedragen tot het bekomen van de graad van Master of Science in
Transcript
UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR Evolutie van de inkomensverdeling in Frankrijk Masterproef voorgedragen tot het bekomen van de graad van Master of Science in Business Economics: Corporate Finance Kwinten Van Kerckhove onder leiding van Prof. Dr. Dirk Van de gaer UNIVERSITEIT GENT FACULTEIT ECONOMIE EN BEDRIJFSKUNDE ACADEMIEJAAR Evolutie van de inkomensverdeling in Frankrijk Masterproef voorgedragen tot het bekomen van de graad van Master of Science in de Toegepaste Economische Wetenschappen Kwinten Van Kerckhove onder leiding van Prof. Dr. Dirk Van de gaer Vertrouwelijkheidsclausule Ondergetekende verklaart dat de inhoud van deze masterproef mag geraadpleegd en/of gereproduceerd worden, mits bronvermelding. Kwinten Van Kerckhove Voorwoord Deze masterproef werd geschreven in het kader van mijn opleiding Master of Science in Business Economics, met de gekozen afstudeerrichting Corporate Finance. Dit werk omtrent de evolutie van de inkomensverdeling in Frankrijk vormt het sluitstuk van mijn schoolcarrière aan de Universiteit van Gent. Van dit voorwoord wens ik gebruik te maken om enkele personen te bedanken die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van deze masterproef. Vooreerst wil ik mijn promotor Prof. Dr. Dirk Van de gaer bedanken. Hij heeft mij vanaf de start van het onderzoek uitstekend begeleid en heeft mij gedurende deze periode in de juiste richting gestuurd. Zijn zeer nuttige inzichten en ervaring omtrent dit onderwerp maakten het mogelijk om een kwalitatieve thesis af te leveren. Daarnaast wens ik mijn ouders, vrienden en familie te bedanken voor de steun tijdens deze periode. Deze waren altijd bereid om mijn studie na te lezen en te corrigeren waar nodig. Op de momenten waarop het onderzoek moeizamer liep, kon ik ook altijd op hun steun rekenen om door te zetten. Kwinten Van Kerckhove Gent, augustus 2016 I Inhoudstafel 1. Inleiding... 1 Conceptualisering... 2 Probleemstelling... 7 Wetenschappelijke relevantie... 7 Maatschappelijke relevantie Literatuurstudie Onderzoeksopzet Hypothese Data Beschrijvende statistiek Methodologie Resultaten Assumpties Modellen Verandering in de variabelen Vertraagden Conclusie Bibliografie Bijlagen... A II Lijst van gebruikte afkortingen ATK = Atkinson Index BBP = Bruto Binnenlands Product CPI = Consumptieprijsindex EMU = Economische en Monetaire Unie FRNP = Centre National des Indépendants et Paysans INSEE = Institut National de la Statistique et des Etudes Economiques OESO = Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling PS = Parti socialiste RPR = Rassemblement pour la République SMIC = Salaire Minimum Interprofessionel de Croissance SMIG = Salaire Minimum Interprofessionel Garanti SPSS = Statistical Package for the Social Sciences UDF = Union pour la Démocratie Française UMP = Union pour un Mouvement Populaire VIF = Variance Inflation Factor III Lijst van gebruikte figuren FIGUUR 1 LORENZCURVE... 3 FIGUUR 2 INKOMENSONGELIJKHEID VOLGENS DE S80/S20 RATIO (BRON: EIGEN VERWERKING DATA EUROSTAT)... 5 FIGUUR 3 ARMOEDE IN FRANKRIJK (BRON: EIGEN VERWERKING DATA EUROSTAT)... 6 FIGUUR 4 OVERHEIDSTEKORT FRANKRIJK (BRON: EIGEN VERWERKING DATA OESO) FIGUUR 5 EVOLUTIE VAN DE INKOMENSONGELIJK A.D.H.V. DE GINI-COËFFICIËNT (BESCHIKBAAR INKOMEN) FIGUUR 6 EVOLUTIE VAN DE INKOMENSONGELIJK A.D.H.V. DE PERCENTIELEN (BRON: CHARNOZ ET AL., 2013) 12 FIGUUR 7 KUZNETSCURVE (BRON: EIGEN VERWERKING) FIGUUR 8 VERHOUDING REËLE MINIMUMLOON/REËLE GEMIDDELDE LOON (BRON: EIGEN VERWERKING DATA OECD) 16 FIGUUR 9 EVOLUTIE GINI-COËFFICIËNT & P99,9 (BRON: EIGEN VERWERKING DATA INSEE & PIKETTY, 2013) FIGUUR 10 GESCHATTE GINI-COËFFICIËNTEN DOOR INTERPOLATIE (BRON: EIGEN VERWERKING) FIGUUR 11 EVOLUTIE MARGINALE BELASTINGVOET FIGUUR 12 WERKLOOSHEIDSGRAAD IN FRANRKIJK (BRON: EIGEN VERWERKING DATA EUROSTAT) FIGUUR 13 EVOLUTIE INFLATIE FRANKRIJK EN OESO (BRON: EIGEN VERWERKING DATA OESO) FIGUUR 14 ECONOMISCHE GROEI FRANKRIJK EN OESO (BRON: EIGEN VERWERKING DATA WORLDBANK) FIGUUR 15 NORMALITEITSPLOT GINI-COËFFICIËNT FIGUUR 16 VERBAND GINI-COËFFICIËNT & MINIMUMLOON IV Lijst van gebruikte tabellen TABEL 1: PRESIDENTEN FRANKRIJK TABEL 2 MODELLEN GESCHATTE GINI-COËFFICIËNT INTERPOLATIE TABEL 3 BESCHRIJVENDE STATISTIEKEN TABEL 4 MULTICOLLINEARITEIT TABEL 5 OUTLIERS TABEL 6 SAMENVATTENDE TABEL ASSUMPTIES TABEL 7 VERKLARENDE KRACHT REGRESSIEMODELLEN TABEL 8 SAMENVATTENDE TABEL MODELLEN TABEL 9 SAMENVATTENDE TABEL DYNAMISCHE REGRESSIEMODELLEN V 1. Inleiding A nation will not survive morally or economically when so few have so much and so many have so little. Bernie Sanders De ongelijke verdeling van het totaal (beschikbare 1 ) inkomen is een gegeven waar iedereen mee geconfronteerd wordt. In elk land heerst deze vorm van ongelijkheid wel op de één of andere manier in het ene land al wat meer dan in het andere. In 2008 vond nog 40% van de Franse bevolking dat de inkomens gelijker verdeeld zouden moeten zijn, en één op zes was voorstander van een perfect gelijke verdeling waarbij elke inwoner evenveel inkomen ontvangt (Pew Research Center, 2014). Samen met het looninkomen vormt het inkomen uit kapitaal het totale inkomen dat een burger bezit. De scheve verdeling van het totaal nationaal inkomen van een land is dus het gevolg van een ongelijke verdeling binnen deze twee grote blokken. Het inkomen uit kapitaal is echter veel schever verdeeld dan het inkomen uit loon (Piketty, 2003). In deze masterproef wordt specifiek de inkomensongelijkheid in Frankrijk onderzocht. Dit topic zorgt al gedurende verschillende decennia voor discussies tussen verschillende bevolkingslagen. Mede hierdoor is dit dan ook een belangrijk onderdeel op de agenda van verschillende politieke partijen: welke maatregelen zouden of zullen zij nemen wanneer ze (politiek) verkozen worden. Vanuit dit oogpunt zal de inkomensverdeling in Frankrijk bekeken worden. Er wordt een opsplitsing gemaakt tussen de verschillende regeerperiodes en uit welke partij de regerende president gedurende deze periodes kwam. Concreet worden voor dit onderzoek vier regeerperiodes gebruikt, beginnende vanaf 1974 tot en met Hieruit kan worden nagegaan hoe de inkomensverdeling geëvolueerd is wanneer de verschillende presidenten aan de macht waren, en of dit in lijn ligt met de verwachtingen van hun partij inzake deze problematiek. Deze afbakening in de tijd is het gevolg van het moment waarop pas nauwkeurige data nodig voor het onderzoek bijgehouden werd. Hierover wordt later uitgebreid in sectie 3. 1 Zie conceptualisering 1 Conceptualisering Omdat sommige begrippen later in dit onderzoek meermaals aan bod komen, worden deze eerst bondig gedefinieerd. Om de inkomensongelijkheid te onderzoeken, zal er gekeken worden naar de verdeling van de inkomens. Het is echter belangrijk om te weten hoe dit inkomen gedefinieerd is. Er zijn verschillende vormen van inkomen die gebruikt kunnen worden om de ongelijkheid hierin te meten. Bij het gebruik van een andere vorm van inkomen zal men dan ook verschillende resultaten betreffende de ongelijkheid bekomen. Vooreerst is er het marktinkomen. Dit verwijst naar de som van de inkomsten uit arbeid, inkomsten uit beleggingen, pensioenen, rentes. Het wordt ook aangeduid als het inkomen voor overdrachten en belastingen. Een andere vorm van inkomen is het beschikbaar inkomen. Hierbij worden de belastingen van het marktinkomen afgetrokken. Dit is het inkomen dat voor gezinnen overblijft om te consumeren of te sparen, naargelang hun keuze. Deze vormen van inkomen hebben echter een belangrijke beperking. Er wordt in beide gevallen geen rekening gehouden met de grootte van het gezin. Grotere gezinnen hebben namelijk meer kosten en genereren schaalvoordelen 2 betreffende hun verbruik door samen te wonen. Een gezin met vier kinderen zal meer kosten moeten maken voor voeding, kledij, onderwijs en dergelijke dan een gezin met twee kinderen. Als gevolg daarvan zal een zelfde niveau van inkomen na belastingen voor het eerste gezin een lagere (materiële) levensstandaard impliceren dan voor het laatste gezin. Om rekening te houden met de gezinsgrootte en de schaalvoordelen die hiermee gepaard gaan, werden equivalentieschalen ontwikkeld. Dit moet het mogelijk maken om inkomens op een gelijkwaardige manier te vergelijken tussen gezinnen die verschillend zijn samengesteld. De Europese Unie maakt gebruik van een equivalentieschaal waarbij het gezinsinkomen gedeeld wordt door het gewogen aantal gezinsleden. Tevens wordt er een onderscheid gemaakt tussen volwassenen en kinderen: het gezinshoofd krijgt een gewicht van 1, elke bijkomende volwassene 0,5 en per kind 0,3. Aan de hand van deze gewichten wordt het equivalent beschikbaar inkomen gevormd (Morelli, Smeeding & Thompson, 2014). Een alternatieve equivalentieschaal deelt het inkomen door de vierkantswortel van de gezinsgrootte. Hierdoor nemen de kosten toe met de gezinsgrootte, maar in dalende mate (Buhmann et al., 1988). 2 Hierdoor zal men voor het tweede kind minder kosten moeten maken dan bij het eerste. 2 Daarnaast is er nog het bruto nationaal inkomen. Dit is een graadmeter voor de economie van een land. Hiermee kunnen economieën van alle landen gemakkelijk met elkaar vergeleken worden. Door te kijken naar het bruto nationaal inkomen per capita 3, kan men de welvaart van een land meten. Naast deze verschillende vormen van inkomen zijn er ook verschillende manieren om dit inkomen te gebruiken om de inkomensongelijkheid te meten. Zo werd de Lorenzcurve ontwikkeld om de inkomensverdeling grafisch weer te geven. Deze curve geeft het verband weer tussen het cumultatief percentage van de bevolkingsomvang en het cumultatief percentage van de inkomens van diezelfde bevolkingsgroep. Indien iedereen evenveel zou verdienen en er dus een perfecte gelijkheid qua verdeling is zou de Lorenzcurve samenvallen met de diagonaal. Hierbij verdient 10% van de bevolking 10% van het nationaal inkomen, 20% van de bevolking verdient 20% enzovoort. De diagonaal op figuur 1 stelt dus een volledige gelijke inkomensverdeling voor, en de Lorenzcurve de feitelijke inkomensverdeling. Hoe kleiner de oppervlakte tussen beide lijnen is, hoe gelijker de inkomens verdeeld zijn. Figuur 1 Lorenzcurve Aan de hand van deze oppervlakte wordt de mate van (on)gelijkheid berekend: de Gini-coëfficiënt. Deze coëfficiënt is één van de meest gebruikte maatstaven om de inkomensongelijkheid te meten, maar is in principe geschikt om elke vorm van ongelijkmatige spreiding te meten. De Gini-coëfficiënt is een getal tussen 0 en 1. 0 correspondeert hierbij met de perfecte gelijkheid (in dit geval heeft iedereen hetzelfde inkomen) en 1 correspondeert met de perfecte ongelijkheid (één iemand bezit 3 Per hoofd van de bevolking ~ gemiddelde per persoon 3 het totale inkomen en de rest heeft geen inkomen). De coëfficiënt wordt bepaald aan de hand van volgende formule: Op figuur 1 is dit de verhouding tussen de oppervlakte tussen de blauwe en de rode lijn én de oppervlakte gevormd door de driehoek onder de blauwe lijn (met de x-as). De Gini-Index is de Gini-coëfficiënt uitgedrukt in percentage en is gelijk aan de Gini-coëfficiënt vermenigvuldigd met 100. Bij 100% is er dus sprake van een volledig ongelijke verdeling. Naast de Lorenzcurve en de Gini-index die rekening houden met de totale verdeling zijn er ook maatstaven die zich baseren op bepaalde groepen uit de populatie en met behulp van ratio s een inschatting maken van de aanwezige inkomensongelijkheid. Zo is er de P90/P10 en P90/P50 ratio, die het inkomen van de rijkste tien procent weergeven als een veelvoud van respectievelijk de armste tien procent en de mediaan. Hoe lager deze ratio, hoe gelijker de inkomens verdeeld zijn. Een ratio van bijvoorbeeld 5 duidt erop dat de rijkste 10% vijf keer zoveel verdienen als de armste 10% (bij P90/P10 ratio). De kritiek op deze maatstaf is dat deze geen rekening houdt met de verdeling binnenin de percentielen zelf (Piketty, 2013). Een gelijkaardige maatstaf is de S80/S20 ratio. Dit is een ratio tussen het totaal inkomen van het bovenste kwintiel 4 ten opzichte van het totaal inkomen van het onderste kwintiel. 4 Groep van 20% 4 Ratio S80/S20 Inkomensongelijkheid in Frankrijk volgens S80/S20 ratio 4,8 4,6 4,4 4,2 4,0 3,8 3,6 3,4 S80/S20 ratio Jaartal Figuur 2 Inkomensongelijkheid volgens de S80/S20 ratio (Bron: Eigen verwerking data Eurostat) Deze ratio wordt in figuur 2 grafisch weergegeven. Gedurende de periode 1995 tot en met 2014 kende deze ratio een U-vormig verloop, schommelend tussen 3,9 en 4,6. Deze cijfers duiden dat de rijkste 20% van de bevolking 4,6 maal zoveel inkomen ontving als de armste 20% (in 2011). De Palma Index is een variant op bovenstaande ratio s. Deze ratio is genoemd naar de Chileense economist Gabriel Palma die vaststelde dat het inkomensaandeel van diegene in deciel 5 vijf tot negen meestal stabiel blijft rond de 50% over landen en over de tijd heen. Hierop baseerden de economen Cobham en Sumner zich om een ratio te onwikkelen (= Palma ratio) die een nauwkeuriger beeld geeft van de inkomensongelijkheid dan de Gini-coëfficiënt, omdat laatstgenoemde ongevoelig(er) is voor de data in beide uiteinden, waar de ongelijkheid daadwerkelijk ligt. Deze ratio vergelijkt dus het aandeel in het beschikbaar inkomen van de 10% rijksten ten opzichte van de 40% armsten (Morelli, Smeeding & Thompson, 2014). Een bijkomende manier om de inkomensongelijkheid te meten is de Atkinson Index (ATK). Net als de Gini-coëfficiënt heeft de ATK betrekking op de totale verdeling. Bij de ATK kan er echter een gewicht toegevoegd worden aan bepaalde inkomensgroepen. Zo kan men meer gewicht geven aan inkomens aan de boven- of onderkant van de verdeling (Morelli, Smeeding & Thompson, 2014). Naast inkomensongelijkheid belicht armoede nog een andere deel van de inkomensverdeling. Armoede focust meer op de onderste decielen van de inkomensverdeling. Er wordt nagegaan hoeveel procent van de bevolking onder een bepaalde armoedegrens leeft. Meestal wordt de armoedegrens gemeten in relatieve termen: de grens wordt bepaald aan de hand van de 5 Groep van 10% 5 Percentage onder de armoedegrens (60%) levensstandaard van de bevolking. De drempel ligt op bijvoorbeeld 60% van de mediaan van de levensstandaard. Ook Europa is voorstander om op deze manier de armoedegrens te benaderen (INSEE, 2013) hoewel er soms ook voor een ander percentage geopteerd kan worden. De levensstandaard die hiervoor gebruikt wordt is gelijk aan het beschikbaar inkomen van het huishouden, gedeeld door het aantal consumptie-eenheden. Deze consumptie-eenheden worden berekend op basis van de equivalentieschaal van de EU. Het betreft hier dus uiteindelijk het equivalent beschikbaar inkomen zoals reeds besproken is. Elk lid van het gezin heeft dezelfde levensstandaard , ,5 Procentuele armoede Frankrijk 13 12,5 Armoede 12 11,5 Jaartal Figuur 3 Armoede in Frankrijk (Bron: Eigen verwerking data eurostat) Figuur 3 geeft de evolutie van de armoede in Frankrijk weer gedurende de periode 1996 tot Hierbij is zoals hierboven werd aangehaald, gebruik gemaakt van een armoedegrens die 60% bedraagt van de mediaan van de levensstandaard. Uit de grafiek blijkt dat de armoede gedurende deze periode een U-curve volgt waarbij ze daalt tot 12,6% in 2005, waarna ze opnieuw toeneemt tot bijna de initiële hoogte in Wanneer we kijken naar een armoedegrens van 70% zien we eenzelfde trend waarbij het procentuele aantal armen logischerwijze hoger ligt 6 (en bijgevolg nagenoeg evenwijdig met bovenstaande grafiek). Met de Lorenzcurve, de Gini-coëfficiënt, de interdecielratio s, de Palma Index en de Atkinson Index zijn er verschillende mogelijkheden om de inkomensongelijkheid weer te geven. De armoede heeft betrekking op een andere kant van de inkomensverdeling. 6 Zie bijlage 1 6 Convergentie of convergerende krachten duiden op een afnemende ongelijkheid, terwijl divergentie of divergerende krachten duiden op een toename van de ongelijkheid. Probleemstelling Het aanpakken van de inkomensongelijkheid door tal van maatregelen heeft een effect op verscheidene macro-economische factoren (Figeac, 2015). Linkse politieke partijen zullen gezien hun politieke aard echter een grotere inkomensgelijkheid nastreven dan centrumpartijen, die op hun beurt hier een grotere aandacht aan zullen besteden dan de rechtse partijen. Maar zorgen socialistische presidenten er ook effectief voor dat de totale inkomens gedurende hun regeerperiodes ook gelijker verdeeld worden dan wanneer bijvoorbeeld een liberale president de plak zwaait? Zijn er met andere woorden verschillen te zien in de evoluties van de inkomensverdeling tussen de verschillende regeerperiodes? En zijn er gelijkenissen te zien wanneer de regerende presidenten eenzelfde partij(richting) hebben? Verder in deze scriptie tracht ik deze vragen zo concreet mogelijk te beantwoorden. Daarnaast wordt ook nagegaan hoe deze eventuele verschillen veroorzaakt werden en of de inspanningen van bepaalde presidenten binnen dit domein ook effectief geloond hebben. Wetenschappelijke relevantie Voorgaande onderzoeken omvatten dikwijls een historisch karakter: de evolutie van de inkomensongelijkheid wordt bekeken gedurende bijvoorbeeld de negentiende of twintigste eeuw (Piketty, 2003). Deze onderzoeken scheppen een duidelijke basis omtrent het onderwerp maar houden meestal nog geen rekening met gebeurtenissen uit de laatste vijftien jaar die een belangrijke impact hebben op deze ongelijkheid. Zo veroorzaakte de internetzeepbel reeds in de beginjaren van de éénentwintigste eeuw een recessie die langdurig aanbleef. Daarnaast heeft ook de recente financiële crisis en de aanpak hiervan een niet te verwaarlozen impact gehad op de inkomensongelijkheid. Oxfam (2013) geeft aan dat de ongelijkheid in Frankrijk sterk steeg sinds 2000 door onder andere deze verschillende gebeurtenissen en de maatregelen die hiermee gepaard gingen. Het is dus duidelijk dat er de recente jaren voorvallen plaatsvonden die in slechts weinig onderzoeken reeds zijn opgenomen. Daar dit onderzoek zich uitstrekt over de periode 1974 tot 2012 omvat zij ook het grootste gedeelte van de éénentwintigste eeuw. Niet enkel het omvatten van de recente tijdsperiode kan een belangrijke meerwaarde opleveren. Ook naar de interactie tussen het gevoerde politieke beleid en de inkomensongelijkheid is slechts 7 weinig onderzoek gevoerd. In vele studies wordt er wel verwezen naar de invloed van politieke beslissingen op de inkomensongelijkheid, doch wordt deze impact zelden aangetoond. Het merendeel van de studies betreffende de inkomensongelijkheid gaat over de algemene historische trend en/of de evolutie van het bovenste percentiel (Piketty, 2013). Dit laatste is deels te wijten aan het feit dat men enkel van de rijksten sinds het begin van de metingen (1914) de nodige data ter beschikbaar had. Anderzijds wordt vooral het verband onderzocht tussen de inkomensongelijkheid en exogene variabelen, die niet direct gelinkt kunnen worden aan het beleid. Door het onderzoek naar deze interactie tussen het politieke beleid enerzijds en de evolutie van de inkomensongelijkheid anderzijds te voeren, tracht ik dit hiaat in de bestaande literatuur deels op te vullen. Maatschappelijke relevantie Terwijl in landen zoals de Verenigde Staten men maar matig bezorgd is over de problematiek omtrent de inkomensongelijkheid (Krugman, 2007), wordt Frankrijk volgens onderzoek hoog gerangschikt volgens het belang dat ze hieraan hechten (Pew Research Centre, 2014). Samen met religieuze en etnische haat vindt de Franse bevolking inkomensongelijkheid de grootste bedreiging in de wereld. Meer dan aids (en andere ziekten), nucleaire wapens en milieuvervuiling. Ten eerste kan het vergelijken van de evolutie van de inkomensverdeling tussen vier verschillende regeerperiodes de kiezers een reflectie geven hoe een bepaalde president waar ze in het verleden al dan niet op gestemd hebben het er op dit vlak van af gebracht heeft. Daarnaast is het ook verhelderend te
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks