Please download to get full document.

View again

of 12
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

GEVEN, ONTVANGEN, TERUGGEVEN

Category:

Government & Nonprofit

Publish on:

Views: 3 | Pages: 12

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
BERICHT AAN DE MINISTER JAARBERICHT OVER 2016 Hans Boutellier GEVEN, ONTVANGEN, TERUGGEVEN Een pleidooi voor diversiteit in wederkerigheid Dit jaar houden we in ons bericht aan de minister een pleidooi
Transcript
BERICHT AAN DE MINISTER JAARBERICHT OVER 2016 Hans Boutellier GEVEN, ONTVANGEN, TERUGGEVEN Een pleidooi voor diversiteit in wederkerigheid Dit jaar houden we in ons bericht aan de minister een pleidooi voor beleid in termen van wederkerigheid. Dit principe aan het begin van de twintigste eeuw door cultureel antropologen ontdekt is het cement van een samenleving. Het gaat verder dan gedeelde waarden en gemeenschappelijke belangen. Wederkerigheid is vooral ook een deal het gaat om geven, ontvangen, teruggeven en zo verder. Maar dat principe zit soms diep weggestopt. We zouden de wederkerigheid weer meer zichtbaar kunnen maken. En er wat aan doen als de balans daarin is verstoord. Hans Boutellier Wetenschappelijk directeur Verwey-Jonker Instituut Woordvoerder Kennisplatform Integratie & Samenleving PANTA RHEI ALLES STROOMT Het land dat zijn diversiteit productief weet te maken heeft de beste papieren voor de toekomst het was een gewaagde stelling die we in het vorige jaarbericht naar voren brachten. 1 Het was de periode waarin het vluchtelingenvraagstuk domineerde, terwijl we nog maar net bekomen waren van de terroristische aanslagen in Parijs en Brussel en de discussie over de Moelanders (over verdringing op de arbeidsmarkt door arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa) nog maar net was verstomd. Hoezo, diversiteit productief maken we hoppen van het ene incident naar het volgende vraagstuk! Diversiteit valt niet zomaar te regelen, het is een proces, disruptief, zonder afronding, doorbroken door incidenten en nieuwe kwesties. De titel van het SCP-rapport Integratie in zicht? (Huijnk & Andriessen, 2016) zet ons vanwege het vraagteken dan ook enigszins op het verkeerde been. Alsof Nederland ooit af kan zijn. Alsof de geschiedenis echt een keer op zijn einde kan lopen. 2 Integratie, diversiteit, verkleuring welke term we ook gebruiken: de enige constante is de dynamiek. Als we het woord integratie al willen gebruiken, dan gaat het meer om integreren tót een samenleving in de maak dan over integreren in een bestaande toestand. 3 Het productief maken van diversiteit is dus nooit af. Maar het is bij voorkeur wel meer dan incidentenpolitiek. Dat is in ieder geval waar we met Kennisplatform Integratie & Samenleving aan willen bijdragen: verstandig beleid rond migratie en integratie. Panta rhei, alles stroomt, maar dan toch wel ingebed of zelfs gekanaliseerd. Onafgebroken verandering is immers niet zonder meer een geruststellende politieke boodschap. Verandering hoeft nog geen verbetering te betekenen, het kan ook leiden tot verlies. En incidenten creëren meestal veel onrust. Menselijk samenleven is in belangrijke mate juist gericht op het creëren van sociale cohesie, stabiliteit en evenwicht. Het genoemde SCP-rapport laat verbetering zien op talloze terreinen. Maar het beeld is toch vooral heel dubbel: het kan vriezen of het kan dooien; het glas is half vol en half leeg. Het zijn maar cijfers, maar laten we er toch een paar langslopen voor een beeld van de stand van zaken. 1 In De omstreden vluchteling (2016). 2 Zoals Francis Fukuyama in 1990 na de val van de Berlijnse muur suggereerde in zijn befaamde essay The End of History (zie Fukuyama, 1992). 3 De Poolse socioloog Sztompka (1991) spreekt van social becoming een samenleving is altijd in de maak. 3 AMBIVALENT EN MEERSTEMMIG De beheersing van de Nederlandse taal is onder Marokkaanse en Turkse Nederlanders verbeterd. Toch wordt in 57% van de Turks-Nederlandse huishoudens geen Nederlands gesproken. Het opleidingsniveau van migrantengroepen als geheel stijgt, maar een derde van de Turks- en Marokkaans-Nederlandse bevolking tussen 15 en 65 jaar heeft alleen basisonderwijs. De werkloosheid onder niet-westerse migrantengroepen is verminderd, maar bijna drie keer zo hoog als onder autochtone Nederlanders. Het eigen woningbezit onder migrantengroepen stijgt, de criminaliteit daalt en de maatschappelijke participatie neemt toe maar in alle gevallen blijven de verschillen met het gemiddelde groot. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Het SCP-rapport is een belangrijke bron voor beleid, en onderstreept het belang van continue inspanningen. En toch lijkt het of we de echte kwesties van deze tijd via deze cijfers niet te pakken krijgen. Misschien is dat juist wel het probleem: veel mensen hebben weinig grip op de wereld waarin ze leven. Of misschien wel alle mensen, af en toe. Onze tijd lijkt er een van onbehagen, ontevredenheid, boosheid groeiende spanningen en polarisatie. Emoties en sentimenten die altijd weer lijken voor te kruipen bij de poging om nuchter en rationeel naar de feiten te kijken. Het lijkt wel of we in al onze diversiteit steeds minder weten waar we voor staan. Of misschien, populair gezegd: waar we voor gaan! Diversiteit verandert al gauw in hatelijkheden en vijandigheid. In wij-zij-denken. Mensen zijn volgens hetzelfde SCP bezorgd over waarden en normen, over migratie en veiligheid, over de sociale cohesie van ons land en in onze buurten. Voor het productief maken van diversiteit is groeiende polarisatie desastreus. Het ondermijnt de sfeer in de samenleving en het proces van integratie. Maar de signalen zijn tegenstrijdig. De helft van de mensen in Nederland meent dat de kloof tussen migranten en autochtonen groter wordt (Huijnk, Dagevos e.a. 2015). Uit ons onderzoek (Van Wonderen, 2017) komt eerder een beeld van meerstemmigheid naar voren. Als we met mensen in gesprek gaan over de diverse samenleving is er een enorme variatie in meningen en verhalen te zien. Tussen mensen, maar ook individueel. En volgens het SCP-rapport is de steun voor culturele diversiteit de afgelopen tien jaar constant gebleven, rond de zeventig procent. Dat is heel veel. Daar staat dan weer tegenover dat circa veertig procent van de grootste migrantengroepen zich niet thuis voelt, een percentage dat in de afgelopen tien jaar wél is gestegen. 4 MEER DAN DE RECHTSSTAAT Polarisatie of niet het antwoord is sociale cohesie: verbinding. Vrijwel alle politieke partijen hebben dat woord centraal staan in hun verkiezingsprogramma. Maar er wordt soms wel erg gemakkelijk vanuit gegaan dat we gedeeld burgerschap moeten nastreven of vertrouwde omgangsvormen moeten delen. Of dat we weten wat normaal doen is. Niemand zal daar tegen zijn, maar wat betekent het eigenlijk? En hoe geven we daar beleidsmatig vorm aan? Divers samenleven betekent juist dat er geen vanzelfsprekend gedeeld verhaal is. Of er is overeenstemming in allerlei verschillende verbanden. Zo bezien is er meerstemmigheid in opvattingen en meervoudigheid in identiteiten. Divers is echt divers: er zijn verschillen in levensstijlen, opvattingen, waarden, normen, identiteiten, vijandschappen en idealen. En toch willen we die productief maken. Het vinden van een overkoepelende waarheid zal niet zo gauw lukken, misschien is het zelfs onwenselijk. Tegenover iedere waarheidsaanspraak staat die van een ander. De salafist en de atheïst hebben elkaar niet zoveel te vertellen, terwijl ze allebei recht van spreken hebben. Tot op zekere hoogte dan de vrijheid van de een mag die van de ander niet in de weg staan. Dit uitgangspunt (dat teruggaat tot John Stuart Mill) ligt ten grondslag aan de instituties van de liberale democratische rechtsstaat. Het is een enorme verworvenheid, die historisch en cultureel uniek is. Iedereen mag zijn eigen God kiezen, of denken er zelf een te zijn. Zelfs als de rechtsstaat die dat beschermt ook maar een geloof is, dan is het in ieder geval een geloof dat alle andere geloven mogelijk maakt. In zo een rechtsstaat vinden we een sterk fundament voor de dynamiek in de huidige samenleving. Daar moeten we dus heel zuinig op zijn. Toch lijkt dit fundamentele gedachtegoed enigszins te zijn verwaarloosd. Misschien was het wel te vanzelfsprekend, en hadden we het idee dat we het aan juristen konden overlaten. De rechtsstaat is geen technische wetskennis. Het is gestolde ervaringskennis over het omgaan met conflicten en tegenstellingen. Ervaringskennis die onderhouden moet worden, steeds weer opnieuw geformuleerd en begrepen binnen de nieuwe maatschappelijke omstandigheden. Het grote goed van de liberale democratische rechtsstaat is echter niet genoeg om een samenleving gaande te houden. Sociale cohesie behoeft, meer dan de grondwet, een vorm van sociale orde. 5 DE GIFT Hier komen we aan een van de kernvragen van de sociologie: hoe komt sociale orde eigenlijk tot stand? Ik waag ik me aan een klein sociologisch uitstapje. Emile Durkheim ( ), een van de grondleggers van de sociologie, ontwikkelde in zijn leven twee antwoorden op de vraag naar sociale orde. Het eerste antwoord is het collectieve bewustzijn. Dat is het geheel van opvattingen, sentimenten en sociale verhoudingen die gedeeld worden zonder dat er veel over getwist hoeft te worden. Het zijn vanzelfsprekende manieren van kijken binnen een samenleving. Gemeenschappelijke waarden, zeg maar even voor het gemak. We zien dit antwoord terug in het terugkerende debat over waarden en normen, beschaving, fatsoen en normaal doen. Met de modernisering in de twintigste eeuw werd zo een collectief bewustzijn steeds ingewikkelder. De samenleving viel uiteen in verschillende vormen van arbeid, functieniveaus, beroepen en opleidingen. Onze blik op de sociale werkelijkheid werd steeds gedifferentieerder. Durkheims tweede antwoord was daarom: het besef van onze onderlinge afhankelijkheid. We kunnen niet zonder elkaar. Dat weten we en dat leidt tot onderlinge solidariteit. In deze visie is het welbegrepen eigenbelang dat ons bij elkaar houdt. Twee opties dus: gedeelde waarden en gemeenschappelijke belangen. Mechanische en organische solidariteit noemde Durkheim dat. Het zijn beide nog steeds belangrijke principes waarmee de samenleving bij elkaar wordt gehouden. Maar dat is nog niet het hele verhaal. Marcel Mauss, een neef van Emile Durkheim, kwam in 1924 met nog een ander inzicht. Hij bestudeerde andere culturen 4 en zag een ander sociaal mechanisme dat hij wederkerigheid noemde. In zijn Essai sur le don (de gift; uit 1924) beschouwt hij de uitwisseling van geschenken als een sociaal feit van de eerste orde. Hij spreekt van een gifteconomie, die functioneert op basis van drie kenmerken: de plicht om te geven, de plicht om te aanvaarden en de plicht om terug te geven. De onderlinge uitwisseling van geschenken, goederen en diensten bleek ten grondslag te liggen aan diverse niet-westerse samenlevingen. Niet zozeer het collectieve bewustzijn of de onderlinge afhankelijkheid, maar de uitwisseling van geschenken bepaalt volgens Mauss de sociale verhoudingen. In het primitieve giftritueel vond hij het prototype van de wederkerigheid. 4 Hij baseerde zich daarvoor onder andere op het veldwerk van Bronislaw Malinowski. Deze ontdekte bij de Papoea s van de Trobiand-eilanden dat zij een ruilsysteem hadden waarbij sieraden in een vaste richting werden doorgegeven (letterlijk van oostwaarts kettingen, westwaarts armbanden). Het was een cyclus van giften, die de onderlinge banden bekrachtigde. Hij sprak van het principe van geven en nemen. 6 DIEPE WEDERKERIGHEID Deze bevinding werd, onder andere door Levi-Strauss, gegeneraliseerd naar alle samenlevingen. Ook aan moderne sociale verhoudingen ligt het principe van geven en nemen ten grondslag. In Nederland heeft de sociologe Aafke Komter het idee van wederkerigheid uitgebreid onderzocht en beschreven (o.a. Komter, 2003). Zij ziet in de wederkerigheid een subtiele mengeling van altruïsme en egoïsme: men is vrijgevig uit eigen belang (Komter, Burgers e.a., 2000, p. 32). Wederkerigheid kent allerlei vormen. Er is bijvoorbeeld de pure, belangeloze gift. Toch blijkt deze vaak ook een investering in de relatie op langere termijn. Denk aan de belangeloze liefde van ouders voor hun kinderen, die zich uiteindelijk terugbetaalt in een goede relatie en mantelzorg. Er is ook wederkerigheid op basis van gelijkwaardigheid, een afspraak over wat je elkaar te bieden hebt. Je kunt het zien als een transactie, eventueel zelfs met een contract. Daar kan vaak een hele tijd tussen zitten. Zo zou je de hulp van vrijwilligers aan vluchtelingen kunnen zien als barmhartigheid, maar het is wel degelijk ook een investering waarmee mensen een goede verhouding met nieuwkomers willen realiseren. De relatie kan ook heel abstract zijn - neem de belastingen of de zorgverzekering. Er is ten slotte ook nog zoiets als een berekende gift om een ander afhankelijk te maken. Het geven staat niet los van aspecten van krediet, macht, schuld, afhankelijkheid en prestige. Wederkerigheid is niet zomaar een zoetsappig voor-wathoort-wat-verhaal. Komter en Engbersen (Komter, Burgers e.a., 2000, hoofdstuk 2) spreken van wederkerigheid als het cement van de samenleving. Populair gezegd: samenleven is een deal! Wederkerigheid ziet er in elke historische periode weer anders uit. Met het schenken van armbanden en kettingen, zoals de Papoea s van de Trobiand-eilanden deden, komen we niet meer zo ver. Afgezien van persoonlijke relaties natuurlijk: Dat had je nou niet hoeven doen!. Maar op basis van wederkerigheid zijn uiteindelijk complexe samenlevingen mogelijk. Wederkerigheid is dan een duurzame, intersubjectieve verhouding waarin over en weer onbepaalde prestaties worden verricht in het vertrouwen dat die op termijn worden verevend (Pessers, 1999, p. 80). Je zou van diepe wederkerigheid kunnen spreken. Het is de basis onder solidariteit die niet zonder meer uitgaat van gedeelde waarden of gemeenschappelijke belangen. Het maakt verhoudingen mogelijk tussen mensen op basis van geven en nemen. 7 EEN NORMATIEF PROGRAMMA Toch vraagt het principe van de wederkerigheid wel iets gemeenschappelijks. Het veronderstelt een geheel van betekenissen waar men zich in kan vinden. 5 We zullen in ieder geval het inzicht of zelfs de wil moeten delen om te geven, te ontvangen en terug te geven. In een wederkerig proces schuilt volgens Pessers (1999, p. 80) de gelijktijdige erkenning en opheffing van tegenstellingen. Men verplicht zich aan elkaar, en men weet dat! Men zal zich ernaar moeten gedragen. Zoals Marcel Mauss heeft gezegd: Eerst moet de speer worden neergelegd. (geciteerd in Pessers, 1999, p. 81). We moeten constateren dat we de speren te vaak weer oppakken. De wederkerigheid staat onder druk. Misschien is ze wel te diep weggezakt, zijn de sociale afstanden te groot, is de noodzaak vergeten, is de onderlinge afhankelijkheid onevenwichtig, gaan we er te vanzelfsprekend vanuit dat mensen de vrijgevigheid uit eigenbelang wel begrijpen of aanvoelen. Solidariteit is diefstal stond eens boven een reportage over achterstandswijken veel mensen ervaren geen wederkerigheid, maar vooral verlies. Verlies van controle, steun en vanzelfsprekendheid. Misschien mondt het gevoel van onevenwichtigheid wel uit in vijandschap. Maar als dat zo is, dan schuilt daarin ook de mogelijkheid van een normatief programma. Dat bestaat uit het zichtbaar maken van de wederkerigheid in onze sociale verbanden, of uit het herstellen van het evenwicht daarin. We zien in sommige buurten zelfs de opkomst van een nieuwe ruilcultuur. De vorige burgemeester van Antwerpen, Patrick Janssens, publiceerde in 2011 het boekje Voor wat hoort wat, waarin hij vanuit een vergelijkbare redenering probeerde te komen tot een nieuw sociaal contract (Janssens, Vandenbroucke e.a., 2011). Het boekje omvatte naast zijn opstel ook de commentaren van wetenschappers Frank Vandenbroucke en Bea Cantillon. Zij vonden dat wederkerigheid vooral ingezet werd als legitimatie om een tegenprestatie te vragen voor de sociale uitkeringen. Sociaal beleid vraagt, volgens hen, ook om mededogen met kwetsbaren, empathie, verantwoordelijkheidsgevoel en opkomen voor menselijke waardigheid. Het is een wat beperkte reactie op een interessant voorstel, waarin juist een alternatief wordt gezocht voor het gemakzuchtige morele appel dat in deze tijd zoveel weerstand oproept. 5 Pessers (1999) spreekt in dat verband van de symbolische orde, een begrip van de Franse psychoanalyticus Jacques Lacan, dat verwijst naar het geheel van betekenissen in taal en wet. 8 EEN DIVERSITEITSPACT IN WEDERKERIGHEID Wanneer we spreken over sociale orde en solidariteit zijn we drie principes tegengekomen: gedeelde belangen, collectieve waarden en wederkerigheid. Waarschijnlijk zijn ze alle drie relevant. Maar wederkerigheid laat ons vooral iets zien van de diepe potentie van menselijke verhoudingen. En het doet ons beseffen dat onze verzorgingsstaat dusdanig is verbureaucratiseerd en geprofessionaliseerd, dat de basis daarvan onherkenbaar is geworden. In ons verlangen naar verbinding wordt momenteel vooral een moreel appel gedaan of wordt politiek gevoerd vanuit een belangenperspectief. Maar het denken in termen van wederkerigheid geeft de mogelijkheid van een nieuw sociaal contract dat ook SCP-directeur Kim Putters (2017) in de Machiavelli-lezing van dit jaar heeft bepleit. Diversiteit zou een vanzelfsprekend onderdeel zijn van zo n sociaal contract, een soort diversiteitspact, dat vooral lokaal zijn beslag zou kunnen krijgen. Het is erop gericht onze diversiteit productief te maken. Hoe versterken we met erkenning en respect voor elkaars verschillen een stabiele én vitale gemeenschap? Hoe zou zo een diversiteitspact op grond van wederkerigheid eruitzien? Wanneer we kijken naar de rechtsstaat en de rechtsorde, dan zien we haar terug in de blinddoek van Justitie, in de gelijkheid voor de wet. We worden geacht ons te houden aan de wet, die is gebaseerd op democratische besluitvorming. Daar staat tegenover dat die wet ons beschermt via het recht op vrije meningsuiting en godsdienstvrijheid. Niemand kan uiteindelijk de waarheid aan een ander opleggen. Justitie is blind en het centrum van de democratische rechtsstaat is leeg, aldus politiek-filosoof Claude Lefort (2016). Als we kijken naar de economie dan is er de verwachting dat mensen bijdragen aan de continuïteit van Nederland. Van ieder van ons wordt gevraagd te werken en belasting te betalen. Maar daar staat veel tegenover: onderwijs, ontplooiing, bestaanszekerheid, de fysieke en culturele infrastructuur en ga zo maar door. De economie is goed beschouwd een enorme deal tussen de markt, de overheid en de samenleving, die bol staat van de wederkerigheid, meer en minder abstract. De belastingen komen uiteindelijk weer bij je terug, misschien soms op manieren die je helemaal niet wilt maar dat is aan de politiek. Wederkerigheid - als het goed is tenminste. En als het niet goed is, zit daar de opgave. Dat kan heel concreet zijn: stagediscriminatie moeten we niet willen. Dat staat de wederkerigheid in de weg, of leidt tot een negatieve spiraal. 9 En dan zijn er nog de cultuur, de identiteit, de religie, de waarden en normen, de omgangsvormen. Daarin is Nederland heel vrij, overigens nog niet eens zo heel lang. Het homohuwelijk bijvoorbeeld is van 2001, maar Nederland liep daarin internationaal wel weer voorop. Maar de godsdienstvrijheid en het recht op een vrije pers en vergadering zijn veel ouder. Ook hier is een wederkerige verhouding van betekenis. Ik ben vrij om te doen en laten wat ik wil als ik jouw levenshouding ook respecteer, en omgekeerd. Dat basale uitgangspunt van vrijheid vraagt om respect, tolerantie voor de ander. Wederkerigheid draait vooral om het expliciteren van wat ik geef en wat ik wil terugontvangen, wat voor mij belangrijk is en wat ik voor jou kan doen. BESLUIT In de samenleving schuilt een diepe wederkerigheid. Maar die zit soms zo diep weggestoken dat we haar niet meer herkennen. En met grote regelmaat gaat het echt niet goed; discriminatie, etnisch profileren, illegale activiteiten heel veel eigenlijk. Problemen hebben nogal eens te maken met het zoeken naar evenwicht in een steeds veranderende samenleving. Diversiteit is nooit af, en wordt versterkt vanuit initiatieven in de lokale democratie (denk aan de G1000-initiatieven) of door inclusief sociaal beleid (zie bijvoorbeeld Ter Haar, 2017). Het voorgestelde diversiteitspact is er vooral op gericht lokal
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks