Please download to get full document.

View again

of 72
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Giessenlanden. Buitengebied. nota zienswijzen mw. ir. M.P.J. Both. auteur(s):

Category:

Arts & Architecture

Publish on:

Views: 6 | Pages: 72

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Giessenlanden Buitengebied nota zienswijzen identificatie planstatus projectnummer: datum: projectleider: opdrachtgever: mw. ing. M. den Boer-Kolbeek gemeente Giessenlanden auteur(s):
Transcript
Giessenlanden Buitengebied nota zienswijzen identificatie planstatus projectnummer: datum: projectleider: opdrachtgever: mw. ing. M. den Boer-Kolbeek gemeente Giessenlanden auteur(s): mw. ir. M.P.J. Both Inhoud 1. Inleiding 3 2. Zienswijzen overlegpartners 5 3. Zienswijzen Arkel Giessenburg Hoogblokland Hoornaar Noordeloos Schelluinen Ambtshalve wijzigingen 69 Adviesbureau RBOI Rotterdam 2 Inhoud Adviesbureau RBOI Rotterdam 1. Inleiding 3 Het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Giessenlanden heeft vanaf 30 november 2012 gedurende 6 weken ter inzage gelegen, waarbij eenieder in de gelegenheid is gesteld om een schriftelijke zienswijze in te dienen. In deze rapportage zijn allereerst in hoofdstuk 2 de ingekomen zienswijzen van de overlegpartners samengevat en beantwoord. In hoofdstuk 3 zijn de overige zienswijzen per kern samengevat en beantwoord. Per reactie is aangegeven of de reactie leidt tot aanpassing van het bestemmingsplan. De nota zienswijzen wordt afgesloten met de benodigde ambtshalve aanpassingen (hoofdstuk 4). Op 13 juni 2013 heeft een informatieavond voor de gemeenteraad plaatsgevonden. Tijdens deze avond zijn reclamanten in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze toe te lichten. Voor een enkele zienswijze heeft dit geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan. Alleen voor deze zienswijzen is in de nota een samenvatting, beantwoording en conclusie van de informatieavond opgenomen. Adviesbureau RBOI Rotterdam 4 Inleiding Adviesbureau RBOI 2. Zienswijzen overlegpartners 5 1. Provincie Zuid-Holland, Postbus 90602, 2509 LP Den Haag (brief d.d. 18 december 2012) De provincie maakt bezwaar tegen de mogelijkheid een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten van windturbines van maximaal 60 m hoog binnen de bestemming 'Agrarisch'. Dit is niet in overeenstemming met de Provinciale Structuurvisie waarin Het Groene Hart is aangewezen als vrijwaringsgebied van windturbines vanwege de landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Bovendien zijn solitaire windturbines alleen toegestaan op grote bedrijventerreinen en in grote glastuinbouwgebieden. De provincie verzoekt het ontwerpbestemmingsplan alsnog op dit punt aan te passen. De regeling om windturbines tot 60 m toe te staan binnen de bestemming Agrarisch komt voort uit het vigerende bestemmingsplan. De gemeente ziet in dat deze regeling in strijd is met de Provinciale Structuurvisie en stemt in deze te verwijderen. In de planregels wordt daarom artikel verwijderd. De zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassing van de planregels. 2. Stichting Groene Hart, Postbus 2074, 3440 DB Woerden (brief d.d. 2 januari 2013) De stichting Groene Hart maakt bezwaar tegen het volgende: a. Er wordt aangegeven dat er 3 windturbines langs de A15 worden geplaatst. In de regels is daarom een afwijking van de bouwregels gemaakt. De gehele Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, inclusief de zuidrand langs de A15, behoort tot het Cultureel erfgoed van Zuid-Holland. De stichting vindt het onjuist dat er in de regels onderscheid gemaakt wordt tussen 'agrarisch' en 'agrarisch met cultuurhistorische waarden'. Bovendien wordt de uitzondering voor de bouw ten aanzien van windturbines ook nog onder het minst beschermde gebied gerubriceerd. De windturbines zijn bovendien in strijd met de beleidskaders, zoals weergegeven in hoofdstuk 2 van de toelichting en met de gangbare regelgeving ten aanzien van agrarisch en cultuurhistorisch gebied. De stichting verzoekt de bouwmogelijkheid voor 3 windturbines uit het ontwerpbestemmingsplan te verwijderen. b. Het toestaan van extensieve recreatie is een goede keuze. Voor de Giessen ten westen van de N216 worden intensievere vormen van recreatie toelaatbaar (campings, aanlegsteigers voor motorboten). Dit verenigt zich niet met het terughoudend beleid ten aanzien van recreatie in de waardevolle delen van het Groene Hart én met de beschreven Adviesbureau RBOI Rotterdam 6 Zienswijzen overlegpartners ruimtelijke kwaliteit ten aanzien van de Giessen als Ecologische verbindingszone. De Giessen, ten westen van de N216, maakt deel uit van het indicatieve traject van de EHS. Ook daar is slechts extensieve recreatie passend. De stichting geeft aan dat andere delen in de gemeente wellicht geschikte locaties zijn (zoals bijvoorbeeld omgeving van Schelluinen of omgeving Arkel). a. Er spelen twee aparte zaken. Ten eerste de bouw van 3 windturbines langs de A15. Er is reeds een vergunning verleend voor de bouw van deze windturbines. Door de Raad van State zijn de ingediende bezwaren tegen deze vergunning ongegrond verklaard. Hiermee is de procedure afgerond en zijn er geen belemmeringen meer om de windturbines te bouwen. In het bestemmingsplan is daarom de bestemming Bedrijf windturbine opgenomen op deze locaties. Dit blijft ongewijzigd. Ten tweede is in artikel van het ontwerpbestemmingsplan een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om nieuwe windturbines tot 60 m te realiseren. Deze regeling komt voort uit het vigerende bestemmingsplan. De provincie Zuid-Holland heeft in haar zienswijze verklaard dat deze regeling in strijd is met haar Provinciale Structuurvisie. De gemeente heeft daarom besloten om artikel te verwijderen uit de planregels. b. Deze teksten waar door de reclamant naar verwezen wordt staan in paragraaf van de toelichting. Deze paragraaf geeft een samenvatting van de gemeentelijke structuurvisie. De teksten zijn afkomstig uit de structuurvisie en geven nog niet de vertaling naar het bestemmingsplan weer. Deze vertaling van het beleidskader naar de gebiedsvisie van het bestemmingsplan en de nadere uitwerking daarvan is beschreven in hoofdstuk 3 en 4 van de plantoelichting. De bedoelde teksten in paragraaf blijven daarom ongewijzigd. a. De zienswijze is op dit punt deels gegrond en leidt tot wijziging van de planregels. b. De zienswijze is op dit punt ongegrond en leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 3. Natuur- en Vogelwacht 'De Alblasserwaard' (NVWA), Postbus 171, 3350 AD Papendrecht (brief d.d. 18 december 2012) De Natuur- en Vogelwacht De Alblasserwaard (NVWA) plaats de volgende opmerkingen bij het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied: a. Er zou een duidelijke splitsing gemaakt moeten worden tussen de lintbebouwing aan oude linten (zoals de Giessen) en ruilverkavelingwegen. Deze wegen waren vroeger boerenwegen zonder bebouwing, maar nu als ruilverkavelingwegen aangelegd voor de agrarische bedrijven. De historische openheid en weidsheid van de polders is hierdoor sterk verminderd. De bestemming van de opstallen dient wel agrarisch te blijven. Als bedrijven in de komende 30 jaar tweemaal zo groot zullen worden, kan de helft van de panden leeg komen te staan. De openheid zou teruggegeven moet worden. Echter, als de panden een andere bestemming krijgen, komen transportondernemingen en industrie in het buitengebied terecht en wordt de polder volgebouwd. De NVWA wil graag één uitgangspunt (en niet een tegenspraak zoals in en de alinea daarna). De slimme bedrijvigheid geldt, volgens NVWA, alleen voor de agrarische panden in de linten en niet langs de ruilverkavelingwegen (punt 3.2). Bovendien kunnen de bedrijven in Adviesbureau RBOI Zienswijzen overlegpartners 7 de linten ook overlast veroorzaken. Bij een bepaalde grootte dienen deze op industrieterreinen te worden samengebracht, liefst langs de A15 en A27. b. Voor het beheer van paardenbakken verwijst NVWA naar het rapport van Alterra De weiden dienen met grijsgroene stokken of wilgen te worden afgezet, waartussen een grijs/groene band. Beslist geen houten afzettingen, die horen hier niet thuis (zie punt 2.4.1). c. NVWA adviseert de hoogste opstanden in de kern van het dorp te plaatsen, zodat zij een minimale uitstraling hebben naar het buitengebied (zie punt 3.2). d. Landgoederen in de linten met afgeplagde veen-hooilanden, griend en eendenkooien kunnen een aanvulling zijn voor de natuurwaarde in de polder. e. De beplanting van de wegen en boerderijen dient te worden beschreven. f. Beschermen van het slagenlandschap. Het dempen van (soms 700 jaar oude) sloten moet worden tegengegaan. g. Verrommeling van het landschap moet worden tegengegaan (zie het rapport Ruimtelijke Kwaliteiten en Streekeigen bebouwing van het Gebiedsplatform 2010). h. Uiterwaarden zoveel mogelijk teruggeven aan de natuur. i. EHS-en tussen Kinderdijk en de Zouwe, tussen Zouwe en Alblassersbos en tussen Streefkerk en Hardinxveld zijn essentieel. Let daarbij op knelpunten. Elke weg voor de mens is een blokkade voor planten en dieren. Bij elke ingreep hieraan denken en oplossen. j. Het uitbreiden van de natuur kan op vele manieren plaatsvinden (bijvoorbeeld hooilandjes, griendjes, paddenpoelen, vogelbosjes, houtrillen, insectenhoekjes, rietlandjes, etc.). a. De gemeente hanteert als uitgangspunt voor de ruilverkavelingslinten het bieden van toekomstperspectief voor de agrarische sector. In de ruilverkavelingslinten is, in tegenstelling tot de dorpslinten, nog ruimte voor agrarische bedrijven om door te groeien. Toch zullen ook in de ruilverkavelingslinten agrarische bedrijven stoppen. Indien deze ruimte niet opgevuld wordt door de agrarische sector zelf, biedt de gemeente vervolgfuncties aan om verrommeling tegen te gaan. In artikel is een lijst met mogelijke vervolgfuncties opgenomen. Uitgangspunt hierbij is dat alleen plaats is voor kleine bedrijven in categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Grootschalige bedrijven dienen op een bedrijventerrein gerealiseerd te worden. b. In het ontwerpbestemmingsplan zijn paardenbakken rechtstreeks uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak en achter de bestaande bebouwing. De gemeente acht het niet noodzakelijk om binnen het bouwvlak dergelijke eisen te stellen aan de afrastering van paardenbakken. Buiten het bouwvlak worden paardenbakken mogelijk gemaakt door middel van een afwijkingsbevoegdheid. Voorwaarden die hierbij gesteld worden zijn dat de paardenbak voldoende landschappelijk wordt ingepast en dat hekken en afrastering niet zijn toegestaan. c. In hoofdstuk 3.2 wordt de visie voor het plangebied beschreven. In hoofdstuk 4 is beschreven hoe deze visie vertaald is naar de planregels van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan kan niet afdwingen dat de hoogste opstanden in de kern van het dorp geplaatst worden. Het bestemmingsplan is namelijk consoliderend van aard en bestemd alleen bestaande bebouwing. Nieuwe bouwplannen zijn niet opgenomen in het bestemmingsplan en dienen te zijner tijd getoetst te worden aan de visie van het gebied. d. Het realiseren van nieuwe landgoederen vereist maatwerk, zoals in paragraaf van de toelichting is beschreven. In het bestemmingsplan is daarom geen mogelijkheid opgenomen om nieuwe landgoederen te realiseren. Adviesbureau RBOI 8 Zienswijzen overlegpartners e. Het bestemmingsplan is niet het juiste instrument om de beplanting langs wegen en boerderijen te beschrijven. Het landschap is reeds beschreven in het Intergemeentelijk Landschapskader Giessen, Linge, Zouwe. f. Kenmerkende sloten die deel uitmaken van het slagenpatroon, blijven beschermd via het aanlegvergunningenstelsel. g. Ook de gemeente geeft het tegengaan van verrommeling hoge prioriteit en is van mening dat het bestemmingsplan hier voor zover mogelijk voldoende in steunt. h. De uiterwaarden van de Waal vormen geen onderdeel van het bestemmingsplan. i. Natuur kan alleen als zodanig bestemd worden als deze (op vrijwillige basis) is verworven of wanneer een conceptnotariële akte is gepasseerd. Voor toekomstige natuurontwikkeling is een wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan opgenomen. j. Voor de inrichting van toekomstige natuurgebieden is het bestemmingsplan niet het juiste instrument. De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot wijziging van het bestemmingsplan. 4. Waterschap Rivierenland, Postbus 599, 4000 AN Tiel (brief d.d. 7 januari 2013) Het Waterschap heeft op het voorontwerp bestemmingsplan opmerkingen gemaakt, die niet juist zijn verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Daarom maakt het Waterschap bezwaar tegen de ondergenoemde onderdelen, omdat de waterbelangen van het Waterschap niet voldoende (ruimtelijk) zijn gewaarborgd en (juridisch) beschermd. Op de verbeelding is een aantal zaken niet goed opgenomen/weergegeven. Het betreft de volgende zaken: a. A-watergangen bestemming 'Water' Bij de inspraakreactie is een digitaal bestand van de A-watergangen opgestuurd, met het verzoek deze met de bestemming Water op te nemen op de verbeelding. Het digitale bestand is niet goed verwerkt in het ontwerp bestemmingsplan. Het waterschap verzoekt alsnog de in het bestand opgenomen watergangen te voorzien van de bestemming Water. b. Boezem(land) bestemming 'Waterstaat Waterberging' Naar aanleiding van de inspraakreactie van het Waterschap is in de regels de dubbelbestemming Waterstaat Waterberging opgenomen. Echter, op de verbeelding is deze dubbelbestemming niet toegekend aan de boezem en het aanliggende boezemland. In de Nota van Inspraak wordt gezegd dat dit niet nodig is, omdat binnen de betreffende enkelbestemmingen waterberging voldoende gewaarborgd zou zijn. Het Waterschap kan hier niet mee instemmen en verzoekt de dubbelbestemming alsnog op te nemen. c. Gemalen bestemming 'Bedrijf' met functieaanduiding 'gemaal' Het Waterschap heeft aangegeven (in de bijlage van het wateradvies), welke gemalen een aangepaste bestemming moesten krijgen. Dit is niet goed doorgevoerd. Het oude gemaal Bodde is vervallen, maar heeft nog steeds de bestemming gemaal. Het nieuwe gemaal Jan Bikker heeft niet de bestemming gemaal gekregen, maar de bestemming is van bedrijfsbestemming gewijzigd naar woonbestemming. Twee gemalen aan de westzijde van Hoornaar, hebben ook een woonbestemming gekregen Adviesbureau RBOI Zienswijzen overlegpartners 9 Het gemaal Giessenburg en gemaal Peursum zijn nog steeds niet bestemd. Het Waterschap vraagt om de gemalen (alsnog) correct te bestemmen. d. Fietspaden bestemming 'Verkeer' met functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - fietspad' Het Waterschap maakt een opmerking over de bestemming van de fietspaden. In de Nota van Inspraak wordt aangegeven dat het niet nodig is de fietspaden allemaal als zodanig te bestemmen. Dit is nu wel voor de meeste fietspaden gebeurd. Het Waterschap verzoekt om dan ook de resterende fietspaden deze bestemming te geven. Het betreft het fietspad langs de Doelsteeg, het fietspad van Hoogblokland naar AC Meerkerk en het fietspad langs de boezem op kaartblad 11. e. Nieuwe wijze van bestemmen waterkering Vanwege het Besluit algemene regels omgevingsrecht (Barro) geldt (met ingang van 1 oktober 2012) een nieuwe instructie voor de wijze van bestemmen van de waterkering (kernzone) en de bijbehorende beschermingszone. Het Waterschap Rivierenland zal hier op de volgende wijze mee omgaan: De kernzone van de waterkering krijgt de bestemming 'Waterstaat - Waterkering'; hiervoor gelden regels. De beschermingszone krijgt de aanduiding 'Vrijwaringszone - dijk - 1'; hiervoor gelden regels. De buitenbeschermingszone krijgt de aanduiding 'Vrijwaringszone - dijk - 2'; hiervoor gelden geen regels, maar dit betreft een attentiefunctie. Het Waterschap adviseert deze wijze van bestemmen over te nemen in het bestemmingsplan Buitengebied. Aangezien er binnen de gemeentegrens geen primaire waterkeringen liggen, is er geen sprake van een buitenbeschermingszone. a. Het digitale bestand wordt gecontroleerd en waar nodig wordt de verbeelding aangepast. b. De dubbelbestemming Waterstaat Waterberging wordt alsnog toegekend aan de boezem en het aanliggende boezemland. c. De gemalen worden gecontroleerd en waar nodig wordt de verbeelding aangepast. d. De beschreven fietspaden worden alsnog bestemd als Verkeer met de functieaanduiding specifieke vorm van verkeer fietspad. e. De waterkeringen worden volgens de systematiek van het Barro bestemd, conform de modelregels van het waterschap. a. De zienswijze is op dit punt gegrond en leidt tot wijziging van de verbeelding. b. De zienswijze is op dit punt gegrond en leidt tot wijziging van de verbeelding. c. De zienswijze is op dit punt gegrond en leidt tot wijziging van de verbeelding. d. De zienswijze is op dit punt gegrond en leidt tot wijziging van de verbeelding. e. De zienswijze is op dit punt gegrond en leidt tot wijziging van de planregels en de verbeelding. Adviesbureau RBOI 10 Zienswijzen overlegpartners 5. Land- en Tuinbouw Organisatie Noord (LTO Noord), Postbus 649, 2003 RP Haarlem (brief d.d. 8 januari 2013) Het merendeel van de opmerkingen die LTO Noord heeft ingediend, zijn juist verwerkt. Echter, LTO Noord is van mening dat er nog niet voldoende tegemoet wordt gekomen aan de belangen van de agrariërs binnen het plangebied. Op een drietal punten zou er nog aanpassing noodzakelijk zijn: a. archeologische waarden op agrarische bouwvlakken. Volgens LTO Noord zijn deze niet aanwezig, omdat bouwvlakken in het verleden al veelvuldig verstoord zijn; b. onderwaterdrainage vergunningvrij; c. verleggen/(ver)graven van sloten vergunningvrij, voor zover hier geen concrete ruimtelijke belangen in het geding zijn. Een ruimtelijk belang is volgens LTO Noord alleen het slagenpatroon, wat niet betekent dat alle sloten hier onderdeel van uitmaken. Zoals met LTO Noord is besproken, wordt tegemoet gekomen aan de gemaakte opmerkingen. a. Wat betreft archeologie worden de agrarische bouwvlakken uitgezonderd van de onderzoeksplicht. Hiervoor wordt in de archeologische dubbelbestemmingen 1 t/m 8 en 10 in de bouwregels en bij de uitzondering op het uitvoeringsverbod van werken en werkzaamheden opgenomen dat agrarische bouwvlakken zijn uitgezonderd. Dit wordt niet bij de archeologische dubbelbestemming 9 opgenomen, omdat dit de archeologische rijksmonumenten betreft en onderzoek hier altijd verplicht is vanuit het ministerie. In de bouwregels van de archeologische dubbelbestemming wordt sub c gewijzigd in de volgende tekst: c. het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien: 1. het bouwplan is gelegen binnen een bouwvlak met de bestemming 'Agrarisch' of 'Agrarisch met waarden - Cultuurhistorische waarden'; 2. het bouwplan betrekking heeft op één of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: - vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; - een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste XX m²; - een bouwwerk dat zonder graafwerkzaamheden dieper dan XX cm en zonder heiwerkzaamheden kan worden geplaatst. Bij de uitzondering van het uitvoeringsverbod wordt een nieuw sub a ingevoegd, luidende: gelegen zijn binnen een bouwvlak met de bestemming 'Agrarisch' of 'Agrarisch met waarden - Cultuurhistorische waarden'; b. In de regels wordt opgenomen dat het aanleggen van diepwaterdrainage tot 80 cm vergunningsvrij is. Voor het aanleggen van diepwaterdrainage dieper dan 80 cm is een omgevingsvergunning vereist. c. Voor het verleggen/(ver)graven van sloten is in het ontwerpbestemmingsplan een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden opgenomen, waarbij het dempen van dwarssloten (breedtesloten) is uitgezonderd. Deze beperking is opgenomen omdat het karakteristieke slotenpatroon van groot belang is voor het landschap in het Adviesbureau RBOI Zienswijzen overlegpartners 11 plangebied. Dwarssloten dragen in mindere mate bij aan dit slotenpatroon en zijn daarom uitgezonderd van deze bepaling. Naar aanleiding van de zienswijze ziet de gemeente in, dat ook niet alle lengtesloten een historische oorsprong hebben en van belang zijn voor het slotenpatroon. Daarom wordt de uitzondering verruimd. In artikel en wordt sub d gewijzigd in het dempen van sloten voor zover deze vanuit historisch en landschappelijk oogpunt niet behoren tot of een bijdrage leveren aan het karakteristieke slotenpatroon (slagenlandschap). a. De zienswijze is op dit punt gegrond en leidt tot wijziging van de planregels. b. De zienswijze is op dit punt gegrond en leidt tot wi
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks