Please download to get full document.

View again

of 40
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Hoornaar Lage Giessen

Category:

Book

Publish on:

Views: 6 | Pages: 40

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Hoornaar Lage Giessen Neolithische bewoning op een donk in de gemeente Giessenlanden L.G.L. van Hoof met bijdragen van: W.J. Kuijper S. Knippenberg Colofon Archol rapport nummer 96 Hoornaar Lage Giessen:
Transcript
Hoornaar Lage Giessen Neolithische bewoning op een donk in de gemeente Giessenlanden L.G.L. van Hoof met bijdragen van: W.J. Kuijper S. Knippenberg Colofon Archol rapport nummer 96 Hoornaar Lage Giessen: neolithische bewoning op een donk in de gemeente Giessenlanden Opdrachtgever: Contactpersoon opdrachtgever: Bevoegd gezag: Uitvoering: Auteur: met bijdragen van: Beeldmateriaal: Objecttekeningen: Autorisatie/Tekstredactie: Opmaak: Reproductie: Gemeente Giessenlanden dhr. G. Verspuij (gemeente Giessenlanden) provincie Zuid-Holland (drs. R.H.P. Proos) drs. T. Hamburg(projectleider) drs. L.G.L. van Hoof (veldwerkleider) drs. P.A. van den Bos (veldarcheoloog) M.A. Goddijn BA (veldassistent) Mevr. L. Klerkx Mevr. S. van der Vaart Dhr. M. van Dijk Dhr. A. Ekelmans drs. L.G.L. van Hoof dhr. W.J. Kuijper dr. S. Knippenberg ing. S. Shek en drs. W. Laan dhr. R. Timmermans drs. T. Hamburg dhr. A. Allen Haveka, Alblasserdam ISSN Archol bv, Leiden 2008 Postbus RA Leiden t: f: Inhoudsopgave 1 Inleiding 5 2 Landschappelijk kader Inleiding Opbouw van het rivierenlandschap van de Alblasserwaard Fluviatiele sedimentologie Het landschap van de Alblasserwaard Bodemopbouw op de locatie Hoornaar Lage Giessen 12 3 Archeologisch kader 15 4 Methodisch kader Inleiding Vooronderzoek Vraagstellingen DAO Methodiek opgraving 22 5 Resultaten Inleiding Sporen en structuren Aardewerk Vuursteen Natuursteen (S. Knippenberg) Bot Botanische resten (W.J. Kuijper) 32 6 Conclusie en beantwoording onderzoeksvragen Samenvatting onderzoeksresultaten Beantwoording onderzoeksvragen Aanbevelingen 35 Literatuur 37 Figuren 39 Tabellen 40 Lage Giessen te Hoornaar 5 1 Inleiding In opdracht van de gemeente Giessenlanden heeft Archeologisch Onderzoek Leiden BV (Archol) van 27 tot en met 30 augustus 2007 een Definitief Archeologisch Onderzoek (DAO) in de vorm van één opgravingsput uitgevoerd op de locatie van het toekomstige woon-zorg-complex aan de Lage Giessen te Hoornaar (figuur 1.1). Binnen dit plangebied zal in de nabije toekomst een woon-zorg-complex gebouwd worden. De bouwplannen zijn niet beperkt tot de nu voor onderzoek beschikbare groenstrook, maar strekken zich uit over de ernaast (naar het oosten) gelegen supermarkt met parkeerplaats en over de locatie van een woonterp ten noorden van het onderzochte perceel. Bij deze bouw zullen bodemingrepen plaatsvinden die de archeologische waarden in het gebied zullen aantasten. Voorafgaand aan de bouw is door SOB Research een booronderzoek uitgevoerd. Daarbij is een tweetal vindplaatsen aangetroffen. Door het bevoegd gezag (de provincie Zuid- Holland) is op basis van dit vooronderzoek besloten de neolithische vindplaats verder te onderzoeken, de sloop van de nog staande boerderij archeologisch te laten begeleiden en de locatie van de onder deze boerderij gelegen woonterp in het plan in te passen. Het onderzoek van de neolithische vindplaats is door Archol uitgevoerd en staat centraal in deze rapportage. Het plangebied ligt aan de Lage Giessen tussen de oude kern en de nieuwbouwwijken van Hoornaar en bestrijkt ca. 0,8 ha. Het wordt begrensd door de Lage Giessen in het zuiden, een supermarkt met parkeerplaats in het oosten, een woonhuis met tuin in het westen en de rivier de Kromme Figuur 1.1 Locatie plangebied Hoornaar Lage Giessen ANWB Topografische Nederland Atlas Van Wilgen 2004a & Van Wilgen 2004b. 6 Lage Giessen te Hoornaar Giessen in het noorden. Op basis van het vooronderzoek had een selectie van onderzoekswaardige terreinen binnen dit plangebied plaatsgevonden door de provincie Zuid-Holland. Onderhavige rapportage betreft zoals hiervoor vermeld slechts de neolithische vindplaats en wel dat deel dat beschikbaar was voor onderzoek. Het onderzoek heeft derhalve binnen een 10 m brede groenstrook plaatsgevonden, ingeklemd tussen een woonhuis met tuin en de parkeerplaats behorende bij een supermarkt die voor de nieuwbouwplannen zal worden gesloopt. Voor het onderzoek is het Programma van Eisen (PvE) gevolgd. Daarom is in het PvE ook opgenomen dat een archeologisch advies voor de belendende percelen moet worden opgenomen. In dit verslag zal eerst kort worden ingegaan op de landschappelijke ligging van de onderzoekslocatie (hoofdstuk 2). Hierna worden het archeologische kader en de gehanteerde methodieken besproken (hoofdstuk 3 en 4). Vervolgens worden de resultaten van het onderzoek gepresenteerd (hoofdstuk 5). Een samenvattende synthese met bijbehorende aanbevelingen zal het geheel afsluiten (hoofdstuk 6). Administratieve gegevens Datum per procesonderdeel Veldwerk: augustus 2007 Uitwerking/rapportage: februari-maart 2008 Tabel 1.1 Administratieve gegevens archeologisch onderzoek Hoornaar-Lage Giessen Opdrachtgever Uitvoerder Bevoegd gezag Locatie Gemeente: Plaats: Toponiem: Kaartblad Depot Gemeente Giessenlanden Archeologisch Onderzoek Leiden (Archol BV) Provincie Zuid-Holland (drs. R.H.P. Proos) Giessenlanden Hoornaar Lage Giessen / Donk 38 G Provinciaal depot van Zuid-Holland SIC HLG 63 Archis meldingsnummer (onderzoeksmelding); (vondstmelding) Coördinaten vindplaats NO: / ZO: / NW: / ZW: / Geomorfologie flank van een pleistocene rivierduin (donk) Bodem kalkloze drechtvaaggrond, profielverloop 1 (Rv01C) Hamburg 2007. Lage Giessen te Hoornaar 7 2 Landschappelijk kader 2.1 Inleiding De vindplaats Hoornaar Lage Giessen bevindt zich in het Midden- Nederlandse rivierengebied. Het landschap in dit gebied bestaat voornamelijk uit dikke pakketten Holocene rivierafzettingen (figuur 2.1). Toch is er ook sprake van oudere afzettingen, die van belang zijn voor de prehistorische bewoning van het gebied. In dit hoofdstuk zal eerst ingegaan worden op het algemene karakter van het landschap in de Alblasserwaard. Vervolgens zal dieper ingegaan worden op de profielopbouw in de opgravingsput. 2.2 Opbouw van het rivierenlandschap van de Alblasserwaard Fluviatiele sedimentologie Rivieren bestaan niet alleen uit de rivierloop (geul), waardoor het water richting zee stroomt, maar tevens uit de gehele riviervlakte waarin deze geul stroomt. Riviersystemen worden ingedeeld op grond van de vorm van hun rivierloop, waarbij de zogenaamde rechte rivier niet behandeld wordt, omdat die in fossiele situatie niet te onderscheiden valt van de drie andere riviertypen: 1. Vlechtende riviersystemen 2. Meanderende riviersystemen 3. Anastomoserende riviersystemen Vlechtende rivieren kenmerken zich door diverse, sterk vertakkende ondiepe geulen, die van elkaar gescheiden zijn door lage grind- of zandbanken. Het debiet van deze riviersystemen wisselt sterk. Tijdens de frequente overstromingen verplaatsen zowel de geulen als de banken zich regelmatig. Een vlechtend riviersysteem kan ook geruime tijd volledig droog staan, waardoor zand uit de riviervlakte opgeblazen kan worden en duinvorming op kan treden. Meanderende riviersystemen zijn in Nederland de bekendste rivieren. De huidige Overijsselsche Vecht is een duidelijk voorbeeld. Het systeem heeft één duidelijke hoofdgeul, die sterk kronkelt (meandert) en zich zijwaarts verplaatst door de buitenbocht te eroderen en sediment in de binnenbocht af te zetten. In de geul wordt grof materiaal meegevoerd (grind, zand), dat in de binnenbocht wordt afgezet. Tijdens hoge waterstanden overstroomt de gehele riviervlakte, waarbij direct naast de geul fijn zand en grove siltdeeltjes worden afgezet. Verder van de geul af, in de kom, sedimenteren de fijne kleideeltjes. Door het voortduren van dit proces ontstaat een sterke differentiatie tussen de grovere geulafzettingen en de kleiige komafzettingen, van elkaar gescheiden door de oeverwal. Deze oeverwal ligt hoger dan de omringende kom en kan incidenteel doorbreken, waarbij een krachtige waterstroom de kom instroomt. Achter deze oeverwaldoorbraak wordt het grofste sediment (zand, zavel) in een waaiervorm afgezet, een zogenaamde crevasse, terwijl de fijnere deeltjes (klei) verder van de geul 4 Deze paragraaf is met name gebaseerd op het landschappelijk onderzoek rond de eerder door Archol uitgevoerde donken De Bruin en Polderweg bij Hardinxveld-Giessendam (Mol 2001a+b). 5 Berendsen 1997. 8 Lage Giessen te Hoornaar sedimenteren. Het water concentreert zich vaak in geulen, die tot ver in de kom kunnen doorlopen. Dit zijn de zogenaamde crevassegeulen, waarin voor langere tijd enkele meters water kan blijven staan. Anastomoserende riviersystemen zijn nog relatief onbekend. Dit riviertype is vergelijkbaar met een deel van de huidige Saskatchewan rivier in Canada en bestaat uit meerdere geulen, die een laaggelegen komgebied insluiten. De geulen kunnen zowel kronkelen als relatief recht zijn, maar verplaatsen zich niet zijwaarts. Een anastomoserend riviersysteem wordt gekenmerkt door meerdere relatief smalle en diepe geulen, die zich met name verticaal ophogen, zodat de komgebieden relatief laag komen te liggen en oeverwaldoorbraken veelvuldig voorkomen. De kommen zijn dan ook extreem nat, zodat veenvorming op grote schaal plaatsvindt. De verschillen tussen een crevassegeul en de hoofdgeul zijn vooral de periode van activiteit, de lithologie waaruit de opvulling bestaat, en de schaal. In het Nederlandse rivierengebied blijkt een hoofdgeul van zowel een meanderend als een anastomoserend riviersysteem gemiddeld jaar actief te zijn, terwijl een crevassegeul slechts enige honderden jaren water en zand de kom invoert. Een fossiele hoofdgeul (indien zichtbaar in het landschap: stroomrug) bestaat volledig uit zand, terwijl een crevassegeul sterke lithologische afwisselingen vertoont. Bovendien is een hoofdgeul beduidend breder (ca. 100 m in het rivierengebied) dan een lokaal voorkomende crevassegeul (10-20 m). Fig. 2.1 Uitsnede van de geologische / geomorfologische kaart van de omgeving Hoornaar Geul van vlechtende/meanderend stroom Ontgonnen veenvlakte Ontgonnen veenvlakte (+/- klei/zand) Rivier-inversierug Rivierkom en overwalachtige vlakte Rivier duin Vlakte van doorbraakafzettingen Smith Makaske Weerts 1996. Lage Giessen te Hoornaar Het landschap van de Alblasserwaard De laat-pleistocene en vroeg-holocene ondergrond Het studiegebied bevindt zich in het westelijke deel van het rivierengebied, het zogenaamde perimariene gebied. De ondiepe ondergrond bestaat uit fluviatiele en eolische sedimenten van Pleistocene en vroeg Holocene ouderdom, die tot de Formatie van Kreftenheije en Twente worden gerekend. De Holocene afzettingen zijn hier weliswaar fluviatiel, maar hun ontstaanswijze is sterk beïnvloed door de stijgende zeespiegel. Het gebied wordt gekenmerkt door grote komgebieden en dikke veenpakketten. De Alblasserwaard maakt deel uit van dit perimariene gebied. Het is een uitgestrekt komgebied van de rivier de Lek in het noorden en de Beneden- Merwede in het zuiden. Momenteel wordt de Alblasserwaard door hoge dijken beschermd tegen eventuele overstromingen van de rivieren. Deze bescherming dateert van de middeleeuwen. Vóór die tijd stond dit gebied sterk onder invloed van riviersedimentatie en veengroei en dat resulteerde in een circa 10 meter dik Holoceen pakket. In het voornamelijk vlakke landschap van de Alblasserwaard zijn slechts enkele hogere geomorfologische elementen waarneembaar. Plaatselijk zijn geïsoleerde zandige heuvels van enige meters hoog aanwezig. Dit zijn rivierduinen die gevormd zijn aan het einde van de laatste ijstijd, ca BP. In enkele gevallen zijn deze rivierduinen slechts gedeeltelijk bedekt met jongere afzettingen, zodat de top nog altijd zichtbaar is. Het is dit zichtbare gedeelte van een rivierduin dat in dit deel van Nederland met de term donk aangeduid wordt (figuur 2.2). Het grootste deel van de historische kern van Hoornaar ligt op een reeks dergelijke donken (waaronder een langgerekt stuk rivierduin). Ook in de omgeving van Hoornaar komt een hele reeks donken voor, die echter vaak niet meer in het huidige landschap terug te vinden zijn omdat ze volledig bedekt zijn met enkele meters dikke jongere afzettingen. Feitelijk horen al deze opduikingen bij een groter aaneengesloten blok rivierzand met enkele dagzomende donken waarop de dorpen Hoornaar, Hoogblokland en Neder- Slingeland liggen. Deze donken zijn gevormd uit afzettingen van de Kreftenheije Formatie die bestaat uit zandige en grindige rivierafzettingen van de rivieren Rijn en Maas. Deze sedimenten zijn afgezet na de maximale ijsuitbreiding in het Saalien tot en met het vroeg-holoceen en vormen de basis van het holocene rivierenlandschap. De afzettingen werden eerder in verschillende deelpakketten onderverdeeld (van oud naar jong Kreftenheije I VI), op grond van mineraalinhoud, grindsamenstelling en lithologie. 10 Deze onderverdeling wordt niet langer gebruikt. 11 Het substraat bestaat in dit gebied tevens uit een fluviatiele kleilaag, die direct op deze zanden ligt, en uit eolische afzettingen, die ontstaan zijn door lokale uitblazing van het fluviatiele zand van de Kreftenheije Formatie. Tot deze laatste groep behoren de donken. Hoewel beide pakketten tot voor kort tot de Kreftenheije Formatie gerekend werden, is dat thans niet meer het geval. Deze recente wijziging van de 9 Dateringen die met BP worden aangeduid zijn ongecalibreerde 14C-dateringen, aangeduid in 14C-jaren voor heden ( Before Present ). 10 Verbraeck Bosch en Kok 1994. 10 Lage Giessen te Hoornaar Fig. 2.2 Voorbeeld van de doorsnede van een lage donk die later door kleiafzettingen is afgedekt (Hardinxveld- Giessendam De Bruin; Louwe Kooijmans 2001b, afb. 2.5). lithostratigrafische indeling van de Nederlandse ondergrond heeft voor de Kreftenheije Formatie de volgende consequenties: in de Kreftenheije Formatie wordt alleen nog de fluviatiele kleilaag apart onderscheiden als de Laag van Wijchen. 12 De eolische afzettingen worden als Laagpakket van Delwijnen bij de Twente Formatie ondergebracht. Dit pakket bestaat uit kalkloos zand ( m), dat in duinvorm is opgestoven vanuit de riviervlakte tijdens de Jonge Dryas ( BP, laatste deel van het laat-glaciaal) en vroeg-holoceen. De hoofdperiode van depositie was echter tijdens de Jonge Dryas. De sedimenten zijn in de vorm van paraboolduinen afgezet, waarbij de vorm en oriëntatie van deze duinen op een dominante zuidwestelijke wind duidt. 13 De openingen van de paraboolduinen zijn namelijk gericht naar het zuidwesten. Veel hoge rivierduinen zijn in de prehistorie bewoond geweest. 14 De Holocene rivierafzettingen en veenvorming De sterke zeespiegelstijging in het vroeg- en midden-holoceen veroorzaakte een evenredige verhoging van de grondwaterstand, met als resultaat dat het hele gebied vochtiger werd en in het Atlanticum grootschalige veengroei 12 Ebbing et al. 1999; Weerts et al Verbraeck Louwe Kooijmans 1993. Lage Giessen te Hoornaar 11 op gang kwam. 15 In die uitgestrekte veenmoerassen stroomden plaatselijk rivieren, die klei en zand afzetten. In deze natte omgeving fungeerden de hogere rivierduinen als eilandjes, die uit dit veenmoeras staken. Ze bleken uitermate aantrekkelijk om op te wonen en werden dan ook als woonplaats benut. Door de voortdurende sedimentatie werden veel rivierduinen echter steeds lager ten opzichte van het omringende moerasland. Uiteindelijk werden ze vaak volledig bedekt door jongere afzettingen, zodat bewoning op de donk onmogelijk was geworden (figuur 2.3). De afzettingen die horen bij dit gebied van rivieren en veenkussens werden vroeger in hun geheel tot de Westland Formatie gerekend. Daar de Westland Formatie een overwegend marien karakter heeft, is gekozen voor een nieuwe indeling, waarbij de fluviatiele afzettingen samen met de afzettingen van de Betuwe Formatie gegroepeerd worden in de nieuwe Echteld Formatie. 16 Deze Formatie is niet verder onderverdeeld, zodat de oude onderverdeling in Afzettingen van Gorkum en Tiel niet langer meer gebruikt wordt. De organische afzettingen uit de oude Westland Formatie (Hollandveen) behoren als Hollandveen Tabel 2: Laagpakket tot de nieuwe Formatie van Nieuwkoop. Het Hollandveen waardering Laagpakket vindplaats bestaat in de Alblasserwaard uit veen, dat met name gekenmerkt wordt door broekveen, rietveen en gyttja. Het veen ontwikkelde in de komgebieden op plaatsen waar op dat moment geen riviersedimentatie plaatsvond. De Echteld Formatie bestaat in dit gebied uit fluviatiele klei, zavel en zand, dat als gevolg van de snel stijgende zeespiegel in het Atlanticum in relatief korte tijd door meanderende en anastomoserende riviersystemen is afgezet. 17 In eerdere publicaties werd dit afzettingsmilieu als fluviolacustrien gekarakteriseerd. 18 Het zijn de oeverwaldoorbraken die de riviersystemen in deze regio kenmerken. In het studiegebied waren de riviersystemen anastomoserend tussen ca en 4000 BP. 19 Ervoor meanderden de riviersystemen en ook daarna vormden de rivieren zich weer om tot deze meer bekende meanderende riviersystemen, die worden gekenmerkt door slechts één actieve stroomgeul, die zich alleen lateraal verplaatst (zie 2.2.1). Tijdens het Holoceen is in de Alblasserwaard sprake van de invloed van verschillende riversystemen. Allereerst zijn er twee die zo n 2-2,5 km ten noordwesten van het onderzoeksgebied actief zijn: de Middelkoopse en Schaikse systemen. Beide systemen vertakken zich ter hoogte van Noordeloos in verschillende geulen die tussen Goudriaan en Pinkeveer richting Giessendam-Sliedrecht stromen. Het Middelkoopse systeem was actief tussen en 6310 BP (ca cal BC). 20 Volgens H.J.A. Berendsen is het systeem in de Alblasserwaard nog iets langer actief: tot 6140 BP (5055 cal BC). 21 Het Schaikse systeem was actief tussen BP ( cal BC). 22 Makaske neemt aan dat het Schaikse systeem eerder aanvangt: vanaf 5350 BP. 23 Van dit laatste systeem loopt volgens de geologische kaart ook een tweetal dunne geulen ten zuiden van Hoornaar op slechts m van de onderzoekslocatie. Tussen deze twee periodes 15 Bosch en Kok Weerts et al Törnqvist Van der Woude Törnqvist Törnqvist H.J.A. Berendsen was universitair hoofddocent aan de Universiteit Utrecht. 22 Törnqvist Makaske 1998. 12 Lage Giessen te Hoornaar in was er een riviersysteem actief ten oosten van het onderzoeksgebied bij Arkel. Rond het begin van de jaartelling ontstaat dan de Linge. 24 Het bovenste deel van de Formatie van Echteld wordt gekenmerkt door een fluviatiel kleidek, dat overal in dit gebied aan het oppervlak te vinden is, als gevolg van middeleeuwse overstromingen van de grote rivieren. 25 De Kromme Giessen stroomt nog steeds direct ten noorden van het plangebied. Fig. 2.3 Reconstructie van het landschap rond de Hazendonk bij Molenaarsgraaf (ca. 9 km ten westen van Hoornaar gelegen) ca cal BC. Naar Van der Woude Bodemopbouw op de locatie Hoornaar Lage Giessen De behandeling van het profiel zal plaatsvinden in chronologische volgorde van de afzettingsgeschiedenis van oud naar jong. Dit betekent dat de onderste sedimenten het eerst behandeld worden. De ondergrond van het terrein waarop de prehistorische bewoning heeft plaatsgevonden bestaat uit grof zand. Dit zand is onder de handmatig verwijderde bodemvorming beige-geel hetgeen wijst op ijzerinspoeling onder de gehomogeniseerde B- Horizont. De top van dit zand is in het zuiden van de put (tegen de weg de Lage Giessen) in de bouwvoor opgenomen, terwijl die op 16 m in de put op 3,2 m onder maaiveld gelegen is. Op ca. 5 m ten noorden van de put is het zandlichaam in het vooronderzoek op 4,4 m onder maaiveld bereikt (boring 2), op ca m ten noorden van de opgravingsput is het zandlichaam op dieptes van 5,25 en 5,4 m onder maaiveld ( MV) gevonden (op 5,84 en 6,26 m NAP). Tegen de Kromme Giessen is de top van het zand op 6,68 m NAP gevonden. 26 Er is hier dus sprake van een steile helling van een zandlichaam. Dit zandlichaam loopt gezien de boringen rond en net ten noorden van de supermarkt zeker nog naar het oosten onder de parkeerplaats van de supermarkt door. Deze ondergrond kan volgens de geologische kaart en de karakteristieken van het sediment toegeschreven worden aan het Laagpakket van Delwijnen als hiervoor beschreven. Deze ondergrond kan derhalve geïnterpreteerd worden als een rivierduin uit het Jonge Drya
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks