Please download to get full document.

View again

of 6
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

, SCHENKINGEN TUSSEN GEZEL EN BIJZIT

Category:

History

Publish on:

Views: 6 | Pages: 6

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
, SCHENKINGEN TUSSEN GEZEL EN BIJZIT Bij de behandeling van de '' ongeoorloofde oorzaak, en,, onge oorloofqe voorwaarde,, in ons burgerlijk recht, worden deze nor matieve begrippen practisch altijd gei'llustreerd
Transcript
, SCHENKINGEN TUSSEN GEZEL EN BIJZIT Bij de behandeling van de '' ongeoorloofde oorzaak, en,, onge oorloofqe voorwaarde,, in ons burgerlijk recht, worden deze nor matieve begrippen practisch altijd gei'llustreerd met het statuu van de schenkingen tussen gezel en bijzit. Het object van wat volgt is een paging om de vraag op te lassen in welke mate zowel de rechtspraak als de rechtsleer deze gifte1 als,, ongeoorloofd,, behandelen en in hoever hun oplossing ka1 worden bijgetreden. I.- De code Michaud van het jaar 1629 bepaalde in art. 132 : u do nation de concubins a concubins ne vaut, ( 1) Het B.W. heeft dez1 regel in zijn uiteindelijke redactie niet overgenomen, niettegen staande het project van het jaar XVIII en het project Jacquemino (21 dec. 1799) weliswaar in genuanceerde bewoordingen, derge lijke schenkingen verwierpen (2). Het is de vraag of het schrappen van dit artikel tot gevolg heef dat de gezel en bijzit principieel geldig kunnen schenken. lnderdaad de art. 6, 900, 1131, 1133 B.W. beschermen de openbare orde er goede zeden maar daarentegen moeten we - wat de bekwaamheic betreft- uit 902 B.W. afleiden dat concubijnen principieel bekwaan zijn onder elkaar te schenken. Waar in Frankrijk in verschillende tegenstrijdige arresten het ho van Cassatie een ware veldslag heeft geleverd omtrent de morali teit van dergelijke liberaliteiten vinden we in de belgische recht spraak (3) sedert het begin van deze eeuw slechts twee Cassatie uitspraken. Het is in het Iicht van het laatste arrest van 1953 da we het probleem willen situeren. FOURNEL, Traits de Ia seduction, 1781, p. 34 en p DE ROUSSEAUD DE LECOMBE, Recueil de Jurisprudence, 1769, vu. Cor cubinaire. ESMEIN PAUL, Le problema de l'union libre, in Revue Trimestriel, FENET, Recueil complet des travaux pn3paratoires du C.C., II, p Project, j. VIII, titel IX, hfst. I, 11,.. Ceux qui ant vecu ensemble dans u1 concubinage notoire, sont respectivement incapables de se donner 3 Cass. 14 mei Pas., 1903, I, 216. Cass. 13 nov R.W , II. - De heer X heeft tijdens zijn Ieven en ook bij testament zijn bijzet, die tevens zijn secretaresse was, met verschillende schenkingen bedacht. Zijn zoon, enig erfgenaam, die met hem in onmin leefde, eist bij het overlijden van zijn vader de nietigverklaring van de giften, om reden dat de oorzaak waarop ze steunen immoreel is en dus in tegenspraak met de art. 6, 1131, 1133 B.W. Het Hot van Beroep te Luik (4) wees deze eis af met de motivering dat de schenkingen niet aileen een pretium stupri,, waren, maar dat ze tevens werden ingegeven door het feit dat de beschikker hiermede zijn afkeuring ten aanzien van zijn zoon wilde betonen en tevens zijn bijzit voor haar professionele diensten wilde vergoeden. Het kwam er dus op neer dat het hot van Beroep voor deze schenkingen verschillende oorzaken aanvaardde en dat - alhoewel een van de drijfveren immoreel was - daardoor de giften niet ongeoorloofd waren omdat de immorele oorzaak niet de enige was. Het hot van Cassatie verbrak dit arrest waarbij ze aanwees dat het van weinig belang was of het ongeoorloofde doel (in casu het tot stand brengen van het concubinaat, de voortzetting ervan verzekerden of deze verhouding belonen bij middel van een schenking) al dan niet de enige oorzaak was van de giften. Het is voor de nietigverklaring voldoende dat het ongeoorloofd of onzedelijk motief een der determinerende beweegredenen (oorzaak) was voor de schenker. Het Hof herhaalde hierbij de vaste jurisprudentie over de (( oorzaak )) (5) waarbij wordt onderlijnd dat een rechtshandeling door verschillende determinerende redenen be invloed kan worden en dat het volstaat dat een van deze drijfveren onrechtmatig is om de volstrekte nietigheid van de rechtshandeling te veroorzaken. Er is dus geen compensatie tussen de geoorloofde en de ongeoorloofde oorzaken! De vraag is nu welke betekenis en draagwijdte moet gegeven worden aan de formulering van het hot, wat ze als ongeoorloofde oorzaak van een schenking tussen gezel en bijzit beschouwt : «een schenking met het oog op het doen ontstaan, in stand houden of het belonen van het concubinaat,, (6) Ill. - Zowel de rechtspraak als de rechtsleer blijft na 1953 verdeeld omtrent het criterium van geoorloofdheid dat moet worden aangewend. 4 Luik, 28 jan Pas., 1953, II, Cass. 31 oct Pas., 1953, I. 170 met de eensluidende conclusies van prokureur-generaal Hayoit de Termincourt. 6 omschrijving die we in wezen bij Pothier terugvinden - En vue de tormenter ou d'entretenir le concubinage 103 Zo wijst de rechtbank te Antwerpen (7) erop dat de term '' concubinaat,, (afgeleid van con-cumbere- een bed de len) noodzakelijkerwijze minstens een zweem van hartstocht in de sexuele verhouding buiten het huwelijk inhoudt. De wederzijdse genegenheid tussen gezel en bijzit is geen ongeoorloofde oorzaak van. de schenking. In dezelfde zin spreken ook andere arresten (8) en vonnissen zich uit voor het criterium van het al of niet bestaan van de sexuele relaties. Er moet gewezen worden op het feit dat het gevallen betrof waar gezel en bijzit wei samenwoonden maar ze onderhielden - bv. omwille van de ouderdom - geen betrekkingen meer. Het Hof van Beroep te Brussel (9) wijst erop dat gezel en bijzit kunnen begeesterd zijn door gevoelens,, die niet louter door de sexualiteit zijn opgedrongen,_ Een gedeelte van de rechtspraak nochtans blijft het hof van Verbreking volgen ( 10) ; deze rechtbanken doen geen beroep op het hoger ge'illustreerde (jansenistisch?) criteriujti.dat de geoorloofdheid van de liberaliteiten laat afhangen niet van het concubinaat op zichzelf, maar wei van de sexuele relatie. tussen gezel en bijzit. Maar ook zij slagen er niet in een duidelijke aflijning tussen de geoorloofde en niet geoorloofde schenkingen te formuleren. Ze bepet'1ken er z ich toe de hoger geciteerde, eerder vage formulering van Gassatie over te nemen om te b~sluiten dat deze rechtsregel op de betwiste '' case,, van toepassing is. Een vinnige polemiek, voornamelijk tussen Prof De Page en Prof Dab in, kleurt de rechtsleer. (11) In zijn recente editie verwerpt De Page de regeling van het hot van Cassatie en van Dabin, terwijl in 1953 het hof de opvatting, die tot uiting kwam in de toenbestaande editie van het Traite,, onderschreef. De Page anno 1960 verwerpt De Page anno Volgens hem zijn aile schenkingen tussen gezel en bijzit principieel geoorioofd daar de wetgever in 1804 ze niet verboden heeft. Enkel en alieen wanneer de schenking een pretium stupri n (men betaalt een prijs voor die relaties) als voorwerp zou hebben is ze nietig, want dan staan we voor een handeling onder bezwarende titel die betrekking heeft op de menselijke persoon. (een ongeoorloofd voorwerp). Naar de vorm komt die handeling voor als een schenking, in feite is het een contract onder bezwarende titel. Dus moet men niet spreken van de determinerende oorzaak 7 Antwerpen 2 rna art R.W , Gent 24 dec Rec. gen. enr. et not Bergen 4 april J.T. 1955, p Brussel 10 jan Rec. gen. enr. et not. 1963, p Charleroi 8 april Rev. gen. p. 378; Rb. Brussel 4 jan JT 17 mei, 1964, p. 332; Dinant 30 juni Jur. Liege , p. 76; Luik 31 maart Pas., II, 27; Gent 16 oct Tijds. not. 1957, Traite, VIII, 1, no 256 tegen Dabin- Rev. Grit. 1954, p. 5 en volg. 104 die ongeldig is maar het contract i s nietig omdat men een prijs betaalt voor het doen ontstaan, in stand houden of belonen van deze relaties. De werkelijke schenkingen tussen gezel en bijzit zijn geoorloofd - aldus de Page - zelfs als ze steunen (= veroorzaakt worden) op gevoelens van affectie voor elkaar of op een edelmoedige bewondering,_ Men mag de oorspronkelijke onbekwaamheid van de bijzit en gezel om aan elkaar te schenken, afgeschaft in 1804, niet terug invoeren door d~. artt. 6, 1131 B. W. toe te passen. IV. :- De vraag van de principiehe geoorloofdheid van dergelijke schenkingen kan o. i. niet losgedacht worden van het algemeen juridisch statuut dat men aan het concubinaat wenst te geven. Het B. W. opteerde onvoorwaardelijk voor het huwelijk als instelling waar de gemeenschap tussen man en vrouw wordt gerealiseerd. Een wisseloplossing heeft de wetgever niet eens overwogen en dit verklaart waarom de wet met geen woord rept over het concubinaat.,, Les concubins se passent de Ia loi, Ia loi se passe d'eux». Daaruit volgt dat elke handeling die het concubinaat bevordert of maar enig juridisch voordeel eraan hecht indruist tegen de civiele orde. (art. 6 B. W.) ' Dit leidde de rechtspraak ertoe te bevestigen dat de bijzit noch patrimoniale noch extrapatrimoniale schadevergoeding kan vorderen wanneer haar gezel accidenteel wordt gedood. ( 12) Het concubinaat, welke ook zijn duur en zijn modaliteiten zijn, schept geen rechtmatige belangen, die derhalve niet kunnen gekrenkt worden. ( 13) Door schade toe te brengen aan die relaties tussen concubijnen berooft men geen van beiden van een wettelijk voordeel. Oak door het bestaan van het sleutelrecht (14) of van goederen- 12 RONSE, A.P.R. schade en schadeloosstelling» p VAN RIJN, Rev. Grit. de jur. beige, 1947, p Cass. 21 april Rev. resp. 1958, 6248 Brussel 25 mei Rev. resp. 1958, 6246 Luik 24 oct J.T. 1951, p. 8. Brussel 10 dec J.T. 1949, p. 37. Brussel 12 april Pas., II, 1944, p Een argument om de rechtmatige belangen van gezel en bijzit te staven was het inroepen van sommige bepalingen van het sociale recht waarvan de concubijnen kunnen genieten. Het hot van Cass. verwierp deze stelling, daar het sociaal recht, uitzonderingsrecht, het gezin Iauter als een economische entiteit beschouwt, en niet als een civielrechtelijke. Het S.R. wil die entiteit een sociaal verantwoord Ieven verschaffen en beschermen tegen sociale risicos. 14 CHARLIER, le mandat de Ia concubine pour les achats du menage» met J.D.P. Luik 26 nov Rb. Brussel 29 april 1932, J.T. 1932, p gemeenschap (15) tussen gezel en bijzit te verwerpen blijkt het dat rechtspraak en rechtsleer er zich angstvallig voor hoeden om juridische gevolgen aan het concubinaat te hechten. Bij 1het behandelen van de sohenkingen daarentegen bl ijkt men soms dit algemeen kader uit het oog te verliezen. (16) De grondreden om deze giften met enige soepelheid te behandelen vindt men in het niet bestaan van een wet die dergelijke schenkingen -express is verbis - verbiedt. lnderdaad, historisch weigerde men in 1804 zo'n verbodsartikel op te nemen omdat dit zou le-iden tot «schandalige processen, die het prive Ieven der betrokken partijen in het gedrang zouden brengen. (17) Niet aileen is deze,, ratio legis,, al op zichzelf weinig overtuigend en niet meer actueel in onze huidige maatschappij maar heel zeker is de historische bedoeling van de wetgever, daar ze niet in een wet is uitgedruk t, niet bindend ; a fortiori wordt de werking van de art. 6, 1131, 1133 en 900 daardoor niet ontkraoht. Ten slotte hebben we er reeds op gewezen dat de scrupuleuze vrees van de wetgever om het woor d,, concubinaat, in het B.W. op te nemen tevens was ingegeven om niet de indruk te verwekken maar enig rechtsgevolg aan het concubinaat te willen hechten. Daar het concubinaat tegen de civiele orde ingaat is het o.i. voldoende dat er een causaal verband. bestaat tussen die verhouding en de sc'henking om ze te vernieuge:m. (Art. 6) Dit sluit in dat gezel en bijzit principieel bekwaam zijn te sohenken. Bv. uit dankbaarheid voor bewezen professionele diensten. (B.W. 902) Maar telkens de liberaliteit het concubinaat in de hand werkt is ze ongeoorloofd. Daarom is de schenking bij het einde van het concubinaat geldig indien men door de breuk wil vergemakkelijken om tot het wettig Ieven terug te keren. Schenkingen tussen gezel en bijzit enkel vernietigen in het geval dat er donation marche, (De Page + gedeelte van de rechtspraak) bestaat, het afkopen van de gunsten,, is het begrip concubinaat artificieel herleiden tot prostitutie. (Enkel wanneer men betaalt voor de sexuele betrekkingen zou de schenkingn ongeldig zijn). 15 Rb. Gent, 21 febr R.W , 477. Gent 4 juli 1955, R.W , 990 Kortrijk 6 juli R.W. 1951, 52, 608 Brussel 24 april Pas., 1942, II, 80 Brussel 20 juni Rev. crit. 1948, p. 106 Brussel 30 jan Pas., 1954, II, 70 Luik 16 dec Pas., 1949, II, 3 Luik 7 dec Jur. Liege, , SPELMAN, J.T. 1954, p BARETT, Les liberalites entre concubins Rec. gen. 1957, no 8. RENAULD, De Ia validite des legs entre concubins J.T. 1963, p An. Not. 1949, 247, Simulation d'une donation entre concubins MAZEAUD, Le ;ons de droit civil XI, no LAURENT: Principes de droit civil XI, nr 136 PLANIOL-RIPERT, Traite II, p. 60 e. v. 106 De '' affectie,, de cc edelmoedigheid,, mogen niet op zichzelf als de oorzaak van de schenking gezien worden, maar ze ontstaan uit een feitel ijke precaire toestand die tegen de open bare orde ingaat. Waar men De Page en een gedeelte van de rechtspraak zou volgen om de schenkingen te legaliseren die niet zijn ge'inspireerd door,, sexuele,, hartstocht zou men aan het concubinaat een onrechtmatig voordeel toestaan. Bijzonder exemplatief is volgende illustratie: de wet duidt uitdrukkelijk aan dat het erkend natuurlijk kind bij schenking niet meer mag ontvang.em dan hetgeen waarop het recht heeft ab intestato (908) 757, en 761) en dit om de wettige familie te beschermen. De decujus kan practisch nooit het totale B. D. aan zijn enkend natuurlijk kind schenken. lnderdaad, kent art. 757 B. W. het natuurlijk kind een evenredig recht toe op hetgeen het als wettig kind zou hebben ontvangen. Art. 908 verbiedt nu dat het N. K. bij schenking meer zou krijgen dan het in het erfrecht aangeduide maximale quantiteiten. Wat dus buiten deze quantiteiten beschikbaar is, kan de decujus niet schenken aan zijn natuurlijk kind. De gedane schenkingen aan het N. K. moeten cc aangerekend, worden op zijn wettig deel, het eventuele surplus '' ingekort,, ( 18) Door de theorie van DE PAGE zou de decujus over gans het B. D. ten voordele van de bijzit mogen beschikken daar waar het erkend n. k. (dat geen schuld heeft aan zijn status in tegenstelling met het concubinaat) van zo een voordeel niet geniet. Het N. K. komt daarbij nog als onregelmatige erfopvolger voor de wettige echtgenote tot de nalatenschap. Enkel door de schenking buiten het algemene kader van de wet te plaatsen, die de wettige familie beschermt en waarvan door bijzondere overeenkomsten niet mag worden afgeweken, kan men dergelijke anomalie bereiken. 18 Bv. Er zijn geen wettige kinderen, wei bloedverwanten in de opgaande linie en een N.K. Ware het N.K. wettig geweest het kreeg de totale nalatenschap. Nu krijgt het enkel de helft van de erfenis (757 B.W.). De andere helft van het nalatenschap kan de decujus niet schenken aan het N.K. (908 B.W.) 107
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks