Please download to get full document.

View again

of 8
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Welke gerechtigheid binnen een voormalige criminele staat? Over overgangsgerechtigheid en postapartheid -Zuid-Afrika

Category:

Data & Analytics

Publish on:

Views: 8 | Pages: 8

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Overgangsgerechtigheid Welke gerechtigheid binnen een voormalige criminele staat? Over overgangsgerechtigheid en postapartheid -Zuid-Afrika Deze tekst 1 gaat over de vraag hoe een maatschappij een verleden
Transcript
Overgangsgerechtigheid Welke gerechtigheid binnen een voormalige criminele staat? Over overgangsgerechtigheid en postapartheid -Zuid-Afrika Deze tekst 1 gaat over de vraag hoe een maatschappij een verleden getekend door massaal geweld kan verwerken. De focus wordt vernauwd tot wat hieronder gedefinieerd wordt als een criminele staat. Om tot een antwoord op deze vraag te komen, wordt ten eerste naar het huidige debat binnen de literatuur over overgangsgerechtigheid ( transitional justice ) gekeken. Vervolgens wordt postapartheid-zuid-afrika als illustratie besproken. Blik op een criminele staat In de analyse van een criminele staat, een staat die zich definieert door bij wet gecodificeerde, geïnstitutionaliseerde, gewelddadige discriminatie en onderdrukking van bepaalde groepen binnen zijn grondgebied 2, kan de methodologische blik gevormd worden om deze staat op vier niveaus te bekijken. Op het metafysische niveau worden ideeën geconceptualiseerd; het omvat zogenaamd radicaal kwaad, hoewel de ideologische component van een politiek veelal ontspruit uit de intentie om goed te doen. 3 Het macroniveau, het staatsniveau, omvat het niveau waar institutionele raamwerken geconstrueerd worden en waar een aura van legitimiteit toegekend wordt. Het microniveau verwijst naar het individu, het is een niveau waar instructie of louter insinuatie uitgevoerd wordt. Daarenboven is er nog een moeilijk te lokaliseren niveau, het mesoniveau, waar de omstanders gesitueerd worden die in hun meervoudigheid een supra-individuele entiteit vormen. Samen vormen deze niveaus het interpretatieve raamwerk om te begrijpen hoe verschillende agenten in de maatschappij verwikkeld zijn in een criminele staat waar schendingen van mensenrechten een systemisch aspect van het leven van alledag zijn. Een dergelijke zienswijze voert het pleidooi om op een I 66 Het proces in Zuid-Afrika moet zich nog op lange termijn ontwikkelen. De Waarheid- en Verzoeningscommissie kan erkend worden als een soort eerste beweger en metronoom van het overgangsproces: het gaf de eerste impuls aan de wil om het engagement op te nemen om zich met het verleden te confronteren. Deze eerste impuls is fundamenteel in het afbakenen van onderwerpen voor publieke discussie en reflectie. even gedifferentieerde manier postconflictmechanismen te ontwikkelen. Overgangsgerechtigheid na massaal geweld Diverse mechanismen kunnen in een postconflictsituatie geïmplementeerd worden. Deze kunnen gaan van gerechtelijke tot niet-gerechtelijke vervolgingen op diverse schalen (internationaal, nationaal, lokaal, of een combinatie daarvan). De niet-gerechtelijke initiatieven kunnen bestaan uit waarheidscommissies, onderzoeken vanuit een geschiedkundige invalshoek, (mogelijks symbolische) reparaties, institutionele hervormingen (van politie, gerecht, leger, ), economische hervormingen, memorialen en musea, enzovoort. Ondanks de diversiteit van een dergelijk spectrum, stelt Mark Drumbl dat de strafrechtelijke vervolging de westerse manier van omgaan met een conflictueuze realiteit domineert. 4 Het opzet van een gerechtelijke vervolging bestaat uit het nastreven van gerechtigheid; in enge zin vaststellen of de bewijslast overeenstemt met de aanklacht in een proces dat aantoont dat bepaalde handelingen een misdaad vormen 5, mogelijks culminerend in een veroordeling met aangepaste strafmaat om aldus straffeloosheid tegen te gaan. 6 Het kerndilemma van het gerecht in haar confrontatie met massaal geweld, bestaat uit de vraag hoe een individu verantwoordelijk kan geacht worden voor misdaden die zich ontwikkeld hebben op een niveau dat het individuele overstijgt. Moet elke betrokkene vervolgd worden, of enkel een selectie hoofdbeschuldigden? Vanuit praktisch opzicht is een exemplarische selectie genoodzaakt omwille van tijd en middelen in het bijzonder in een postconflictmaatschappij, maar dit komt in tegenspraak met de individuele aansprakelijkheid van iedereen, aangezien niemand boven de wet staat. 7 Sinds het Neurenbergtribunaal en de opvolgingsprocessen, kan de verantwoordelijkheid voor misdaden onder internationaal recht in toenemende mate aan individuen worden toebedeeld. Dit staat in verband met het in het westen heersende liberale, juridische paradigma waarbij het individu eenheid van analyse is. 8 Recent onderzoek problematiseert de realiteit waarin individuen die betrokken zijn in massaal geweld niet strafrechtelijk verantwoordelijk geacht kunnen worden voor hun daden, of non-daden in het geval van omstanders. De crux van het debat bestaat uit de tegenstelling van het liberale, juridische paradigma enerzijds en collectieve entiteiten betrokken in het conflict anderzijds. Aangezien massaal geweld per definitie gekarakteriseerd wordt door een groot aantal betrokkenen, zijn individualiserende aansprakelijkheidsmechanismen problematisch omdat het onder andere een selectieve myopie genereert voor de context waarin dergelijk geweld kon plaatsvinden. 9 Het overstijgen van de limieten van dit paradigma impliceert ingaan tegen de hoofdstroom van de juridische praktijk. Wat aangeduid kan worden als tweede generatie literatuur over overgangsgerechtigheid, in het bijzonder van de hand van de VLAAMS MARXISTISCH TIJDSCHRIFT OVER OVERGANGSGERECHTIGHEID EN POSTAPARTHEID-ZUID-AFRIKA - juridische wetenschappers Mark Drumbl en Laurel Fletcher, is voldoende rebels om oude orthodoxen in vraag te stellen en alternatieven te formuleren. Drumbls kritiek op het liberale, juridische paradigma Drumbl neemt een paradox waar in de manier waarop omgegaan wordt met flagrante mensenrechtenschendingen zoals oorlogsmisdaden, misdaden tegen de mensheid en genocide 10 : International lawmakers have demarcated normative differences between extraordinary crimes against the world community and ordinary common crimes. However, despite the proclaimed extraordinary nature of atrocity crime, its modality of punishment, theory of sentencing, and process of determining guilt or innocence, each remain disappointingly, although perhaps reassuringly, ordinary so long as ordinariness is measured by the content of modern Western legal systems. 11 Met andere woorden: enerzijds werd een aparte terminologie gevormd om bijvoorbeeld massamoord en elk begeleidend fenomeen hiervan te beschrijven en te categoriseren als buitengewoon radicaal kwaad ( humanity s inhumanity in Drumbls terminologie), anderzijds stemt deze buitengewone, normatieve differentiatie niet overeen met een aangepaste juridische procedure. Drumbl stelt dat de effectiviteit van een gewone strafrechtelijke procedure in de context van massaal geweld niet mag verondersteld worden en zelfs problematisch is. 12 Karakteristiek voor massaal geweld is de omkering in het toekennen van juist en fout : wat van de sociale norm afwijkt in gewone omstandigheden, doet dit niet in buitengewone omstandigheden. 13 Voor Drumbl betekent dit dat: the extraordinary acts of individual criminality that collectively lead to mass atrocity [ ] [do] not diminish the brutality or exculpate the aggressor, [but] problematize concepts such as bystander innocence, collective responsibility, victim reintegration, reconciliation, recidivism, and the moral legitimacy of pronouncements of wrongdoing by international tribunals when the international community itself is JAARGANG 45 NUMMER 2 I ZOMER 2011 perceived as having failed to prevent the wrongdoing. 14 De confrontatie met grove mensenrechtenschendingen vergt een confrontatie met het individu, maar ook met entiteiten die het individu overstijgen. Het internationale strafrecht stoot echter op deze collectieve noties in anticipatie naar individuele eenheden, culminerend in de praxis om een selectief aantal individuen te vervolgen. De geïmpliceerde uitdaging voor tweedegeneratieliteratuur over dit onderwerp is de imperatief om de myopie voor de (non-) daden van niet-individuele actoren in massaal geweld te stoppen. Deze supra-individuele entiteiten worden in het bijzonder over het hoofd gezien door de bestaande mechanismen. 15 Fletcher stelt dat dit problematisch is: niets doen in de context van massale mensenrechtenschendingen i.c. genocide en etnische zuivering is gelijk aan iets doen. Zij dringt aan om de notie collectieve verantwoordelijkheid buiten de sfeer van het strafrecht opnieuw te bedenken om op die manier het cultiveren van collectieve onschuld tegen te gaan. 16 In dit voorstel vindt zij bijval van Drumbl: als reactie op collectief geweld, stelt hij collectieve sancties voor op basis van wat hij een middle ground noemt: een notie die overlapt met collectieve verantwoordelijkheid te situeren tussen collectieve schuld en collectieve onschuld, en de bezwaren tegen het strafrechtelijk omgaan met collectiviteiten afwendt door meer gematigde sancties. 17 Lessen uit de praktijk van een postconflict gebied: Postapartheid-Zuid- Afrika Het Zuid-Afrikaanse voorbeeld 18 illustreert bij uitstek de spanning tussen gerechtigheid en verzoening ( reconciliation ). De bemiddeling tussen beide was ongezien en oorzakelijk voor de belangstelling in de Zuid-Afrikaanse stijl om tot een confrontatie te komen met het verleden. 19 Om dit proces te begrijpen, is het nodig om aan te duiden dat elk aspect verbonden is: verzoening is het doel, amnestie dient samen met de waarheid als middelen voor het bereiken van dit doel. Het adagium van de Zuid-Afrikaans Waarheid- en Verzoeningscommissie (hieronder: Commissie) amnestie in ruil voor waarheid was toentertijd controversieel en is dit niet minder in de huidige literatuur. 67 I In ruil voor individuele, publieke, en volledige ontsluiting gedurende een bepaalde tijdsduur van betrokkenheid in politiek gemotiveerde misdaden, kon amnestie door de Commissie verleend worden, de facto leidend tot het ontheffen van burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid. In vergelijking met andere amnestiepraktijken worden de in Zuid-Afrika toegepaste criteria als bijzonder stringent geëvalueerd. 20 De combinatie van waarheid en amnestie kan waarschijnlijk beschouwd worden als het definiërend element van de Commissie, te meer omdat het nooit gezien was bij voorgaande waarheidscommissies. 21 In andere situaties was amnestie onderdeel van een afzonderlijk juridisch mechanisme. Het Amnestie Comité was één van de drie subcomités geïncorporeerd door de structuur van de Commissie. Sommigen bekritiseren deze institutionalisering omdat ze het verlenen van amnestie als juridisch mechanisme in een puur strafrechtelijk instituut hadden geïntegreerd willen zien om op die manier aan de verzoeningsretoriek te kunnen weerstaan. 22 Uit de hierboven beschreven vereisten vloeien enkele fundamentele implicaties voort. Zo sloot de amnestieprocedure leiderschapsverantwoordelijkheid uit omwille van de volledige ontsluitingsvereiste van wat er gebeurd was: de context en individuele daden konden door de grote garnalen niet gespecificeerd worden. 23 Daarnaast werd politiek als cruciaal bijwoord gehanteerd: de misdaad waarvoor amnestie werd gevraagd, diende van politieke aard te zijn Criminele en politieke verantwoordelijkheid in het proces van de Zuid-Afrikaanse Waarheiden Verzoeningscommissie a. Politiek geweld/geweld binnen de gemeenschap: Een dubbel belichaamde dader? Het kan in vraag gesteld worden of het toewijzen van verantwoordelijkheid aan de crimineel schuldigen op basis van een strafrechtelijke notie, de aangewezen optie is wanneer we te maken hebben met politiek gemotiveerde misdaden. Deze twijfel fundeert Du Bois-Pedain op twee karakteristieken van systeemschuld, namelijk: I 68 ruimere medeplichtigheid en de verspreiding van verantwoordelijkheid van de organisatoren en de zogenaamde raderen in de machine. In een gedachte die ze deelt met Drumbl en Fletcher betwijfelt ze: whether an accountability mechanism that focuses exclusively or primarily on their criminal responsibility accurately reflects who bears the brunt of responsibility for the commission of these crimes. The concern is that the seemingly neat separation of the criminally guilty from the criminally innocent may obscure the complex structures of social interaction in which political crimes are embedded, and fail to bring about the kinds of insights that could prevent the commission of similar acts in the future. 24 Zij stelt vast dat de Commissie met behulp van de amnestieformule door het strafrechtelijke verantwoordelijkheidsparadigma brak. Deze formule voorzag in wat ik als een insluitende verantwoordelijkheidsnotie aanduid, Du Bois-Pedain: the very injustice of amnesty served an important communicative function. Amnesty reminded people of the fact that the human rights violations committed by the amnesty applicants took place in a social context which legitimated these acts of violence; that they were done in (many of) our names. They were therefore injustices in which others were powerfully politically, though not criminally implicated. [ ] Through amnesty, then, the conventional view of the comparative seriousness of criminal and political responsibility was turned on its head. Criminal responsibility could be waived. Political responsibility could not. 25 Dit kan het inzicht vormen dat een misdadiger door een lichaam kan omsloten worden dat politiek en strafrechtelijk aansprakelijk kan geacht worden voor het schenden van rechten van anderen. De Zuid-Afrikaanse amnestieformule maakte deze differentiatie, niet resulterend in het herroepen van juridische standaarden, maar in het oproepen van een context gebonden sociale (ideologische) en juridische realiteit, verklarend voor de daden van de misdadiger. Doorheen een dergelijk proces wordt nagegaan hoe de dader in de realiteit stond. b. Politiek geweld/geweld binnen de gemeenschap: Hoe kan de politieke gemeenschap aangesproken worden? Over de verschillende fora waaraan verantwoordelijkheid kan toegeschreven worden. De Commissie als voorbeeld om het individuele en collectieve niveau te overbruggen? Bovenstaande redenering neemt aan dat er een contextgebonden realiteit bestaat wanneer het gaat over politiek gemotiveerde (mis)daden. Om zich tot deze realiteit te richten, moet de vraag gesteld worden welke fora (individuele en collectieve) en hoe deze fora aangesproken kunnen worden. Voor Du Bois-Pedain slaagde de Commissie erin om een social production of harms bloot te leggen door de verantwoordelijkheid van de staat en leiderschapsstructuren aan te wijzen. Doorheen de lens van de Commissie waren in de eerste plaats die personen die onder een organisatorisch mandaat handelden, bevoegd om amnestie aan te vragen. Voor Du Bois- Pedain toont dit mandaat een altruïstische gemeenschapsgezindheid van de agent aan, zij stelt: What might be regarded as altruistic about it opposition against an illegitimate or brutal regime, an engagement with public affairs during difficult and dangerous times may well provide a full moral justification for the agent s violation of the state s monopoly of power, that is, for the disobedience element of the offender s conduct in his relations vis-à-vis the state. But when making a political point takes the form of injuring others, then the political purpose of the offender s conduct cannot justify the violations suffered by these victims. 26 Zij stelt met andere woorden dat een politieke actie op twee niveaus gearticuleerd wordt: op het macroniveau van de staat mogelijks in naam van die staat, mogelijks in opstand tegen die staat ; en op het microniveau van het individu, wanneer deze actie gericht is tegen een ander individu. Beide niveaus kunnen gepersonifieerd worden door bijvoorbeeld een agent die onderdeel is van een antiterreurdienst en in die functie anderen martelt: een staatexponent handelend op het individuele niveau. De gemeenschapsgezindheid van een daad brengt ons bij nog een dubbel belichaamd individu, namelijk het slachtoffer. Bijvoorbeeld het VLAAMS MARXISTISCH TIJDSCHRIFT OVER OVERGANGSGERECHTIGHEID EN POSTAPARTHEID-ZUID-AFRIKA - slachtoffer van de vermelde martelende staatsagent: vanuit dit standpunt waaruit direct geweld gehanteerd wordt voor het publieke belang worden slachtoffers louter waargenomen als diegenen die de Zuid- Afrikaanse apartheidsstaat wilde onderdrukken. In de ontkenning van het bestaan van het politieke lichaam dat de apartheidsslachtoffers vertegenwoordigden, werd hen hun bestaan ontzegd: buiten het conform de apartheidsstandaarden gepolitiseerde lichaam (of dus conform geïnstitutionaliseerde discriminatie) was er geen lichaam dat gerespecteerd diende te worden. Het is te beschouwen als een verdienste van de Commissie en bij uitbreiding eventueel van de vele andere instellingen in transitie om de verschillende dimensies gepersonifieerd door het individu als het ware te reanimeren, bijvoorbeeld zijn/haar JAARGANG 45 NUMMER 2 I ZOMER 2011 politieke andersdenkendheid. Met betrekking tot de Zuid-Afrikaanse Waarheid- en Verzoeningscommissie werd dit mogelijk gemaakt door de amnestieformule. Fundamenteel is dus het inbegrip van het raamwerk waarin misdaden plaatsvonden. Wanneer tijdsprongen gemaakt worden van het heden, waar handelingen aansprakelijkheid kunnen genereren, naar het verleden waarin ze plaatsvonden, voorziet dit raamwerk in een politiek-ideologisch verschil : een interpretatief onderscheid dat het mogelijk maakt om een handeling te contextualiseren. Wanneer de gehele politieke gemeenschap betrokken is in deze tijdsprongen die een confrontatie met een verleden realiseren, voorziet volgens Du Bois-Pedain de Zuid-Afrikaanse amnestieformule een rite of passage towards a citizenship unencumbered by the past [ merk de belangrijke specificatie op ] for those who are willing to commit themselves to the new political order, in which any resort to violence as a means of (domestic) politics is characterised as wrong. 27 Conclusie: Een toekomstige gerechtigheid De vraag die deze tekst structureerde, luidt hoe een maatschappij een verleden getekend door massaal geweld binnen de context van een criminele staat kan verwerken. Gerd Hankels blik op de verwerking van een conflictueus verleden wijst op de evolutie van een benadering die in de eerste plaats juridisch en vervolgens historisch geïnspireerd zou zijn. In een politiek-morele benadering van misdaden herkent hij de toepassing van de wet als louter één facet hiervan, zij het wel het meest belangrijke, omdat deze het volgens hem mogelijk maakt om misdaden dusdanig te benoemen. Het proces wordt vervolgens verruimd. Vergangenheitspolitik beschrijft hij als: ein umfassender, vornehmlich aus legislativen und justiziellen Maßnahmen bestehender Vorgang, der, wenn er glücklich verläuft, irgendwann in Geschichtspolitik verstanden als eine rückblickende und identitätsstiftende Deutung und Erinnerung übergeht. 28 De vraag hoe de Zuid-Afrikaanse maatschappij de langdurige en wijdverspreide gruweldaden van het apartheidregime kon verwerken, werd benaderd vanuit Du Bois- Pedains lezing van de Waarheid- en Verzoeningscommissie. De amnestieformule bleek een middel om politieke verantwoordelijkheid te wegen en aldus slaagde de Commissie in het komen tot een bijzondere beoordeling van politiek geweld. Aangenomen dat politiek geweld, geweld binnen de gemeenschap is, en in het onderscheiden van strafrechtelijke en politieke verantwoordelijkheid, slaagde de Commissie erin om zich te richten tot de politieke gemeenschap en om deze te confronteren met haar verantwoordelijkheid in het apartheidverleden. Dit is een fundamentele verdienste van het Zuid-Afrikaanse overgangsproces omdat het m.i. een voorbeeld is van het overbruggen van het individuele met het collectieve niveau wat allesbehalve 69 I vanzelfsprekend is indien binnen het liberale, juridische paradigma gedacht wordt. Het is een manier om de lessen van een verleden realiteit binnen een kritische, reflexieve politieke gemeenschap te valideren, met inbegrip van de vele verschillende actoren: directe daders, omstanders, en volgzame individuen die slechts hun werk deden. Volgens Du Bois-Pedain dient het beschouwen
Similar documents
View more...
Search Related
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks