Please download to get full document.

View again

of 23
All materials on our website are shared by users. If you have any questions about copyright issues, please report us to resolve them. We are always happy to assist you.

Vermoeden van huiselijk geweld / kindermishandeling

Category:

Business & Economics

Publish on:

Views: 4 | Pages: 23

Extension: PDF | Download: 0

Share
Related documents
Description
Schoolmaatschappelijk werk Postbus AS Waalwijk Dr. Kuyperlaan TD Waalwijk Dillehof BG Oosterhout T F Protocol
Transcript
Schoolmaatschappelijk werk Postbus AS Waalwijk Dr. Kuyperlaan TD Waalwijk Dillehof BG Oosterhout T F Protocol Vermoeden van huiselijk geweld / kindermishandeling Waalwijk, 22 oktober 2010 Pagina 2/23 Inhoudsopgave Huiselijk geweld en kindermishandeling 3 Stroomdiagram 5 Stappenplan 6 Fase 1: de leerkracht heeft een vermoeden 7 Fase 2: de leerkracht bespreekt zijn onderbouwde vermoeden in een overleggroep 10 Fase 3: uitvoering van het gemaakte plan van aanpak 12 Fase 4: de beslissing 15 Fase 5: de evaluatie 17 Fase 6: nazorg 18 Bijlagen Bijlage 1: Werkaantekeningen 19 Bijlage 2: Signalenlijst huiselijk geweld/ kindermishandeling (4-12 jaar) 20 Bijlage 3: Format voor het ontwikkelen van een sociale kaart 23 Afkortingslijst AMK: Advies- en Meldpunt Kindermishandeling BJZ: Bureau Jeugdzorg GGD: Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst JGZ: Jeugdgezondheidszorg SMW: Schoolmaatschappelijk werk IB: Intern Begeleider Pagina 3/23 Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Huiselijk Geweld Onder huiselijk geweld wordt het volgende verstaan: 'Huiselijk geweld is geweld dat door iemand uit de huiselijke kring van het slachtoffer is gepleegd. Geweld betekent in dit verband aantasting van de persoonlijke integriteit. Onderscheid wordt gemaakt tussen geestelijk en lichamelijk geweld (waaronder seksueel geweld)'. Bron: Nota Privé Geweld Publieke Zaak. Een nota over de gezamenlijke aanpak van huiselijk geweld In dit protocol gaat het om huiselijk geweld, waarbij kinderen en jongeren betrokken zijn. Dit betekent, dat de meest voorkomende signalen betrekking zullen hebben op het getuige zijn van geweld en het slachtoffer zijn van kindermishandeling. Kinderen die opgroeien in een gewelddadig gezin voelen de spanning, horen de kreten, zien de verwondingen, willen tussenbeide springen en kunnen daardoor ernstige psychische schade oplopen. Naast het getuige zijn van geweld in de thuissituatie kunnen kinderen ook zelf het slachtoffer zijn van het geweld. De volgende vormen van mishandeling worden kort toegelicht. Vormen van mishandeling lichamelijke mishandeling: het kind wordt geslagen, geschopt, geknepen, gebrand en dergelijke; psychische mishandeling: het kind wordt afgewezen, geterroriseerd, aangezet tot afwijkend en/of anti-sociaal gedrag, gepest, getreiterd, gekleineerd; aan het kind worden extreem hoge eisen gesteld, een juiste vorm van onderwijs wordt onthouden; seksuele mishandeling: het kind wordt gedwongen seksuele handelingen te ondergaan, seksuele handelingen uit te voeren, getuige te zijn van seksuele handelingen van anderen of wordt gedwongen te kijken naar pornografisch materiaal; lichamelijke verwaarlozing: het kind wordt (medische) verzorging en/of veiligheid onthouden, het kind krijgt onvoldoende voedsel en kleding; psychische verwaarlozing: het kind wordt geestelijk verwaarloosd, geïsoleerd, genegeerd; koestering wordt onthouden en er is nooit aandacht of tijd voor het kind. Vaak komen verschillende vormen van mishandeling tegelijkertijd voor. Pagina 4/23 Kindermishandeling is: elke vorm van, voor de minderjarige, bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of onvrijheid staat, actief of passief, opdringen waardoor ernstige schade wordt of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychische letsel. Hieronder vallen ook verwaarlozing en onthouden van essentiële hulp, medische zorg en onderwijs. (Wetsontwerp Wet op de jeugdzorg 2004) Pagina 5/23 Stroomdiagram Leerkracht heeft een vermoeden Observeren Onderzoek naar onderbouwing Delen van de zorg met IB Bespreek onderbouwde vermoeden in overleggroep 1 Bespreek samen informatie Extra gegevens Maak plan van aanpak in overleggroep Vermoeden ongegrond 2 Twijfel Vermoeden gegrond Afsluiten Extra observatie periode Uitvoeren plan van aanpak Evalueren Nazorg Consulteren AMK Praten met ouders Onderzoek jeugdarts Huisbezoek Inschakelen I-ber Bespreken resultaten Beslissing Melden AMK Hulp op gang brengen Evalueren Nazorg 1. Directeur, IB, JGZ medewerker (ggd),smw 2. Zorgvuldige onderbouwing in kinddossier Pagina 6/23 Stappenplan bij een vermoeden van huiselijk geweld/ kindermishandeling Fase 1: de leerkracht heeft een vermoeden observeren onderzoek naar onderbouwing delen van de zorg Fase 2: de leerkracht bespreekt zijn onderbouwde vermoeden in een overleggroep bespreken informatie (eventueel) extra gegevens plan van aanpak Fase 3: het uitvoeren van het gemaakte plan van aanpak consulteren AMK praten met de ouders onderzoek jeugdarts huisbezoek inschakelen schoolbegeleider bespreken van de resultaten Fase 4: beslissing hulp op gang brengen of zorgmelding Bureau Jeugdzorg melden bij AMK of uitsluitend in crisissituaties melden bij: - de politie of - de Raad voor de kinderbescherming Fase 5: evalueren de overleggroep evalueert en stelt zo nodig bij Fase 6: nazorg blijf het kind volgen eventueel overleggroep bijeenroepen N.B. Elke persoon houdt op elk moment de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid om contact op te nemen met het AMK, voor consultatie of melding. Pagina 7/23 Fase 1: de leerkracht heeft een vermoeden De bron van het vermoeden van kindermishandeling en huiselijk geweld kan zijn: a u heeft een vermoeden; b iemand (bijvoorbeeld een ander kind) vertelt u een zorgwekkend verhaal over een kind uit uw klas; c een kind neemt u in vertrouwen over de eigen situatie. Ad a/b Als u een vermoeden heeft, of een ander vertelt u een zorgwekkend verhaal over een kind uit uw klas, dan observeert u het kind gedurende een aantal dagen heel goed, let hierbij op opvallend gedrag of opmerkelijke lichamelijke signalen, zoals blauwe plekken, schaaf- of brandwonden, herhaalde botbreuken, ander letsel zoals doofheid, mank of moeizaam lopen, hoge spierspanning. Kijk ook goed naar de ouder-kind relatie (zie bijlage 2: signalenlijst); noteert u wat u aan signalen bij de leerling opmerkt. Dit worden uw persoonlijke aantekeningen: objectieve bevindingen (zie werkaantekeningen in bijlage 1); overlegt u met de interne begeleider en vraagt mogelijk om ook mee te observeren; blijft u aan de vertrouwensrelatie met het kind bouwen; bepaalt u een tijdslimiet voor deze fase (maximaal één maand). Ad c Als een kind u in vertrouwen neemt, dan luistert u rustig naar hetgeen het kind u te vertellen heeft en reageert u niet al te emotioneel of paniekerig. U neemt het kind serieus en spreekt uw zorgen uit; noteert u wat het kind verteld heeft. Dit worden uw persoonlijke aantekeningen (objectieve bevindingen); houdt u contact met het kind en vraagt ook wat het kind zelf zou willen; zie verder ad a/b. Pagina 8/23 Aan het einde van deze fase besluit u: Het vermoeden is onterecht /ongegrond Er is een andere reden voor het gesignaleerde gedrag. Zoek uit wat er wel aan de hand is en blijf alert. Noteer zorgvuldig in het kinddossier waarom het vermoeden ongegrond is. Er is twijfel over /geen bevestiging van het vermoeden U blijft nauwkeurig registreren wat u bij het kind opvalt of wat u verteld wordt. Na twee maanden bekijkt u uw aantekeningen opnieuw en wordt het kind opnieuw besproken. Het vermoeden wordt bevestigd of versterkt Dit wordt ingebracht in de overleggroep (fase 2). Pagina 9/23 Aanbeveling fase 1: de leerkracht heeft een vermoeden Vertrouw op uw intuïtie en houd dat niet voor uzelf: praat erover. U heeft tenslotte niet voor niets een niet-pluis gevoel. Ga niet overhaast te werk. Wie iets wil bereiken moet zorgvuldig handelen. Betrek anderen tijdig en niet pas dan, wanneer het voor u 'zo niet langer kan': dan bent u te lang zelf bezig geweest en geeft u anderen niet de tijd rustig aan het werk te gaan. Accepteer kindermishandeling en huiselijk geweld als één van de vele mogelijke oorzaken van onverklaarbaar/opvallend gedrag van een kind. Probeer in deze fase het beeld completer te krijgen. Speel geen politieagent: het is niet de taak van de leerkracht om speurwerk naar de dader te doen. Ga uit van een patroon aan signalen, uitgezonden door het kind of door een derde. Blijf (het gedrag van) het kind aandachtig volgen, dat wil zeggen observeren en noteren wat u ziet en hoort, maar voorkom een uitzonderingspositie van het kind. Ga zorgvuldig om met de privacy van het kind en van de ouders. Indien een kind u in vertrouwen neemt, beloof dan nooit aan het kind absolute geheimhouding. Beloof dat u geen volgende stap zult nemen zonder dat met het kind besproken te hebben. Steun het kind in het feit dat het zijn geheim verteld heeft. U kunt in dit gesprek doorvragen of het kind zich veilig voelt en of het zelf ook geslagen wordt. Maak eventueel met het kind een veiligheidsplan. Daarin is opgenomen hoe het kind zich het beste in veiligheid kan brengen (bijvoorbeeld naar kamer gaan, naar vriendje etc.) Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) is de centrale instantie voor het vragen van advies over of het melden van kindermishandeling. Elke provincie en grootstedelijke regio heeft haar eigen Advies- en Meldpunt Kindermishandeling. Alle AMK's zijn bereikbaar via het landelijke telefoonnummer: ( 0,05 per minuut). U wordt automatisch doorgeschakeld naar het AMK in uw eigen regio. In sommige plaatsen is er een speciaal steun- of meldpunt huiselijk geweld opgericht. Hier kan men ook terecht voor advies en melding. In crisissituaties is het ook mogelijk te melden bij de politie of de Raad voor de Kinderbescherming (via AMK of Bureau Jeugdzorg). Het vertrekpunt van uw inzet blijft de zorg die u, met de ouders, voor het kind hebt. Pagina 10/23 Fase 2: de leerkracht bespreekt zijn onderbouwde vermoeden in een overleggroep U, de leerkracht, neemt initiatief en roept de volgende personen bijeen (=overleggroep): - de directeur; - de intern begeleider; - de JGZ-medewerker (jeugdverpleegkundige of jeugdarts, indien nodig kan deze aansluiten); - de schoolmaatschappelijk werker. Eén persoon is verantwoordelijk voor de coördinatie en de voortgang; dit is de intern begeleider of de directeur. U kunt gebruik maken van de gestelde vragen op het observatieformulier (zie bijlage 1). Indien nodig overlegt u of iemand anders uit de overleggroep met het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK). Dit kan anoniem. U kunt tijdens dit gesprek tips vragen voor vervolgstappen. Registreer het advies van het AMK in het kinddossier. De overleggroep bekijkt welke gegevens over dit kind beschikbaar zijn; dit wordt ook vastgelegd. Maak hierbij onderscheid tussen objectieve en subjectieve gegevens. Wees zorgvuldig met informatie van derden. Indien je informatie van derden gaat gebruiken, leg dit middels een akkoordverklaring vast. De coördinator let ook op de tijd en stelt een tijdslimiet voor deze fase. Aan het eind van deze fase besluit u: Als de overleggroep geen bevestiging van het vermoeden heeft, maar het gedrag heeft bijvoorbeeld een andere oorzaak, dan: - blijven u en de intern begeleider alert; - blijft u bouwen aan de vertrouwensrelatie met het kind; - noteren u en de intern begeleider in hun agenda dat ze na een bepaalde periode nog eens samen overleggen over het gedrag of lichamelijke gesteldheid van het kind. Indien u twijfelt of er bestaat een redelijk vermoeden van huiselijk geweld/ kindermishandeling, dan maakt de overleggroep een plan van aanpak (zie voor mogelijke stappen fase 3). Pagina 11/23 Aanbevelingen fase 2: de leerkracht bespreekt zijn onderbouwde vermoeden in een overleggroep Bij het vormen van een overleggroep kan ook gedacht worden aan andere disciplines, werkzaam binnen het schoolsysteem, die zich met leerlingen bezighouden. Het kan praktisch zijn een vaste overleggroep te vormen, waarin vertegenwoordigd zijn: de directie, de intern begeleider, de leerkracht, de contactpersoon, de jeugdverpleegkundige of jeugdarts van de GGD en de schoolmaatschappelijk werker. Zodra een overleggroep is gevormd, draag je samen de verantwoordelijkheid. Het is dan ook heel belangrijk steeds te overleggen voordat er iets wordt ondernomen. Privacy: Wanneer persoonlijke aantekeningen zijn gemaakt, is het belangrijk deze goed op te bergen, het liefst zonder naam (nummer). Zodra het mogelijk is, worden deze aantekeningen weer vernietigd. De taak van de school met betrekking tot huiselijk geweld/kindermishandeling is het signaleren en het aankaarten ervan bij de ouders en bij de verantwoordelijke instanties. De school is niet verantwoordelijk voor de verandering van de situatie of voor de hulpverlening. Pagina 12/23 Fase 3: de uitvoering van het plan van aanpak In fase 2 is besloten tot een plan van aanpak. Mogelijke stappen zijn: a een advies- of consultvraag bij het AMK; b een gesprek met de ouders; c de jeugdarts roept het kind op voor onderzoek; d een huisbezoek door jeugdverpleegkundige of schoolmaatschappelijk werker; e het inschakelen van een intern begeleider; f resultaten van a t/m e bespreken in de overleggroep. Ad a Een consultatie bij het AMK iemand van de overleggroep spreekt met het AMK. deze geeft advies over de verdere stappen die genomen kunnen worden; de resultaten van het gesprek met het AMK worden doorgesproken in de overleggroep. Naar aanleiding hiervan wordt het plan van aanpak eventueel bijgesteld. Ad b Een gesprek met de ouders overleg binnen de overleggroep, welke persoon het beste met de ouders kan spreken. Uit ervaring blijkt dat degene die het kind het beste kent (meestal de leerkracht), de beste ingang bij ouders heeft. Als blijkt dat taal voor miscommunicatie kan zorgen, schakel een tolk in; bereid het gesprek goed voor in de overleggroep (zie aanbevelingen); voer het gesprek bij voorkeur nooit alleen; overleg na afloop van het gesprek in de overleggroep over verdere stappen. Ad c De jeugdarts roept het kind op voor onderzoek de jeugdarts kan een kind oproepen voor onderzoek, nadat de school de zorgen heeft besproken met de ouders; de jeugdarts onderzoekt de leerling en spreekt met de ouders; de resultaten worden in de overleggroep ingebracht voor zover ze betrekking hebben op het vermoeden van huiselijk geweld/kindermishandeling, rekening houdend met de privacy van het kind. Pagina 13/23 Ad d Een huisbezoek de jeugdverpleegkundige van de GGD of een schoolmaatschappelijk werker kunnen het gezin thuis bezoeken; in de overleggroep wordt verslag gedaan van het huisbezoek. Ad e Het inschakelen van de intern begeleider de intern begeleider probeert te achterhalen of er sprake is van cognitieve of emotionele problematiek; de resultaten worden ingebracht in de overleggroep. Ad f Resultaten bespreken analyse van de waarnemingen; verzamelen van feitelijke informatie; beeld van de verzorgingssituatie van het kind; draaglast/draagkracht van de ouders; mogelijkheden van sociaal netwerk in kaart brengen. Pagina 14/23 Aanbevelingen fase 3: de uitvoering van het plan van aanpak Als het kind met u gesproken heeft, praat dan niet met de ouders zonder het kind daarvan in kennis te stellen. Afhankelijk van de leeftijd kunt u met het kind afspreken wat u wel en niet met ouders bespreekt. Bepaal voor u het gesprek gaat voeren met de ouders, wat het doel van uw gesprek is. Het doel van het gesprek kan bijvoorbeeld zijn om na te gaan of de ouders uw zorgen herkennen. Vaak is uw zorg delen met de ouders de beste ingang: blijf bij welk concreet gedrag u ziet bij het kind, herkennen ouders de signalen van hun kind ook in de thuissituatie? Bespreek niet uw vermoedens, maar uw zorgen en geef aan dat u hierbij allebei een verantwoordelijkheid kent. Stel open vragen en zeg dat u op zoek bent naar de oorzaak/de aanleiding van het voor het kind ongewone gedrag. Spreek af welke vervolgacties worden ondernomen, de leerkracht zal er bijvoorbeeld binnen de school met intern begeleider over spreken. Praten met de ouders kan vele gevolgen hebben. Zo kan door een gesprek een deel van de vermoedens onterecht blijken. Ook voelen sommige ouders zich al geholpen als u hun zorg blijkt te delen en u de problemen bespreekbaar hebt gemaakt. Maar uw vermoeden kan ook worden gesterkt. Onderbouwing van uw vermoeden en het delen van uw zorgen in de overleggroep zijn dan de volgende stappen. Ouders kunnen het gesprek zien als bewijs van de loslippigheid van hun kind en van uw bemoeizucht. Wanneer u zich afvraagt hoe u het beste een gesprek met de ouders kan voeren is het altijd mogelijk advies te vragen bij het AMK. Huisbezoeken bieden goede mogelijkheden om het samenspel tussen ouders en kinderen te observeren. Vanzelfsprekend heeft het betreffende kind behoefte aan steun en hulp. Bekijk wie het kind het beste ondersteuning kan bieden. De beoordeling van de resultaten zal tot een beslissing moeten leiden: Er is geen sprake van kindermishandeling en huiselijk geweld: er vindt geen verdere actie plaats (zie fase 6); Sluit het traject af met fase 5 evaluatie, eventueel benodigde andere ondersteuning van het kind en/of het gezin vindt plaats binnen de op school afgesproken zorgstructuur. Er bestaat twijfel over (het vermoeden van) kindermishandeling en huiselijk geweld: er kan nu tot een extra observatie periode besloten worden, het verdient de voorkeur af te spreken wat er geobserveerd gaat worden en hoe lang (zie fase 6); Er bestaat gegrond vermoeden of zekerheid over kindermishandeling en huiselijk geweld: zie fase 4. Pagina 15/23 Fase 4: beslissing Hulp aan ouders Als ouders het probleem onderkennen en mee willen werken aan verandering van hun situatie, kan de overleggroep adviezen geven en doorverwijzen naar instanties voor hulpverlening. Het is daarom belangrijk dat men kennis heeft van de sociale kaart in de omgeving. Melding bij Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) Als het vermoeden gegrond is en de zorg over het kind blijft bestaan, dan is de enige mogelijkheid een melding te doen bij het AMK, ook voor registratiedoeleinden en dossiervorming. Zorgmelding wordt gedaan door directeur en/of intern begeleider. Na de melding ligt de verantwoordelijkheid voor het op gang brengen van hulpverlening mede bij het AMK. De melder wordt op de hoogte gesteld van stappen die gezet worden met inachtneming van de privacy van het gezin. Het gaat hier om vrijwillige hulpverlening. Als dat niet lukt, terwijl de situatie ernstig blijft, dan zal het AMK de Raad voor de Kinderbescherming inschakelen. Uitsluitend in een crisissituatie/levensbedreigende situatie voor het kind kan men direct melden bij de politie en via het AMK of BJZ bij de Raad voor de Kinderbescherming. Een melding bij de Raad voor de Kinderbescherming kan niet anoniem. Pagina 16/23 Aanbevelingen fase 4: beslissing Als ouders zelf hulp willen, dan zullen de ouders in het algemeen door de schoolmaatschappelijk werker ondersteund worden in het traject naar BJZ. Voor elke zaak rondom een vermoeden van huiselijk geweld/kindermishandeling kan advies/consult worden gevraagd bij het AMK zonder de naam van het kind en/ of ouder te noemen. Wanneer een vermoeden van kindermishandeling gemeld wordt bij het AMK, moet men rekening houden met de tijd die het AMK nodig heeft om informatie te verzamelen en mensen te mobiliseren. Soms moet men bij een zaak wachten op een gunstig moment om in te kunnen grijpen of om iets in beweging te kunnen zetten. Melden bij het AMK maakt de kans dat dit lukt groter. Bij de politie is melding mogelijk, wanneer men aangifte wil doen omdat het een strafbaar feit betreft. Dit kan niet anoniem. De politie doet aan opsporing en start een strafrechtelijk onderzoek. Pagina 17/23 Fase 5: evaluatie De overleggroep evalueert datgene wat er is gebeurd en de procedures die zijn gevolgd. Zo nodig wordt de zaak ook doorgesproken met andere betrokkenen, zoals interne en externe betrokkenen. Zo nodig worden verbeteringen in afspraken en/of procedures aangebracht. Besluit welke informatie in het leerling-dossier wordt vastgelegd. Ouders hebben recht op inzage in het kinddossier. Aanbeveling fase 5: evaluatie Leg op schrift vast hoe er gewerkt is (stappen, acties, besluiten). Het is van belang op van tevoren vastgestelde tijdstippen met dire
We Need Your Support
Thank you for visiting our website and your interest in our free products and services. We are nonprofit website to share and download documents. To the running of this website, we need your help to support us.

Thanks to everyone for your continued support.

No, Thanks